Spring naar inhoud

Ongebreidelde Democratie En Anarchisme

03/01/2021

De Franse filosoof Claude Lefort (1924-2010) heeft op enig moment de term ‘démocratie sauvage’ in zijn werk geïntroduceerd. Dat werk bestond vooral in het doordenken van problemen aangaande democratie en totalitarisme. In zijn vroege jaren was hij samen met Cornelius Castoriadis (1922-1997) oprichter van de politieke groepering ‘Socialisme of barbarij’. Tevens werd door hen onder dezelfde titel een tijdschrift uitgebracht.

De term ‘démocratie sauvage’ vertaal ik met ‘ongebreideld democratie’. Maar wat kan aan democratie ongebreideld zijn en hoe verhoudt zich dat tot het anarchisme? Deze kwestie wordt door een aantal auteurs onder de loep genomen in het ‘dossier’ van het herfstnummer 2020 van het Franse anarchistische tijdschrift Réfractions. Hieronder een samenvatting op kernpunten van de manier waarop de gestelde vraag behandeld wordt.

Doel van het dossier

In het dossier van Réfractions nr. 45 treft men bijdragen aan van een tweedaagse studiebijeenkomst (gehouden eind februari 2018, in een Parijse universiteit), die tot doel had de bestudering van het idee ‘démocratie sauvage’ als te vinden bij Claude Lefort, een van de belangrijkste Franse filosofen uit de 20ste eeuw. De bijdragen van de studiebijeenkomst zijn in Réfractions aangevuld met enkele bijdragen van auteurs die van buitenaf komen.

De democratie waarmee wij in de loop van enkele eeuwen vertrouwd zijn geraakt, is de vertegenwoordigende, parlementaire democratie. Het betreffende politieke verschijnsel heeft een burgerlijk-kapitalistische ontstaansgeschiedenis en in de statelijke praktijk verschijnt het in vele gedaanten. In Réfractions wordt daarom aangegeven dat het doel van het dossier is de libertaire draagwijdte van het denkbeeld ‘ongebreidelde democratie’ te onderzoeken. Waar van ongebreidelde democratie sprake is, gaat het om de weigering zich te willen onderwerpen, zich gelijk te laten schakelen, in de rij te gaan staan, want het gaat immers om meer dan een eenvoudig verzet. Nochtans blijkt het uiteindelijk steken in verenigbaarheid met een liberale, pluralistische democratie. 

Arthur Guichoux, een van de auteurs, legt het in zijn opiniestuk in het Franse dagblad Libération van vijf september 2020 nog eens uit: ‘Het bijvoeglijk naamwoord ‘sauvage’ herinnert ons eraan dat democratie niet alleen gaat over representatief bestuur en dat het niet alleen de zaak is van degenen die regeren, maar ook die van de geregeerden, vooral wanneer zij het toneel van de collectieve geschiedenis betreden. Er is namelijk geen garantie dat de instellingen voor democratische vertegenwoordiging, met inbegrip van partijen, vakbonden en verenigingen, voldoende zijn om de sociale verdeeldheid te kanaliseren.’ Maar is hiermee duidelijk wat we met ‘wild’ (sauvage) of wel ‘ongebreideld’ aan moeten? Duidt de laatste zin in het citaat er niet op (sociale verdeeldheid kanaliseren), dat het uiteindelijk toch weer gaat om een inpassing in de bestaande maatschappelijke verhoudingen, terwijl ik zou zeggen dat die juist zou moeten worden opgeheven?

De aanzet van Guichoux lijkt mij dan ook vooral bruikbaar om aan te geven dat je met Lefort’s idee binnen het bestaande stelsel blijft. Hooguit zullen aanpassingen van dat stelsel kunnen worden verlangd. Dit betekent dat de libertaire gedachte buiten de reikwijdte van de gedachte van Lefort valt. Die gedachte heeft dan ook verder niets met anarchisme van doen. Wat is hier aan de hand?

Binnen het stelsel blijven of er buiten treden

In het dossier komen bijdragen voor waarin enkele auteurs betogen dat een libertaire toepassing toch mogelijk is. Zij construeren die dan via de Franse filosoof Miguel Abensour (1939-2017), die zelf als libertaire denker een radicale positie inneemt (anders dus dan Lefort). In feite wordt er dan niet meer vanuit Lefort, maar vanuit Abensour gewerkt. Die heeft dan ook een opvatting over ongebreidelde democratie zoals we ook over een ‘wilde staking’ spreken. In dat opzicht is er een onverbrekelijke lijn met het ‘libertaire idee’.

Een van de meest overtuigende argumenten dat Lefort’s ‘ongebreidelde democratie’ niets met anarchisme van doen heeft, is diens gebruik van een rechtsopvatting die binnen het bestaande maatschappelijke stelsel past – waartegen juist het libertaire kritisch potentieel zich richt.

Recht

In de uitleg over de werking van het bestaande maatschappelijke systeem, dat ‘democratie’ wordt genoemd, heeft wetgeving een gewaardeerde functie. Een van de bijdragen wijst erop dat het recht in het Lefortse denken een conflictuele functie krijgt met betrekking tot de macht(hebber). Van ‘instrument tot behoud van de macht’, wordt recht tot ‘instrument van het permanente verzet’. De democratische vrijheden worden daarbij gepresenteerd in de vorm van rechten van de mens.

In het Lefortse denken wordt op deze manier recht een belangrijk verschijnsel voor een voortdurende discussie over fundamenten van democratie. Dat is wel binnen de bestaande machtsverhoudingen. Die worden evenwel gedomineerd door een kapitalistische economie. Dat is precies een economie die anarchisten bestrijden – wat de bestaande machtsverhoudingen niet ongemoeid laat. Het is dus voor anarchisten ongekend als Lefort, geciteerd in een van de bijdragen, zegt: ‘De rechten maken mogelijk een waarlijke socialisatie van de maatschappij’. Al in 1844 formuleerde daarentegen de Duitse individueel-anarchist Max Stirner (1806-1856): ‘Wie de macht heeft, heeft het recht’ en ‘met een handvol macht komt men verder dan een zak vol recht’ (Der Einzige und sein Eigentum).

Alles wat ik hier over recht en rechten lees, is geschoeid op de formele kant van het recht. Dit hangt samen met een liberale gedachte. Zou het om materiële rechten gaan dan kon de toepassing ervan worden afgedwongen. Zo kent de Nederlandse grondwet een catalogus van sociale rechten. Die zijn evenwel geformuleerd in de vorm van ‘volkshuisvesting is de zorg van de regering’. Wel het zal ze een zorg zijn. Dat bleek onlangs op een wel heel schrijnende wijze in een andere overheidssector: duizenden mensen financieel en psychisch in de vernieling geholpen, de rechtstatelijke zekerheden gebroken, vier ministers, de minister-president incluis, als hoofdaanstichters van deze wurging van mensen, de Belastingdienst als hun uitvoerende knevelaar. Ik heb het over de Toeslagenaffaire.

Lefort’s ongebreidelde democratie zal daaraan vanwege de gehanteerde rechtsopvatting niet weten te ontsnappen: de matrix van het maatschappijbestel blijft onveranderd. De libertaire gedachte kan daarbinnen geen toepassing vinden. Je zal buiten het stelsel moeten treden, bijvoorbeeld zoals de Amerikaanse libertaire jurist Lester Mazor (1936-2011) het ooit eens voorstelde. Die schreef onder de titel ‘Against Rights’ (1979) een artikel, waarin hij het formele recht op vrijheid van meningsuiting afwees. Tegelijk eiste hij de uitwerking van het materiele substraat van dat recht: op iedere hoek van de straat, voor gratis gebruik, een kopieermachine en papier en inkt…

Oorspronkelijke scheiding

In de opvatting over ongebreidelde democratie van Lefort, zoals die in verschillende bijdragen in Réfractions wordt gepresenteerd, speelt een element een rol dat ik niet onbehandeld wil laten. Het gaat om de zogeheten ‘oorspronkelijke scheiding’ (van het sociale). Dit is bij Lefort een theoretische – dus niet historische – constructie die al te vinden is bij de Italiaanse politiek filosoof Machiavelli (1469-1527): elke politieke gemeenschap is in tweeën verdeeld. Het ene gedeelte, het volkse (de velen, het volk) dat er niet van houdt bevolen en onderdrukt te worden door de machtigen en het andere gedeelte, de aristocratie (de weinigen, machtigen) die er plezier in heeft het volk te bevelen en de onderdrukken. Lefort neemt dit als een theoretisch punt, als ‘oorspronkelijke scheiding’ over (van Machiavelli).

Verschillende bijdragen in Réfractions werken dit nader uit, waarbij er ook wordt gewezen op het feit dat Lefort zich hier mede aansluit bij de bevindingen van de Franse antropoloog Pierre Clastres (1934-1977). Die zou volgens Lefort tot dezelfde slotsom over de oorspronkelijke scheiding zijn gekomen. Toen ik dat tegenkwam fronste ik mijn wenkbrauwen. Ik was juist al een tijdje geïnteresseerd in wat Clastres ‘politieke antropologie’ noemt. In diens teksten – en ook zijn uitleg in een vraaggesprek met hem – was ik namelijk het tegendeel tegen gekomen (zie de verwerking door mij van dat vraaggesprek op deze site, klik HIER).

Ook Édouard Jourdain wijst in zijn bijdrage in Réfractions erop dat Lefort hier zaken met elkaar verward: Clastres laat juist zien dat bij de door hem bestudeerde inheemse gemeenschappen zonder staat, in het Amazone gebied, er géén scheiding in het sociale bestaat. En bij hen wel heel bewust. Zij wijzen namelijk dwingend gezag af en organiseren het sociale zo, dat dwingend gezag geen kans krijgt om zich te ontwikkelen!

In hoeverre Lefort wellicht voor de introductie van het theoretische uitgangspunt van de oorspronkelijke positie ook gekeken zal hebben naar het bekende boek van de liberale Amerikaanse politiek filosoof John Rawls (1921-2002) weet ik niet. In geen enkele bijdrage in Réfractions kwam ik daarover een aanwijzing tegen. Rawls is degene die in zijn A Theory of Justice (1971) voorstelt uit te gaan van een ‘oorspronkelijke positie’ van een groep mensen, waarbij iedereen blanco in het leven staat. Er rust in zijn woorden een ‘sluier van onwetendheid’ over hen. Ik ben niet gecharmeerd van dit type uitgangspunten, zoals bij Lefort en Rawls, mede vanwege hun onwerkelijkheid. Maar er is meer. Door in hun uitgangspunt mee te gaan, laat je je in een (hun) denkmodel dringen. Als je eenmaal daarbinnen zit, zal je, om geen spelbreker te zijn, de ermee samenhangende logica moeten aanvaarden. Hier speelt dan wat ik noem ‘de diabolische werking van de reductionistische binding’. Kortom, ik laat mij niet binden op de door een ander gemaakte reductie. Maar vaak hebben mensen deze manier van ‘opgesloten’ raken niet in de gaten, wat het ‘diabolische’ ervan uitmaakt.

Claude Lefort, een eenvoudige liberaal geworden

Kijken we nu opnieuw naar de bijdragen van de auteurs in het dossier van Réfractions en begrijpen die als uitkomsten van hun redenaties, dan zien we zeer uiteenlopende effecten. Aan de ene kant komt men auteurs tegen die binnen het door Lefort aangeboden kader redeneren en dan blijkt het ongebreidelde van de democratie bij hem wel mee te vallen. Tevens levert het op dat Lefort als liberaal betiteld wordt.

Om daarop te komen hoeft men niet ingewikkeld te doen. In een brief uit 1985 van Cornelius Castoriadis aan een bekende van hem, schrijft hij: ‘Ik heb al lange tijd geen contact meer met Lefort, die politiek gezien een eenvoudige liberaal geworden is’ (brief opgenomen in Écologie et politique, Écrits politiques, 1945-1997, VII, Éditions du Sandre, 2020, p. 337). Bedenkt men nu dat Castoriadis en Lefort in 1948-49 de groep en het tijdschrift Socialisme et barbarie oprichtten (opgeheven in 1967), dan zou het wel eens zo kunnen zijn, dat Lefort met zijn idee ‘démocratie sauvage’ heeft willen laten zien dat hij zijn wilde haren nog niet kwijt was… Maar bij bestudering van zijn geventileerde ideeën kan men niet anders dan tot de conclusie komen met een liberaal van doen te hebben.

Andere auteurs in Réfractions wisten wel aan te geven dat de libertaire gedachte te verbinden is met de ongebreidelde democratie. Maar daarvoor moesten ze wel Lefort’s ideeën passeren om zo een eigen invulling aan democratie en ongebreideld te geven. Tezamen genomen leverde het geheel een nuttige denkexercitie op als een toelichting op de betekenis van libertaire gedachte – niet zozeer wat de inhoud ervan aangaat (want ook die is niet eenduidig), maar in de zin van procedurele en argumentatieve betekenis. Overigens geen eenvoudige kost allemaal.

Eén bijdrage in het dossier sprong er voor mij uit, die van Antoine Chollet. Ze gaat over het Noord-Amerikaanse populisme van de laatste periode van de 19de eeuw en de ongebreidelde democratie. Ze levert een mooi op zichzelf staand voorbeeld van het bedoelde type democratie èn ze past in een breder betoog over populisme. Ik neem mij voor hier een apart item voor Libertaire orde van te maken.

Naast het dossier vindt men in dit nummer van Réfractions natuurlijk nog de gebruikelijke rubrieken en boekbesprekingen.

Thom Holterman

Réfractions 45, thema ‘Démocratie sauvage et anarchisme’, herfst 2020, 190 blz., prijs 15 euro.

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: