Spring naar inhoud

Over Anarchisme – Toen En Nu

01/11/2020

Het anarchisme is geboren uit een radicale ontkenning van alles dat de mens onderworpen houdt. Het is tevens drager van een project gebaseerd op gelijkheid, vrijheid en autonomie. De vele stromingen die werkzaam zijn onder die naam voeden het libertaire idee. Ze verenigen zich in verschillende vormen van strijd (tegen totalitarisme, kolonialisme, kapitalisme, enz.). Deze introductie is te vinden bij de Franse politicoloog Édouard Jourdain in zijn jongste boek Het anarchisme (2020). De schrijver is eveneens redacteur van het Franse anarchistische studieuze halfjaarlijkse tijdschrift Réfractions. Hieronder een bespreking van het boek.

Toen

De anarchistische strijd loopt in de praktijk veelal als een gemeenschappelijke strijd vanuit diverse richtingen voor een toekomstige maatschappij. Die richtingen kenmerken zich in hun uitwerkingen als (anarcho)syndicalisme, pedagogische instellingen, federalistische bewegingen, vrije communes, enzovoort. Stuk voor stuk verschijnselen van al een eeuw terug. Het anarchisme kwam in Europa op tijdens de industriële revolutie en vormde een onderdeel van de arbeidersbeweging. Het verdween een tijd door de hegemonie van het marxisme. Heden hernieuwt zich het libertaire project, door nieuwe perspectieven van emancipatie, uitgedrukt in de sporen van vergeten experimenten, die nog steeds levensvatbaar blijken.

De opzet van het boek

Jourdain heeft zijn boek in drie onderdelen opgebouwd. Het eerste onderdeel leert iets over de verschillende theorieën die binnen het anarchisme in omloop zijn. Die theorieën leveren geen gesloten systeem op maar laten allerlei marges toe. Het tweede onderdeel laat zien hoe die theorieën werkzame handelingspatronen vormen. Ze leveren daarmee de praktijk van revolutionaire wapenfeiten en libertaire experimenten. De wapenfeiten gaan over historische gebeurtenissen (zoals Commune van Parijs 1871; Spaanse burgeroorlog 1936-1939) maar lopen nu door tot in het heden, zoals van de Rojava-revolutie (Koerdisch Syrië, met het libertair municipalisme van de anarchist Bookchin als leidraad).

Het derde onderdeel grijpt terug op het idee van de veelheid van theorieën, die zich onverminderd uitbreidt. Zonder te ontkennen dat voorheen ook al een libertaire gevoeligheid te onderkennen was bij sommige niet-anarchisten, leveren bepaalde maatschappelijke toestanden in de  20ste eeuw broedplaatsen voor die gevoeligheid op. Dat dit ook in een veelheid van praktijken tot uitdrukking komt, spreekt bijna vanzelf.

De theorieën van voorheen zijn geleverd door mensen als Proudhon, Bakoenin, Kropotkin, Stirner. We komen ze in het eerste onderdeel tegen. Ook al wordt er heden nog nauwelijks door het gros van anarchisten kennis van genomen, hun theoretische inzichten vormen het hart van de in omloop zijnde anarchistische theorieën. Zoals uit een eerdere opmerking kan worden begrepen, waren de genoemde auteurs geen systeembouwers. Je kan dus geen gesloten systeem bij hen ontdekken. Het libertaire gedachtengoed is, zoals dat wel heet, een open constructie. Daarom vindt men allerlei marges beschreven aangeduid met behulp van uiteenlopende bijvoeglijke naamwoorden, zoals ‘romantisch anarchisme’, ‘religieus anarchisme’. Er zijn anarchisten die daarvan afzien en spreken over anarchisme ‘zonder franje’.

Hoewel de meeste anarchisten het kapitalisme bestrijden en dus een principieel antikapitalisme uitstralen, vindt men in de marges ook ‘anarcho-kapitalisme’ aan de ene kant van de spanningsboog en ‘libertair-marxisme’ aan de andere kant. Jourdain laat dit niet onbesproken, want voor de discussie is het niet onbelangrijk hiervan op de hoogte te zijn – al was het maar om duidelijk te herkennen waar men zelf staat.

Wapenfeiten en experimenten

In het tweede onderdeel is door Jourdain een aantal wapenfeiten en experimenten genoemd – ik verwees er al naar. Een van de eerste is de oprichting van de Anarchistische Internationale Arbeidersvereniging St. Imier, 1872) naar het model van de Jura federatie.

In de sfeer van de overige activiteiten wekt hun anti-imperialistische strijd soms verwarring. Waar gaat het om? Het imperialisme wordt al sinds de opkomst van de anarchistische beweging door anarchisten bestreden. Het imperialisme is verbonden met drie zaken die principieel door hen gekritiseerd worden: (1) staat en nationalistische ideologie, die vaak samengaan met de wil tot (territoriaal) expansionisme; (2) het kapitalisme, dat altijd weer nieuwe bronnen wil aanboren ter verrijking; (3) religie en alle door macht en overheersing opgelegde ideologie (inclusief, voegt Jourdain daar aan toe, de wereldse en naar vooruitgang strevende versie ervan).

Anarchisten hebben zich in de anti-imperialistische strijd  in de tweede helft van de 19de eeuw steeds enerzijds gericht tegen kolonialistisch imperialisme en anderzijds namen zij deel aan de nationale bevrijding. Dat laatste stond dan altijd in een internationalistisch-emancipatoir perspectief. Weer later, vanaf de tweede helft van de 20ste eeuw richtten anarchisten zich tegen andere vormen van imperialisme, zoals die van de USA in Vietnam – de tijd dat de anarchist Noam Chomsky zich politiek begon te profileren.

Hoe verschillend de imperialisme-vormen ook waren, immer hebben anarchisten het vizier gehad op een libertairerevolutie. De opzet daarvan was: steeds moet men zich ervan bewustzijn dat bewegingen die proclameren voor de ‘bevrijding’ te vechten, het niet slechts te doen is om imperialisten te verwijderen, om vervolgens zelf een nieuwe onderdrukking te creëren.

Actualiteit van het anarchisme

Het derde deel van het boek van Jourdain gaat in op de actualiteit. Hier blijkt hoe open de constructie is in termen van theorievorming. De wortels voor bijvoorbeeld het ecologische denken zijn al te vinden bij mensen uit de tweede helft van de 19de eeuw, zoals Kropotkin en Élisée Reclus. Dat is verder uitgewerkt door Murray Bookchin in een sociaal en ecologisch anarchisme. Hij heeft daarop in organisatorische zin een libertair municipalistisch structuur gebouwd. Daarnaast leveren hedendaagse libertaire antropologen inzichten waaruit anarchisten kunnen putten. Jourdain wijst daarbij op de antropologen Pierre Clastres en David Graeber, maar er zijn er meer.

Ook is een bestaan op te merken van een libertaire gevoeligheid bij sommige auteurs die geen anarchist zijn (of zich in ieder geval niet zo noemen). Die gevoeligheid hangt samen met een afwijzing van autoritaire bewegingen en totalitaire instellingen door veel meer mensen dan alleen anarchisten. Die gevoeligheid ontwikkelde zich vooral in de jaren 1960-1970, maar deed zich al in de jaren 1930 voor. Dit laatste had te maken met wat er in die jaren aan de hand was: de kapitalistische crisis van 1929, het aan de macht gekomen zijn van de bolsjewisten, de opkomst van het fascisme (Italië) en nazisme (Duitsland).

De non-conformisten dreef dit tot het innemen van posities ten opzichte van de moderne staat, het liberalisme, het kapitalisme, het marxisme en het fascisme, althans, zo wijst Jourdain erop, was dit het geval in Frankrijk. Meer en meer ontwikkelt zich een literatuur in de marge van het anarchisme, waarvoor naar de Engelse auteur George Orwell en naar de Franse auteur Albert Camus als voorbeelden wordt verwezen. Camus lijkt mij zelfs niet tot de marge te beperken, als men de bundel leest, samengesteld en ingeleid door Lou Marin, getiteld Albert Camus, Écrits libertaires (1948-1960), 2008, 2013. Daarnaast vindt men ‘ketterse’ denkers als de Franse protestantse jurist en socioloog Jacques Ellul, een technologie-criticus van het eerste uur en ook beschouwd als christenanarchist. Tot de ketterse denkers behoort eveneens de Grieks-Franse filosoof, econoom en psychoanalyticus Cornelius Castoriadis, indertijd medeoprichter van ‘Socialisme of Barbarij’. Hij heeft diep in de marges van het anarchisme zijn sporen achter gelaten, onder meer met zijn autonomie-discussie en zijn teksten over (arbeiders)zelfbestuur en ecologie.

Als anarchist kan het geen kwaad kennis te nemen van opvattingen van de hierboven genoemde auteurs – geen anarchisten dus, maar wel mensen die kunnen bijdragen aan inzichtverwerving in bestaande maatschappelijke, sociale situaties. En dat niet alleen. Zij helpen ook de ogen te openen voor fundamenteel andere opties wat sociale, ecologische, antikapitalistische invullingen aangaat ten aanzien van de bestaande maatschappij.

Het hedendaagse anarchisme geeft lichtende voorbeelden van dit ‘anders doen’. Bij Jourdain komt men een korte opsomming daarvan tegen. Een van uitingen van het anders doen, is het door de Amerikaanse anarchist Murray Bookchin ingebrachte libertaire municipalisme. Dat heeft een lijn lopen die tot ver teruggaat en dan te verbinden is met wat communalisme heette. Zo gebruikte Domela Nieuwenhuis de term al. En eind 19de eeuw heeft er ook een communalistische beweging bestaan, gelet op het boek van Gustave Lefrançais, Étude sur le mouvement communaliste(1871). Verder is te wijzen op het verschijnsel TAS (Tijdelijke autonome zone); daaraan is te knopen de ZAD (Zone à défendre, Zone om te verdedigen) en de FAZ (Functionele anarchistische zone).

Een vernieuwende praktijk die ook van ver terug komt, is die van de commons (in gezamenlijk gebruik en beheer hebben van grond, weides, viswater, enz.). Eeuwen terug werd dit stelsel met kapitalistisch geweld gesloopt (de enclosures). Bij de herleving in de jaren 1960 van dit verschijnselwaren tegenstanders van commons er als de kippen bij om aan te geven dat het systeem tot mislukken gedoemd was. De Amerikaanse ecoloog Garrett Hardin betoogde dit in zijn artikel The Tradegy of the Commons (1968). Enkele jaren later liet de libertaire Engelse wiskundig aangelegde politicoloog Michael Taylor evenwel in zijn boek Anarchy and Cooperation (1976) zien, dat dit onzin was. Jaren later bevestigde de Amerikaanse econome Elinor Ostrom dit met haar onderzoek (waarvoor haar de Nobelprijs voor economie werd toegekend).

Édouard Jourdain behandelt dit soort zaken in kort bestek. Wie meent iets over het anarchisme te kunnen debiteren, doet er niet verkeerd aan eerst een dergelijke tekst te raadplegen.

Thom Holterman

Jourdain, Édouard, L’anarchisme, Éditions La Découverte, Paris, 2013, 2020, 125 blz., prijs 10 euro   

One Comment leave one →
  1. nayakosadashi permalink
    04/11/2020 20:58

    Wat is modern anarchisme ?

    Inderdaad Bookchin en dat municipalisme. Wat teruggrijpt op Kropotkin.

    C4SS werd groter, de laatste jaren. C4SS is een anarcho mutualistisch/individualistische beweging. Wat dan meer teruggrijpt op Proudhon, dan op Stirner.

    Conspiracy of Fire Nuclei, lijkt erg op het insurrectie anarchisme en illegalisme uit de vorige eeuw. Individueel anarchisme, maar dan de gewelddadige variant ervan. De Stirner variant van anarchisme.

    En dan hebben we nog dat hele ‘queer’ gedoe, dat pretendeert anarchistisch te zijn. Maar, dat is natuurlijk allemaal puberaal gedoe, dat nergens iets mee te maken heeft. Wel is het nieuw en zien we dat sinds de jaren negentig een beetje opkomen. Dit komt dan uit de postmoderne hoek, via een omweg.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: