Spring naar inhoud

Kritiek op Feyerabend

25/10/2020

De ondertitel van Paul Feyerabend’s Against Method uit 1975 luidt Outline of an Anarchistic Theory of KnowledgeDit boek mocht niet ontbreken in de berg boeken die, Atalanta, dat wil zeggen vooral Rymke en Weia, doornam tijdens het schrijven van ‘Hoe komen kringen in het water’ en ‘Het beste voor de aarde’, beide uitgekomen in 1989. Feyerabend’s boek werd in 1977 vertaald met als titel In strijd met de methode. Dat is de editie die zij destijds lazen, intussen is er echter een nieuwe vertaling Tegen de methode uit 2008, een vertaling van de laatste Engelse editie uit 1993, waarin de ondertitel over anarchisme geschrapt is.

Weia Reinboud had eens een kritiek op Feyerabend geschreven. Zij heeft dit nu opnieuw gedaan, waarin zij een paar (stok)oude aantekeningen gebruikt heeft. Ik had haar gevraagd dit op zich te nemen naar aanleiding van de op deze site onlangs gepubliceerde serie artikelen over Feyerabend. Hier onder vindt u haar betoog. [ThH]

Anarchistische kennistheorie?

Het ontbreken van die ondertitel is ook wel terecht. In zijn autobiografie Tijdverspilling zegt hij over die ondertitel ‘… en noemde het anarchisme. Ik hield ervan om mensen te choqueren.’ [p. 171] De term ‘anarchisme’ als verkooptruc, zeg maar. In de oude vertaling zei hij ook al ‘om deze redenen gebruik ik liever de term Dadaïsme’. [p. 22] Mij lijkt dat inderdaad passender. Wikipedia zegt het zo: ‘[Dadaïsme] toont qua geesteshouding verwantschap met het nihilisme door het opzettelijk irrationele en het ondergraven van de algemeen geaccepteerde standaarden.’

Het lijkt er ook niet op dat hij anarchisten goed heeft bestudeerd, want in mijn oude aantekeningen van begin 1988 citeer ik opmerkingen als ‘In bijna alle vormen van anarchisme speelt geweld een belangrijke rol’ [p. 230] en ‘het ontzag dat anarchisme heeft voor de wetenschap’. [p. 230] Een beetje diepgang graag. [In het derde deel van de Feyerabend-serie wordt uitgewerkt waaraan Feyerabend kennelijk allemaal voorbij is gaan; thh.]

Ik lees dingen niet om het ermee eens te zijn maar om geprikkeld te worden om nieuwe vragen te stellen, om nieuwe gedachten te vormen en om nieuwe verbanden te ontdekken. Dat kan zowel door boeken en artikelen waar je het mee eens bent als door dingen waar je het mee oneens bent.  Halverwege de jaren tachtig wilden wij ‘al’ onze kennis in boeken gieten, kennis vanuit en over feminisme, anarchisme, economie, ecologie, veganisme, noem het maar. We vonden het goed om ‘dus’ ook over kennis zelf te lezen, kennistheorie en omstreken. Dat ‘dus’ staat tussen aanhalingstekens want niet veel mensen nemen diezelfde stap. Vergelijk het echter met schaatsen, iedereen kan schaatsen onderbinden en het ijs opgaan, krabbelen zal zeker lukken, maar als je je er wat in verdiept ga je veel makkelijker en sneller schaatsen. Evenzo zul je van lezen over kennistheorie alleen maar beter gaan denken. 

Je komt in de kennistheorie zeker oude Grieken tegen, in later eeuwen onder andere David Hume en in de twintigste eeuw Karl Popper en zijn ‘nazaten’ Thomas Kuhn, Paul Feyerabend en Imre Lakatos. In mijn aantekeningen van destijds kom ik heel wat Popper tegen, totdat hij op een helder fundament een merkwaardige toren gaat bouwen (‘corroboratiegraad’). Lakatos bouwt op hetzelfde fundament weer andere torens (‘onderzoeksprogramma’s’). Kuhn komt met iets heel anders, een historisch, sociologisch verhaal over de ontwikkeling (of niet) van de wetenschap. Een verhaal náast, niet een verderontwikkeling ván de kennistheorie. 

En Feyerabend? Enerzijds is hij een bèta die de exacte wetenschappen ook van binnenuit kan volgen, anderzijds is hij vooral dwars. Hij heeft kritiek op het wetenschappelijk bedrijf, waar ik goed in kan komen, en kritiek op wetenschappers, waar ook aanleiding toe kan zijn, maar dat zegt niets over de wetenschap, de inhoud ervan. Bij hem loopt dat allemaal nogal door elkaar. Ik zie in mijn oude aantekeningen dat het lezen van zijn boek me vrijwel nergens geholpen heeft om iets extra’s te ontdekken.

Het boek heet ‘tegen de methode’ omdat hij het slecht vindt als studenten, immers wetenschappers in spe, erg volgens methodes te werk moeten gaan. Want zo ontdek je niets nieuws. Dat leidt Feyerabend tot de beroemde/beruchte uitspraak ‘anything goes’. Welwillend ingevuld betekent dat volgens mij dat je je overal door kan laten inspireren bij het bedenken van iets nieuws. Maar intussen is het ook een loze kreet, complottheorieën bijvoorbeeld kunnen ook langs die weg bedacht worden, en dat lijkt me niet iets waar de wereld verder mee komt. Het was een van de dingen waar Popper naar op zoek was, criteria om kwatsj van degelijke kennis te onderscheiden. Hij kwam daar niet echt uit (en dat is ook onmogelijk want mensen kunnen altijd alles eeuwig boven tafel houden, ook zoiets mafs als dat de aarde plat is). Feyerabend was ooit assistent van Popper maar werd later een vileine antipopperiaan die vanuit dwarsigheid positieve dingen over astrologie ging zeggen. Bijvoorbeeld dat astrologie ooit gewoon de astronomie van de Middeleeuwen was.

Klinkt logisch, maar hela hola daar gaat iets fout. Het kan best dat de toenmalige in zwang zijnde astronomie elementen bevatte die nu alleen nog in de astrologie voortleven, maar ook toen waren er kritische geesten, waren er mensen die de boel bevroegen op zodanige wijze dat het astronomische deel uitgebouwd werd en dat de poten onder het astrologische deel uitgezaagd werden. Ik zou bij Feyerabend interesse in juist die mensen verwachten plus een allergie voor alles wat in zwang was. Voor wat de heersende opvatting was. Huidige heersende ideeën benadert hij zonder uitzondering heel kritisch, als hij de kritische houding ineens vergeet bij het naar voren brengen van zoiets als astrologie, dan vind ik dat hij eerder puberaal dan anarchistisch bezig is. Dan doet hij het om te choqueren, zoals hij ook deed met de term ‘anarchisme’.

Debatteermachine

In zijn autobiografie staan wel wat zelfkritische opmerkingen, ‘ik was egocentrisch’, ‘mijn grote waffel’,[p. 142] ‘een ijzige egoïst’,[p. 203] maar hoe hij discussieert valt bij mij helemaal niet onder anarchisme. Hij noemt zich een debatteermachine, heeft het over ‘ons brutale haantjesgedrag’ [p. 101] en dat machismo is wat mij betreft geen anarchistisch gedrag. 

Dat hij een rokkenjager was past daar bij, maar heeft er inhoudelijk niets mee te maken. Pas aan het eind van zijn leven lijkt hij een normaler mens te worden, in de zin van meevoelender, bij zijn vierde vrouw, Grazia Borrini. ‘Grazia las sommige artikelen had nogal grondige kritiek – op het taalgebruik, de presentatie en de ideeën zelf. […] Het grootste deel van mijn Farewell to Reason zou zonder haar goedwillende maar vastbesloten opmerkingen een gortdroog en onbegrijpelijk verhaal hebben opgeleverd.’ Dat boek uit 1987 heb ik nu in 2020 gelezen.

Ook dat boek viel niet mee. Gaat het over onderwerpen of discussies waar ik goed ingevoerd ben, dan ontkom ik niet aan de indruk dat zijn polemiek steeds stropopachtig is. Stropopredenering is de benaming voor een drogreden. Het behelst dat iemand via verdraaiing, overdrijving of door onterechte generalisatie iets maakt om daar vervolgens tegen tekeer te gaan. Het is echter een zelf gemaakte stropop van iets of iemand, niet de zaak of persoon zelf. In polemieken komt het heel veel voor, denk aan hoe Wilders het over Marokkanen heeft, dat gaat hooguit over een heel klein deel van de Marokkanen. Wilders vecht dus tegen een stropop, een zelf gefabriceerde ‘Marokkaan’.

Feyerabend doet iets dergelijks, niet zo kwaadaardig gelukkig. Fileert hij rationalisme, dan is dat niet het rationalisme dat echt bestaat. Gaat hij tegen Popper in, mag best natuurlijk, dan komt hij aanzetten met dingen die Popper niet echt zo gezegd heeft. Hij noemt Popper zelfs een logisch-positivist, terwijl Popper en de logisch-positivisten voortdurend lijnrecht tegenover elkaar stonden. Je hoeft niet te weten wat logisch-positivisme is of wat Popper allemaal gezegd heeft om te begrijpen dat dat niet zo’n kiese debatteermethode is die Feyerabend hanteert. Die twee kampen in één adem noemen, dat gaat nooit op.

Gek wordt het ook als hij Einstein behandelt. Na het verorberen van enorme stapels kennistheoretische literatuur, eerst voor het kunnen schijven van ‘Hoe komen kringen in het water’, maar later ook weer bij het schrijven van mijn kennistheoretisch ‘hoofdwerk’ getiteld Modellisme, kwamen Einsteins ideeën over hoe theoretiseren werkt me het helderst en aantrekkelijkst voor. Hij zegt dat abstracte ideeën vrije, creatieve bedenksels zijn. Hij heeft het uiteraard over zulke dingen als theoretiseren over de zwaartekracht. Als er iets is wat onder ‘anything goes’ valt dan is het wel creativiteit, zou je denken, maar nee, in Farewell to Reason wordt dat idee van Einstein zwaar bekritiseerd. Op een heel flauwe manier, door bij abstracte dingen met heel alledaagse dingetjes als ontzenuwing te komen. Bijvoorbeeld dat een stap zetten bij het wandelen creatieve acties van een wandelaar vereist.[p. 134] Dat werkt helemaal niet, dat is verwarring van niveaus. (En meer theoretisch: Feyerabend komt daar ineens met dingen die alleen geldig zijn binnen filosofisch realisme en filosofisch empiricisme, dingen waar hij elders niets van moet hebben. Voor dat soort ismes geldt trouwens bij uitstek wat Einstein zegt over theoretiseren!)

Alles bij elkaar: het is leuk als iemand kritisch naar het wetenschappelijk bedrijf kijkt, kritisch is naar allerlei wetenschappers en kritisch is over kritiekloosheid, maar uiteindelijk kon ik met Feyerabend zo goed als niets. Ook zijn wat latere werk ademt een macho-opvatting over discussiëren en daar moet je bij een feministe natuurlijk niet mee aankomen.

Wat me inhoudelijk verbaast is dat hij zo weinig over echt scepticisme zegt. Naar mijn smaak moet je daar wezen als je een anarchistische kennistheorie wilt schetsen. Mijn allerkortste samenvatting ervan is: ‘waarheid’ is een volkomen onbruikbaar begrip. Iedereen zou alle uitspraken over waarheid moeten herformuleren zonder dat woord te gebruiken, wat altijd zal leiden tot veel nauwkeuriger uitspraken dan het toch vaak goedkope zwaaien met ‘de waarheid’. Ook zou iedereen doordrongen moeten zijn van onze denkbeperkingen, het zal je denken zeker verbeteren als je meer beseft over waar de grenzen ervan liggen.  Op het moment kan je over corona ook volop zien hoe het niet moet. Over andersdenkenden is men hypersceptisch, bij de eigen meningen vergeet men alle scepsis. En dus miegelt het van de goedkope kritiek en gemakkelijke achterafopmerkingen.

Ik ga hier verder niet uitleggen waar scepticisme volgens mij allemaal toe leidt, dat heb ik al in boekvorm gedaan. Het boek heet Modellisme omdat wij allemaal niet meer kunnen dan modellen van de wereld maken, vanuit creativiteit (zie ook Einstein), met beperkte geldigheid. Onze beperkingen zijn niet erg, want iedereen heeft ze.

Weia Reinboud

Paul Feyerabend, Tegen de methode. Vertaling Marjolijn Stoltenkamp. Lemniscaat, 2008

–, Tijdverspilling. Vertaling Rein Gerritsen. Lemniscaat, 2007

–, Farewell to Reason. Verso, 1987

Weia Reinboud, Modellisme. Atalanta, 2009

Weia Reinboud & Rymke Wiersma, Hoe komen kringen in het water. Atalanta, 1989

Rymke Wiersma & Weia Reinboud, Het beste voor de aarde. Herziene editie, Atalanta, 2016

Thom Holterman behandelt Feyerabends astrologiethese hier: https://libertaireorde.wordpress.com/2020/09/20/paul-feyerabend-1924-1994-anarchisme-en-kennistheorie-4-7/

[Beeldmateriaal betreft voorkanten van boek- en brochuretitels geschreven door Weia Reinbouds en Rymke Wiersma, uitgegeven door de uitgeverij Atalanta, Utrecht.]

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: