Spring naar inhoud

Kernenergie En Militair Kernafval. Transparantie, een probleem

17/02/2022

De discussie over het gebruik van kernenergie heeft ertoe geleid dat de EU-commissie het een ‘groen label’ heeft verschaft (zie Online). Daarbij is bij uitsluiting van al het andere gedacht aan de productieve kracht van de kerncentrale (bij de productie van elektriciteit komt geen CO2 vrij). Maar de ongelooflijke hoeveelheid COdie vrij komt (a) bij de productie (de bouw) van de centrale zelf en van die van reactor, waaraan toegevoegd (b) het latere afbreken van de centrale en verwerken van het afval, die is niet meegerekend. Zo rekenen we ‘ons’ heden rijk en leggen de lasten op de schouders van latere generaties. Los van deze problematiek weet iedereen dat er ook kernenergie in de militaire sector wordt gebruikt (onderzeeërs aangedreven door kernenergie, om van nucleaire bommen maar te zwijgen). Waar blijft die militaire kernafval eigenlijk? Voor het beantwoorden van die vraag duikt het woord ‘transparantie’ op.

Dat is zo’n woord waardoor de nieuwe bestuursstijl van Rutte bol staat van de gebakken lucht. Het is een term die in de serie ‘Woordgebruik en Maatschappijkritiek’ een enkele keer langskwam en in een recent artikel over militair kernafval, geschreven door twee Franse auteurs, verschillende keren wordt gebruikt. Zij, Patrice Bouveret en Jean-Marie Collin, kaartten in Le Monde van 21 januari 2022 de afwezigheid van (parlementair) debat over die soort afval aan (het artikel is integraal te lezen op de site van de ICANOnline). Waar hebben zij het over als zij het ontbreken van transparantie opmerken en wat is er aan de hand met militair kernafval?

Transparantie

Transparantie verwijst naar openheid binnen de politiek en bestuurszaken of een bestuurlijk of juridisch orgaan. Het betreft de mate waarin (politieke of bestuurlijke) besluitvorming doorzichtig is, dat wil zeggen zichtbaar, open en toegankelijk. Transparantie wordt (al dan niet) beloofd (maar controle daarop is niet mogelijk). We weten inmiddels met zijn allen dat in de Toelagen-affaire de transparantiewijzer op nul stond. Is dat dan de enige zaak waarnaar je kan verwijzen? Neen. Eind januari 2022 kopte de NRC ‘Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft in 2020 een kritisch rapport over tekortschietende controle van wapenvergunningen ingetrokken’. Het artikel leert dat de gang van zaken met het rapport overeenkomsten vertoont met wat er in de zogeheten WODC-affaire van eind 2017 aan de hand was (NRC van 31 januari 2022). Het ministerie (de top) had de boel weggewerkt; minister en parlement konden van niets weten. Transparantie is zoek! Of je nu naar Nederland of Frankrijk kijkt.

Patrice Bouveret

De twee genoemde Franse auteurs gingen op zoek naar de (bestuurlijke) verantwoording van de opslag van Frans militair kernafval. Want waar kernenergie wordt gebruikt, levert dat hoe dan ook afval op. Zo is er vanaf de jaren 1950 een berg militair kernafval geproduceerd in het kader van het Franse militaire programma. De hoeveelheid radioactief militair afval waarmee de huidige generatie en toekomstige generaties mee om moeten gaan is 150 000 m3 groot. Het bestaat uit afgedankt materiaal, ontmantelde kernwapens, net zo goed als gebouwen voor opslag van stralingsgevaarlijke installaties. Deze berg groeit in stilte gestaag als de wetgever daar niet een termijn aan stelt.

Of dit ook een Nederlands probleem is, laat ik in het midden omdat het mij nu gaat om het verschijnsel transparantie en dat is wel degelijk ook een Nederlands probleem (met of zonder Rutte). Het is een algemeen verschijnsel en kan uitermate relevant worden als binnenkort de hernieuwde belangstelling voor de bouw van kerncentrales ook Nederland bezig gaat houden. En met de fiasco’s van ‘grote werken’ in het achterhoofd en met blind geworden doordrijvers van een waanzinnig project, weet je wel wat er te gebeuren staat. Je hoeft maar aan de affaire-Betuwelijn te denken.

De begroting ten behoeve van de realisatie van een ‘groot project’ wordt zo minimaal mogelijk opgezet en de realisatietermijn overzichtelijk gehouden. Als het project eenmaal draait, blijken allerlei zaken niet te zijn meegerekend, plus gaat het project in tijd (jaren) uitlopen. Maar de ‘trein’ rijdt. Dat is nog eens planning!

De transparantie zal vaag worden gehouden (met hier en daar op papier een ‘onvoorzien’). Tekorten gaan al lopende het realisatieproces blijken. Een weg terug is er niet meer. De realisatie wordt met tien jaar overschreden en de begroting gaat vijf maal over de kop. Vergelijk de realisatie van de Betuwelijn, waarvoor nog steeds betaald moet worden… Zo gaat het ook in Frankrijk, dus is het niet zo vreemd dat de twee genoemde auteurs op die transparantie ingaan.

Militair kernafval

Transparantie is volgens de auteurs een essentieel element met betrekking tot hun onderwerp. Er moet bepaald worden welke inhoud een norm krijgt die gebruikt wordt bij het bewaken van ‘de veiligheid van de bevolking, het milieu en de gezondheid van toekomstige generatie’. En met de ‘groene labeling’ van kerncentrales door de EU-commissie hebben we gezien dat beraad in achterkamertjes kan leiden tot een criminele verandering van de norm (zie Online). Gelet op de politieke ervaringen, opgedaan in de jaren Rutte & Co aan de macht, kan met een hoge mate van waarschijnlijkheid aangenomen worden, dat in de discussie over kernenergie ook door de huidige Rutte & Co een sluier over de transparantie gelegd wordt. Aan ons om dat door te hebben. Daarom is het goed ter voorbereiding aandacht voor het Franse voorbeeld te hebben.

Jean-Marie Collin

Wat de Franse auteurs uitleggen begint al bij de cijfers. Je mag transparantie verwachten bij een problematiek die hier aan de orde is (militair kernafval). Of juist niet? Moeten de cijfers juist zand in de ogen strooien? De auteurs, de een, Patrice Bouveret, is directeur van het Observatoire des armements (Observatorium voor bewapening ), de ander, Jean-Marie Collin, is woordvoerder van de ICAN Frankrijk (ICAN; Internationale Campagne voor de Afschaffing van Kernwapens) merken in dit geval op dat het gaat om een ondoorschijnende boekhouding van getallen en een niet in aanmerking nemen van alle geproduceerde afval. Tot dat laatste behoort bijvoorbeeld de afval die ‘verdwenen’ is in vreemd buitenlandsgebied. Dan is er ook het gebrek aan becijfering van de kosten van ontmanteling van installaties. Meer in het algemeen moet worden gewezen op de afwezigheid van debat, waarmee de vinger gelegd wordt op een ernstig democratisch probleem.

In 2021 vertegenwoordigde het militaire kernafval volgens het (Franse) ‘Nationale agentschap voor het beheer van radioactief afval’ (Andra) 9% van de totale voorraad van de kernafval berg. De auteurs betwijfelen in hun studie ‘Militair kernafval. Het gezicht verborgen achter de Franse atoombom’ of dat juist is (Online). Wat zij ontdekten was namelijk dat de cijfers over dezelfde kernafval-eenheden als een jojo veranderden. Een voorbeeld is de al jaren gesloten (toenmalige geheime) locatie waar uranium werd verwerkt (Pierrelatte in het departement de Drôme; gesloten sinds 1977) en waar nog radioactief afval is verzameld. Er liggen daar benoemde eenheden. De gegevens verhoogden plotseling van 760 m3 in 6400 m3 of verkleinden – zonder uitleg en dat terwijl de boel al in 1977 gesloten was. Zo jojode een hoeveelheid hoog radioactief afval van 239 m3 in 2004, in 236 m3 in 2007 en dan weer in 232 m3 in 2016. Wat gebeurt daar vraag je je dan af als de locatie jaren gesloten is? Hier dus millimeterwerk zou je zeggen, maar de kernafval van de atoombomtesten in de Sahara is volledig vergeten. Hier is geen transparantie te ontdekken, wel een sluier.

Nucleair afval van de marine

Ondanks waarschuwingen van de ‘Autorité de sûreté nucléaire’ (Nucleaire Veiligheidsautoriteit) houdt het ‘Commissariat à l’énergie atomique’ (Commissariaat voor Kernenergie) vol om over de 198 ton door de marine verbruikte kernbrandstof (kernonderzeeërs) te spreken over ‘stocks de matières’: materiaalvoorraden, in plaats van over kernafval. Hier zie je andermaal hoe de ingezette definitiemacht een sluier over transparantie werpt! De weigering van het ‘Commissariaat’ om aan het afval de juiste naam te geven (waarop de Franse Rekenkamer en de genoemde ‘Autorité’ wezen), heeft met de kosten van opslag te maken: gewoon ‘afval’ is goedkoper onder de te brengen (definitiemacht!).

Het vervolg van het artikel is verder specifiek Frans. De verwerking van (militair) kernafval is dat natuurlijk niet. Daarom is het goed nog een kwestie te vermelden die de auteurs bespreken: waar blijft het openbare (parlementaire) debat daarover? Wel, het (Franse) parlement zwijgt, sinds 1997. Toen was er één volksvertegenwoordiger, geciteerd door de auteurs, die onderstreepte ‘dat militair ingezet kernenergie, radioactief afval produceert. Dat brengt problemen mee die serieuze aandacht vragen…’. De auteurs pakken dit nu op. De politieke beslissers evenals de publieke opinie, mag niet langer van deze kwestie wegkijken, menen zij. En terecht.

Thom Holterman

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: