Spring naar inhoud

Autonome Instituties In Chiapas (Mexico) En Rojava (Noord-Syrië)

13/03/2022

De Franse jurist en oud-docent Pierre Bance vond het jaar van de honderdvijftigste verjaardag van de Parijse Commune – 2021 – een mooie gelegenheid een artikel te schrijven onder de titel ‘De institutionele organen en structuren van de autonomie in Chiapas en in Rojava. Wat leren die ons?’. Het is namelijk gebruikelijk te lezen of te horen dat de Zapatistische opstand in Chiapas en de Koerdische revolutie in Rojava haar erfgenamen zijn. Zeker, zowel in Mexico als in Noord-Syrië hebben de revolutionairen met de communards van 1871 het streven naar emancipatie door communalisme en federalisme gemeen. Niettemin, om dit te bereiken, nam elke opstand tegengestelde wegen om daar te komen.

Pierre Bance, anarchistisch activist, revolutionair syndicalist en voormalig uitgever, is al jaren geïnteresseerd in de politieke en sociaaleconomische ontwikkelingen in Rojava (Koerdisch Syrië). Uitgebreid behandelde hij die problematiek aldaar in zijn boek De fascinerende democratie van Rojava, Het Sociaal Contract van de federatie van Noord-Syrië. Dit boek werd besproken door Freddy Gomez op de site AutrefuturOnline.

Hieronder gaat het om het genoemde en door mij vertaalde en bewerkte artikel van Pierre Bance. Het artikel is integraal te raadplegen op de site Presse fédéralisteOnline (inclusief de noten, die ik in mijn vertaling heb weggelaten). [ThH]

Twee wegen

Alvorens verder te gaan, wijst Pierre Bance erop de demografische en geopolitieke verschillen tussen Chiapas en Rojava in gedachten te houden. Hij werkt dan ook twee wegen uit richting autonomie. Tevens moet men begrijpen dat noch de Indianen van Chiapas, noch de Koerden van Rojava beweren dat zij modellen bouwen. Het zijn slechts ervaringen, broedplaatsen van verzet tegen de mondialisering, waarvan de lessen onze eigen bezinning moeten voeden en misschien op een dag onze weg naar een federatie van autonome gemeenten zullen wijzen. [Zie aan het eind van dit artikel mijn ‘pepernoot’; thh.]

De Zapatisten in Chiapas hebben resoluut gekozen voor een project van directe democratie. In Rojava is de vastberadenheid van de leiders en activisten niet minder. Het proces om te komen tot een staatloze samenleving, althans een maatschappelijke organisatie teruggebracht tot een functionele staat, verloopt evenwel trager en is gecompliceerder. Dit heeft alles te maken met de aldaar heersende oorlogssituatie, legt Pierre Bance uit. Toch is het interessant de instellingen te vergelijken, die zijn opgericht om een samenleving bestaande uit autonome instituties tot stand te brengen, en vervolgens de doeltreffendheid en duurzaamheid ervan te garanderen [..].

Beginselen van een politiek tegen staat en kapitaal

Politieke autonomie is de bereidheid en het vermogen van een gemeenschap om zichzelf binnen een grondgebied, de gemeente, te besturen, en, indien nodig, met andere gemeenten te federeren, volgens een procedure die zowel de gemeentelijke autonomie als de autonomie van elke federale formatie waarborgt. Proudhon zei al: ‘Het centrum is overal, de omtrek nergens’. Dit oude idee van het opheffen van de scheiding tussen de geregeerden en de regeerders, van het zich voortdurend distantiëren van welke staats-, patriarchale, religieuze, economische of andere macht dan ook, loopt als een rode draad door het Zapatistische avontuur, net als door de Koerdische tragedie.

Autonomie, zoals begrepen door deze twee optieken, is geen onafhankelijkheid. De Zapatisten zijn niet van plan zich van Mexico af te scheiden, en huldigen dan ook een zekere mate van patriottisme en de paradoxale overtuiging dat de natiestaat een bolwerk is tegen het neoliberalisme. De Koerden van Rojava, die een federalistische langetermijnstrategie volgen en zich niets aantrekken van grenzen, willen zich niet afscheiden van Syrië. In feite dwingt het realisme hen zich bezig te houden met de door de internationale gemeenschap erkende staat, en elk van hen presenteert zijn politieke systeem als een kans voor zijn land.

Pierre Bance doorloopt dan de korte (politieke, ideologische) geschiedenis die voorafgaat aan de beide gebieden (Chiapas en Rojava) als beheerst door het marxisme-lenisisme, waarna de adoptie van ideeën over autonome communes, federalisme, democratische federalisme. Dan kan hij vervolgens opmerken: zowel de Zapatisten als de Koerden willen de historische kloof tussen marxisme en anarchisme overbruggen, maar terwijl de eersten weigeren daar expliciet naar te verwijzen, theoretiseren de laatsten hun autonomie en hun federalisme, plannen veranderingen volgens hun nieuwe politieke denken en verkondigen een veelvoudig universalisme (un universalisme de la multiplicité). Wat dit laatste punt betreft, sluiten zij zich aan bij de wens van de Zapatisten om globale logica’s en lokale bijzonderheden met elkaar te verenigen.

‘U bevindt zich op rebels zapatistisch gebied. Hier regeert het volk en de regering gehoorzaamt.’

Om zichzelf te besturen verwerpen de Zapatisten alle constitutieve teksten, alle wetten, alle planning, alle schijn van een staat. Zij zijn van plan hun politiek systeem aan te passen door voort te gaan op de weg, die door de autonomie is geopend en te doen wat zij zeggen. De opstandige Chiapaneca’s hebben niettemin politieke referentiepunten. Daar zijn drie fundamentele beginselen van af te leiden:

• een expliciete antikapitalistische positie;

• een politiek project buiten het statelijke systeem, zijn politieke partijen en zijn periodieke verkiezingen, om;

• een directe democratie geleid door basisgemeenschappen.

De Koerden hebben in tegendeel gekozen voor een Handvest van Rojava in 2014 en het Sociaal Contract van de Democratische Federatie van Noord-Syrië in 2016. Het omvat de beginselen van communalisme, federalisme en directe democratie. Net als in een klassieke staatsgrondwet worden in het eerste deel de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden opgesomd, waarvan kan worden gezegd dat ze worden nageleefd, ook al is er sprake van enige ontsporing, zoals in alle democratieën. In een tweede deel wordt in detail de instellingen van een proto-staat weergegeven.

Voordat Pierre Bance de instituties en hun werking gaat bespreken, wil hij eerst preciseren dat het kapitalisme in Chiapas en Rojava niet op dezelfde manier wordt behandeld. Dit is geen onbelangrijk punt in relatie tot het begrijpen van de verschillende institutionele situaties. De Zapatististen veroordelen het kapitalisme in het algemeen en laten het neoliberalisme achter zich. Hun doelstelling is zelfvoorziening na te streven als factor van autonomie. Voor de Koerden regelt het Sociaal Contract dit in de loop van de tijd zodat, op dezelfde manier als de gemeenschappelijke beweging de Staat zal vervangen, de sociale economie weer de kapitalistische economie zal vervangen.

Ook al hangen Chiapas en Rojava af van coöperaties, toch kent die vergelijking haar grenzen. Chiapas is een samenleving van kleine individuele of gemeenschappelijke eigendommen en beperkt haar ‘buitenlandse handel’ met de marktmaatschappij tot het strikte minimum. Rojava is de korenschuur van Syrië, en de Noord-Syrische Federatie is rijk aan oliereserves. De Koerden en Arabische bondgenoten drijven, ook, schaamteloos, handel met elke koper van hun tarwe en olie, Damascus voorop, omdat zij hun bevolking moeten voeden. Evenzo doen zij, omdat hun voortbestaan ervan afhangt, een beroep op externe deskundigheid voor het onderhoud van hun olie- en waterkrachtcentrales, en op buitenlandse investeringen voor de ontwikkeling van hun economie en de wederopbouw van hun infrastructuur.

Instituties van directe democratie

Het ontkennen van elke vorm van constitutionaliteit betekent niet dat men geen grondwet en instituties heeft. Deze worden misschien niet ingevuld of op papier gezet, maar bestaan wel en kunnen, bij wijze van gewoonte, een quasi-bindende vorm aannemen. Dit laatste is het geval in Chiapas, terwijl Noord-Syrië verwijst naar het geschreven woord, het Sociaal Contract. In deze twee autonome gebieden is de institutionele structuur vergelijkbaar, hoewel in Syrië een centraliserende tendens waarneembaar is. Zowel de Chiapas-gemeenschap als de Rojava-gemeente zijn plaatsen van collectieve organisatie, gedreven door een streven naar consensus in besluitvorming, actie en conflictoplossing. Ook wordt, verwijzend naar de raden van ouderen, wijzen of anderen, betoogd dat de communalistische organisatie slechts het aangepaste product is van de voorouderlijke tradities van het gemeenschapsleven van de Indianen, Koerdische of Arabische stammen.

Indien deze, evenals andere historische, religieuze of ideologische factoren, een positieve invloed hebben gehad op de ontwikkeling van de twee politieke en sociale stelsels van zelfbestuur, dan nog zijn het, in Amerika zowel als in Mesopotamië, nieuwe ideeën die botsen met de patriarchale orde van de caciques (dorpshoofden) en de sjeiks. Vervolgens beschrijft Pierre Bance de verschillende institutionele ‘figuren’ om daarna samenvattend op het volgende te wijzen.

Er zijn zo’n zevenduizend gemeenten in Rojava, hoewel die niet het hele grondgebied bestrijken. In de Arabische gebieden botst de oprichting van gemeenten soms met traditionele instellingen, zoals stammen en clans. De twaalf gebieden van Chiapas zijn volledig autonoom. De negen Syrische regio’s zijn gefederaliseerd binnen het Noord- en Oost-Syrische autonome bestuur, terwijl in het Rojava-handvest van 2014 de drie Rojava-regio’s ook volledig autonoom waren. Er is dus sprake van het doorzetten van het federalisme, wat niet wordt voorgesteld als een zorg om centralisatie, maar als een behoefte aan coördinatie en solidariteit tussen de regio’s.

Chiapas, de directe democratie floreert

In Chiapas vormt de ‘gemeenschap’ (dorp), georganiseerd met een gemeenschapsvergadering en opbouwwerkers (des agents communautaires), de basis van de maatschappelijke organisatie. De gemeenschappen zijn gefederaliseerd in autonome gemeenten met een gemeenteraad. De gemeenten vaardigen drie tot vier vertegenwoordigers af naar de algemene regionale vergadering, die slechts enkele dagen per twee of drie maanden bijeenkomt en een permanente ‘Raad van Goed Bestuur’ benoemt. Deze laatste bestaat uit een tiental of een twintigtal leden, afhankelijk van het gebied, en wordt verdeeld in teams die elkaar afwisselen, bijvoorbeeld om de veertien dagen. De band met de gemeenten en dorpen blijft sterk. De Raad van Goed Bestuur is verantwoordelijk voor de coördinatie en de uitvoering van collectieve besluiten op het gebied van middelenbeheer, onderwijs, gezondheid, justitie, enz. Die Raad kan als bemiddelaar optreden bij intermenselijke of interinstitutionele conflicten die op een lager niveau (gemeenschap of gemeente) niet zijn opgelost. Hij vertegenwoordigt ook de gemeenschap bij de Mexicaanse autoriteiten.

Voor elk van de assemblees is de ambtstermijn kort, twee of drie jaar, en niet verlengbaar. De roulatie van functies voorkomt professionalisering, aangezien iedereen kan en moet deelnemen aan het politieke leven. Er wordt voortdurend heen en weer gepraat tussen de Raad van Goed Bestuur, de Algemene Vergadering van het district en de gemeenten en dorpen over een ontwerpbesluit.

Het ratificatieproces kan tijd in beslag nemen. Indien er geen consensus is, wordt het besluit in stemming gebracht, waarbij het minderheidsstandpunt niet terzijde wordt geschoven, maar wordt gehandhaafd om eventueel de keuze van de meerderheid aan te vullen of te vervangen indien deze niet blijkt te voldoen. Alle afgevaardigden moeten zich strikt aan hun mandaat houden en met de achterban overleggen indien zij menen geen mandaat te hebben voor de aan de orde gestelde kwestie. Zij zijn herroepbaar en onbezoldigd, waarbij de mandaterende gemeenschap de gezins- en beroepsverplichtingen van de mandataris overneemt.

Zapatistisch fresco, Chiapas

Zodra een besluit is genomen, passen de besluitvormingsorganen het beginsel toe van ‘regeren door te gehoorzamen’ (mandar obedeciendo). Dit betekent dat het bestuursorgaan, met inbegrip van de regionale ‘goede regering’, slechts gehoorzaamt aan het mandaat van de assemblees, die haar op elk moment tot de orde kunnen roepen; zelfs een dorpsvergadering heeft deze bevoegdheid. Er is ook een toezichthoudend orgaan, de commissie van toezicht, die hoofdzakelijk de maandelijkse, halfjaarlijkse of jaarlijkse rekeningen controleert die door de Raad van Goed Bestuur worden opgesteld.

We kunnen, aldus Pierre Bance, spreken van een staatloze maatschappij met een bestuur dat niettemin solide en gestructureerd is, van een volledige directe democratie waarin de wetgevende en de uitvoerende macht zijn samengevoegd in de assemblees van de autonomieën en in de Raad van Goed Bestuur, die juist geen regering is maar een zelfbestuur.

Hier zou het begrip zelfbestuur in Rojava meer zeggingskracht hebben dan het in Chiapas gebruikte begrip zelfbestuur. Feit blijft dat de Zapatisten, zonder geschreven grondwet of corpus juris, maar veeleer met gewoonterecht dat voortdurend wordt aangepast, op weg zijn naar de beste manier om autonomie tot werkelijkheid te maken.

Rojava, de directe democratie wordt geconstrueerd

De instellingen en het bestuur zijn veel ingewikkelder in Noord- en Oost-Syrië dan in Chiapas. Het Sociaal Contract is een zeer originele ‘grondwet’ en is geen getrouwe transcriptie van het democratisch confederalisme. Zij weerspiegelt veeleer een tussenfase die ‘de democratische natie’ wordt genoemd. Hadiya Yousef, de voorzitter van de grondwetgevende vergadering, zegt het zo: ‘Het is tegelijkertijd een zuiver communalistisch systeem en een echt parlementair systeem’.

Voor velen zijn dit twee onverenigbare politieke systemen. Communalisme, onlosmakelijk verbonden met directe democratie, kan niet samengaan met parlementarisme. Voor de Koerden is het een kwestie van de juiste weg vinden in een vijandige context. Het Sociaal Contract, dat niet bij referendum maar alleen door bij consensus benoemde afgevaardigden is goedgekeurd, geldt voor de drie regio’s van Rojava en dient als ‘ethische’ referentie voor de vier Arabische regio’s.

De autonomie van de gemeente is opgenomen in artikel 48 van het Sociaal Contract: ‘De gemeente is de fundamentele organisatievorm van de directe democratie. Op alle besluitvormingsniveaus functioneert de gemeente als een onafhankelijke vergadering’. De territoriale gemeente is de bijeenkomst van de inwoners van een dorp, een wijk, om zich vrij te uiten. Het Sociaal Contract geeft haar echter niet de middelen om buiten zichzelf directe democratie uit te oefenen.

De gemeenten van Rojava zijn vanuit een institutioneel standpunt als scholen voor politieke vorming te zien, die veel lokale problemen oplossen evenals conflicten. Tegelijk blijven het plaatsen waaraan eisen worden gesteld: de gemeente zorgt voor het onderhoud van de infrastructuur of de bevoorrading, of voor bestuurlijke aangelegenheden die het Autonome Bestuur aangaan. Zij zijn dus geen centra van wetgeving en goedkeuring zoals de gemeenschappen in Chiapas. [..]

Het parlementaire apparaat is zeer compleet. Elke bestuurlijke eenheid in Rojava (gemeente, district, kanton, regio en federatie) heeft een gekozen vergadering en een uitvoerend orgaan. Een Constitutionele Raad ziet toe op de correcte toepassing van het Sociaal Contract; vooralsnog is hij niet ingesteld. Op federaal niveau zou het Congres van Democratische Volkeren, een echte nationale vergadering, zetelen. Driehonderd gekozen vertegenwoordigers, evenveel mannen als vrouwen, zouden zitting hebben voor vier jaar, eenmaal verlengbaar. De verkiezingen voor de regionale assemblees en het Congres, die gepland waren voor januari 2018, zijn echter niet doorgegaan vanwege veiligheidsproblemen in verband met de oorlog.

Gemeenschapsbijeenkomst – Rojava

Het Autonome Bestuur van Noord- en Oost-Syrië bestaat uit een Algemene Raad van zeventig leden, negenenveertig afgevaardigden uit de regio’s en eenentwintig technische administrateurs die worden benoemd volgens plaatselijke procedures die niet echt doorzichtig zijn. Op basis van consensus tussen de regio’s wordt een uitvoerende raad benoemd, een echte regering van een twintigtal ‘ministeries’. Het Autonoom Bestuur neemt wettelijke of bestuursrechtelijke maatregelen die in beginsel voor de gehele Federatie gelden, waarbij de regio’s een marge van opportuniteit behouden ten aanzien van de uitvoering ervan. Dit is het geval met de wet op de militaire dienst van 10 juni 2020, om slechts de laatste belangrijke tekst te noemen.

Bekijkt men dit in detail dan ziet men een bureaucratisch construct, verre van democratisch confederalisme. Men kan zelfs vraagtekens zetten bij de legitimiteit van het Autonome Bestuur bij gebrek aan verkiezingen of duidelijke aanstellingswijzen. Pierre Bance voert hier vervolgens aan dat er sprake is van respect voor de Rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, zoals je dat nergens anders in het Midden-Oosten aantreft. Dit maakt dat je niet kan spreken over een dictatuur, zegt hij waarop hij laat volgen: ‘Het is een revolutionaire democratie met een veelheid van problemen die de normale werking van de instellingen en de opbouw van een bevrijde samenleving in de weg staan’. [Dit valt niet ontkennen, maar stond bijvoorbeeld Lenin een eeuw geleden ook niet voor grote problemen om het socialisme in te voeren en wat volgde, toen, daarna…; thh.]

De politico-militaire bemoeienis

Gelet op de penibele situatie voor beide nieuwe maatschappelijke systemen is het goed dat Pierre Bance ook daarop ingaat. Zowel in Chiapas als in Rojava speelt namelijk het revolutionaire leger een belangrijke rol gezien de omstandigheden waarin de autonome entiteiten zijn ontstaan en de dreigingen waarmee zij worden geconfronteerd.

Het Zapatistische Leger voor Nationale Bevrijding (EZLN) is een politiek-militaire organisatie. Zij is het die de autonomie tot stand heeft gebracht en de duurzaamheid en veiligheid ervan waarborgt. [..]

De situatie in Noord-Syrië is anders, daar is een politieke partij en een leger. De partij is de Partij van de Democratische Unie (PYD) en haar politiek platform de Syrische Democratische Raad (SDC). Het leger bestaat uit de Volksbeschermingseenheden (YPG) en de Vrouwenbeschermingseenheden (YPJ). Het zijn Koerdische revolutionaire milities die zich in het leger hebben geïntegreerd en de ruggengraat ervan vormen. Zonder de PYD zou er in Rojava geen revolutie zijn geweest, geen vernieuwend politiek project. [..] Nog delicater is de situatie van het leger, en meer in het bijzonder van zijn chef-staf, Mazloum Abdi. Deze generaal is gevormd door de PKK en staat dicht bij de Amerikanen. Kwesties die daarmee samenhangen worden in het publieke debat nog niet openlijk aan de orde gesteld, aldus Pierre Bance.

Enkele conclusies

Als we ons beperken tot de instellingen, is het duidelijk dat er twee verschillende manieren zijn om tot een direct democratische samenleving te komen, gebaseerd op de autonome gemeente en het federalisme:

• die van Chiapas weigert elke andere ideologische referentie dan ‘van onderop en politiek links’; ze constitutionaliseert niet, ontwerpt geen plannen, voert alle ‘mechanismen’ van autonomie in en verfijnt haar project in de vorm van ‘werk in uitvoering’;

• die van Rojava verwijst naar de democratische natie en naar een ideologie die een democratisch confederalisme voorbereidt; ze redigeert in die zin een grondwet, stelt elk jaar een algemeen beleidsprogramma op en werkt een begroting uit; ze kent overgangsorganen, met name een proto-regering, die zich ver van een directe democratie bevindt, maar doet dat zonder af te zien van het idee om een communalistische en libertaire samenleving tot stand te brengen zodra de vrede is teruggekeerd.

Alle twee de manieren dienen volgens Pierre Bance te worden ondersteund: ‘Een kritische ondersteuning, vrij van romantiek en dogmatisme. Voor democraten of revolutionairen die een andere toekomst willen, vrij van staat en kapitaal, zijn zij unieke en hedendaagse bronnen van inspiratie en bezinning. Zij wijzen op deze fundamentele vraag: 

Welke organisatorische hypothese moet worden aangenomen na een geslaagd federalistisch revolutionair proces, om te voorkomen dat de staat opnieuw gaat heersen, òf omdat de afwezigheid van sterke autonome instellingen haar vrij spel laat, òf omdat de nieuwe democratische instellingen, door de oude te vervangen, hem in leven houden?’.

Pierre Bance (vertaald en bewerkt door Thom Holterman)

[Het artikel verscheen eerst in Fédéchoses nr. 191, december 2021 en werd vervolgens verspreid door de site Presse fédéraliste, alwaar het integraal is te lezen, Online. De noten die bij het artikel behoren zijn aldaar te raadplegen.]

Pepernoot:

Op Libertaire orde zijn diverse boeken over beide situaties besproken. Voor Rojava zie: Online. Voor Chiapas: OnlineOnlineOnline.

Wat Europa aangaat, is direct na de Tweede wereldoorlog aandacht gevraagd voor de positie van de gemeente. Die moest als basis worden genomen voor een hernieuwde opbouw. De Zwitserse historicus Adolf Gasser heeft daar toen met zijn boek Gemeentevrijheid als redding van Europa (1947) inzicht in verschaft hoe dat zou kunnen gebeuren. De Duitse anarchosyndicalist Helmut Rüdiger heeft vervolgens Gasser’s boek als uitgangspunt voor een overdenking genomen, zie: Online. En kort geleden nog konden we meemaken een opstand der gemeenten, Online. [ThH]

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: