Spring naar inhoud

Silvio Gesell En De Theorie Van De Natuurlijke Economische Orde

22/05/2022
Silvio Gesell

In de theorievorming van het anarchisme is weinig aandacht voor economische vraagstukken. Zeker, er kan op de Franse anarchist Proudhon (1809-1865) gewezen worden en op de Nederlandse anarcho-syndicalist Christiaan Cornelissen (1864-1942). Dat is niet genoeg.  Overigens is het gebrek aan aandacht niet echt vreemd. Anarchisten hebben hun kritische pijlen vooral op het verschijnsel ‘dominantie’ gericht. Daarnaast hebben zij het verschijnsel ‘organisatie’ op constructieve manier in behandeling genomen. Economische vraagstukken heb ik zelf verwaarloosd, mede door mijn concentratie op het verschijnsel ‘recht’. Onlangs werd ik evenwel geconfronteerd met de ‘Freiwirtschaft’ dat wil zeggen ‘economie zonder overheersing’. Hieronder meer daarover. [ThH]

De beweging van de economie zonder overheersing of wel ‘Freiwirtschaft’

Het is enkele jaren geleden dat een Duits libertair internet-tijdschrift, espero, het licht zag en waaraan ik ging meewerken. Uit de redactie van dat tijdschrift leerde ik de Duitse socioloog Markus Henning kennen. Samen met zijn vrouw Ulrike Henning-Hellmich hebben zij de werkgemeenschap ‘Economie zonder overheersing’ opgericht (zie Online). Hun doel hebben zij als volgt geformuleerd: ‘De structurele hervormingen van het geldstelsel, het grondstelsel en de bedrijfsstructuur die met de economie zonder overheersing worden beoogd, beschrijven een transformatieconcept waarvan de erkenning door het sociaalecologisch geïnteresseerde publiek nog steeds op zich laat wachten.’ Met hun website willen zij een bijdrage leveren aan het debat erover. Hun inspiratiebronnen zijn de ‘economie zonder overheersing’, het libertaire socialisme en het anarchisme. Zij richten zich daarbij met name op de Duits-Argentijnse libertaire, monetaire econoom Silvio Gesell (1862-1930).

Voor de discussie wordt er door Markus en Ulrike Henning een tekstverzameling uitgegeven onder de titel Textsammlung zu Freiwirtschaft und libertärer Ökonomie (Verzameling van teksten over de economie van Silvio Gesell en libertaire economie). Daarvan is onlangs Deel 4 uitgekomen, getiteld Die Freiwirtschaftsbewegung in der SBZ/DDR 1945-1955(De beweging van de economie zonder overheersing in de (SBZ/DDR = Sovjet Bezettingszone in de Duitse Democratische Republiek). De tekst is van de hand van Markus Henning waaruit ik enkele passages ter algemene informatie zal vertalen. Eerst nog iets over de vertaling van de term Freiwirtschaft. ‘Wirtschaft’ laat zich makkelijk vertalen met ‘economie’; ‘Frei’ met ‘vrij’. Echter ‘vrije economie’ is het niet, want het ‘Frei’ verwijst hier naar ‘Freigeld’ en ‘Freiland’. Die laatste twee zal ik letterlijk vertalen. In de literatuur kom je ook tegen de beschrijvende term Vrijgeldbeweging. Voor Freiwirtschaft gebruik ik, tot iemand mij op een mooiere vertaling wijst, de omschrijving ‘economie zonder overheersing’.

Na het vallen van de ‘Muur’ (Berlijn, 1989) rolde bij de eerste verkiezingen in het eens bezette deel van Duitsland de leus van een politieke groepering door de straten ‘Nooit meer socialisme!’. Henning gaat in zijn inleiding van Deel 4 in op deze gevoelens. Toch zal bij het zoeken naar een duurzame economische orde een serieus debat over concepten van socialisme in een markteconomie niet uit de weg kunnen worden gegaan.

Henning: ‘Misschien kan een niet onbelangrijke bijdrage worden geleverd door terug te blikken op het werk en de uiteindelijke vernietiging van de Vrijgeldbeweging in de Sovjet-bezettingszone (SBZ) tijdens de eerste naoorlogse jaren. Het gaat om het blootleggen van de historisch begraven wortels van een socialistische, maar niet om die van de plan-economische ‘Derde Weg’. Ook het sociaalecologisch geïnteresseerde publiek kan baat hebben bij een groter inzicht in de Vrijgeldbeweging en de structurele hervormingen die zij nastreeft.

Met een blik op de theoretische grondlegger van de economie zonder overheersing, de Duits-Argentijnse geld- en landhervormer Silvio Gesell (1862-1930) begint het onderzoek. Er wordt gekeken naar Gesell’s theorie van een Natuurlijke Economische Orde (NWO) en naar de ontwikkeling van de daarop gebaseerde Vrijgeldbeweging in Duitsland vanaf het begin tot het einde van de tweede wereldoorlog.

Natuurlijke economische orde

‘Het model waarop de aspiraties van de economie zonder overheersing zijn gebaseerd, is een niet-kapitalistische markteconomie en wortelt in de door Silvio Gesel geformuleerde theorie van een natuurlijke economische orde door vrijland en vrijgeld. Onder die titel verscheen voor het eerst in 1916 zijn hoofdwerk. Gesell presenteerde daarin op een systematische en theoretisch onderbouwde manier het door hem ontwikkelde concept van een algemene monetaire en landhervorming’, zo opent Henning het eerste hoofdstuk.

Gesell heeft voortgebouwd op auteurs die hem voorgingen. Zo vermeldt Henning dat Gesell kritisch bij de eigendoms- en geldtheorie van de anarchistische nationaal econoom Pierre-Joseph Proudhon (1809-1865) aanknoopt. Tegelijk ontwikkelt hij verder de ideeën van de grondhervormers Theodor Hertzka (1845-1924), Henry George (1839-1897) en Michael Flürscheim (1844-1912) [in Nederland bestond de Stichting Grondvest, die het gedachtegoed van Henry George propageerde, zie Online; thh.]. Het doel van Gesell is het overwinnen van de twee door hem geïdentificeerde basisbolwerken van het kapitalistisch economisch systeem – rente en landpacht. Hij ziet dat in de beschrijving van Henning als volgt voor zich.

1.  Vrijgeld  Door de invoering van een effectief kwantitatief gecontroleerd ‘vrij geld’, dat onderworpen is aan een druk op de omloop ervan als gevolg van periodiek waardeverlies, zou de menselijke economie bevrijd moeten worden uit de wurggreep van een disfunctioneel monetair systeem, dat uitsluitend wordt beheerst door de onafhankelijke dwang van op rente gebaseerd gebruik.

2.  Vrijland  Tegelijkertijd met de hervorming van de geldfunctie eiste Gesell de terugbrengen van bodemschatten en natuurlijke hulpbronnen in de handen van de collectiviteit. Het noodzakelijkerwijs monopolistische particuliere eigendom van de niet-reproduceerbare natuurlijke hulpbron grond moest door socialisatie worden omgezet in ‘vrije grond’ (vrijland). Percelen zouden kunnen worden verhuurd voor individueel of collectief gebruik, en de huuropbrengsten zouden dan ten goede komen aan de collectiviteit.

Markus Henning wijst er nog op dat Gesell daarbij vasthield aan een gelijke verdeling onder moeders, dit om hun economische onafhankelijkheid – ook van mannen ­– te waarborgen.

Economie zonder overheersing en anarchisme

‘Gesell zag in de verwezenlijking van dit hervormingsconcept de voorwaarde voor een vrijemarkteconomie zonder kapitalistisch-staatssocialistische afhankelijkheden, zonder economische crises, werkloosheid, sociale ellende en zonder exploitatie van mens en natuur.

Met de economie zonder overheersing streefde Gesell een breed emancipatoir doel na, namelijk het scheppen van economische verdelingsrechtvaardigheid, een gelijk speelveld voor markteconomische concurrentie en een structurele openheid voor uiteenlopende vormen van vrijwillige economische associaties. Dit ging gepaard met een radicaal concept van individuele en sociale emancipatie, waarmee hij zich duidelijk afzette tegen het marxisme, niet alleen op het gebied van de economische theorie, maar ook op politiek gebied. In zijn laatste boek, Der abgebaute Staat (1927), plaatste Gesell zelf heel logisch het door hem bepleite project uitdrukkelijk in een anarchistische traditie.

Markus Henning werkt dit uit tegen het licht van de ontwikkelingen in de DDR tijdens de Sovjetbezettingsperiode (1945-1955). De Vrijgeldbeweging heeft zich opnieuw willen ontplooien. Hij beschrijft hoe de nieuwe organisatie eerst in de westelijke bezettingszone is opgezet, met de ‘Bond Economie zonder overheersing’ en een eigen maandblad om daarmee uitdrukking te geven aan een libertair socialisme. Dat zou weer een uitstraling op de oostelijke bezettingszone moeten hebben. Zo ontstond in die zone de ‘Nieuwe bond – Vrijheidslievend-Sociale Vereniging’ en het werken aan de instelling van grond- en wooncoöperaties en nederzettingen.

Dit was toch niet waar het ‘reëel bestaande socialisme’ op zat te wachten. Henning beschrijft hoe de reactie was van de communistische machthebber in het DDR-gebied. Een golf van justitiële (strafrechtelijke) terreur ontstond tegen politieke oppositiegroepen. In het voorjaar 1948 begon de sovjet geheime dienst NKWD [Volkscommissariaat voor Binnenlandse Zaken, vooral bekend van het Hoofddirectoraat voor staatsveiligheid] de activisten van Vrijgeldgroepen te arresteren, zodat na verloop van tijd alle organisatievormen van vrijgeld-initiatieven volledig uitgeschakeld waren.

Conclusie en vooruitzichten

Markus Henning heeft nog enkele overwegingen aangaande de haalbaarheid van het Vrijgeld-model in een slot paragraaf, getiteld ‘Conclusie en vooruitzichten’. Onder de indruk van de onmiddellijke botsing van twee politico-economische systemen – zowel het westerse kapitalisme als het Sovjet-Russische communisme – werd het model van een socialistische markteconomie, gebaseerd op een drastische monetaire en landhervorming, tijdens de naoorlogse periode door de beweging van de economie zonder overheersing opgesteld. Dit model van een ‘Derde Weg’ tussen kapitalisme en staatscommunisme heeft niets aan actualiteit ingeboet en zou ook vandaag nog emancipatorische bouwstenen kunnen bieden voor toekomstgerichte perspectieven, meent Henning.

Autoritaire structuren sluiten zichzelf af tegen elke mogelijkheid van hervorming. Daarom kan een serieuze zoektocht naar economische alternatieven nooit abstraheren van de voorwaarden van individuele en sociale vrijheid. Indertijd werd dit idee door moedig optredende leden van de Vrijgeldbeweging verwoord in hun pleidooi voor een libertair socialisme.

Deze richting werd ingeslagen, ingegeven door strategische overwegingen, om experimentele stappen te zetten in de richting van een structurele hervorming van de land- en geldorde, niet door deelname aan de politieke macht, maar op basis van vrijwillige deelname en geweldloosheid tegenover andersdenkenden. Het is mede in dit opzicht van meer dan alleen historisch belang om de lotgevallen van de Vrijgeldbeweging in de SBZ/DDR te bestuderen, aldus Henning. Het leert ons vooral dat machtspolitieke aspiraties consequent moeten worden overwonnen. De reorganisatie van de economische relaties vereist een cultuur van menselijkheid en kritiek op overheersing, wederzijdse hulp, vrijwillige vereniging, sociaal zelfbeheer en politieke openheid.

Rudolf Rocker (1873-1958), een belangrijk anarchist en analyticus van totalitaire regimes van de 20e eeuw, verwoordde het kort na de Tweede Wereldoorlog in een pakkende formule: ‘[…] socialisme zal vrij zijn of het zal niet zijn!’.

Thom Holterman – Samenvatting en vertaling van: Markus Henning, Die Freiwirtschaftsbewegung in der SBZ/DDR 1945-1955, Deel IV, 2022 – (Online; hier vindt men ook de noten bij die bij deze tekst horen). Markus Henning heeft naast dit historisch-inhoudelijke Deel IV nog een essay geschreven onder de titel ‘Anarchistische economie’ (zie Online) waarnaast ook nog een bijdrage getiteld ‘Anarchisme en Freiwirtschaft’ (zie Online).

One Comment leave one →
  1. Korinde permalink
    24/05/2022 17:27

    Zeer interessant stukje

    De kwestie geld en economie, is voor mensen EXTREEM belangrijk. Toch hoor je anarchisten er niet zo vaak over. Ja, het kapitalisme is slecht, zegt de anarchist. En dat is het dan. Maar wat willen ze dan wél?

    Aangezien veel anarchisten geen economische antwoorden hebben en alleen maar verwijzen naar hun post economische utopieën, haken mensen af.

    Proudhon schreef wel over economie. Hij pleitte voor: Vruchtgebruik, coöperatie en vrije markt. Eigenlijk, een kapitalisme minus de staat en minus privaat bezit van land. Maar die laatste twee gaan samen. De staat faciliteert privaat bezit van het land

    Tucker en Spooner gaan hiermee verder, in Amerika, in de 19de eeuw. Met hun economische markt anarchisme.

    En in deze tijd, gaan mensen als Kevin Carson ermee door. Het boek : studies in mutualist political economy, is een geniaal werk van Carson en laat zien wat de anarchistische perceptie van economie is, of kan zijn.

    Ik denk ook dat deze ‘derde weg markt systemen’ wel veel waarde kunnen hebben voor deze tijd. neoliberalisme faalt en we weten wat staat communisme is, dat werkt ook niet. Daarom hebben dit soort markt socialistische theorieën betekenis. Mits ze uit hun niche weten te stappen. En mits ze mensen aan zich weten te binden.

    Waarom kennen mensen Henry George niet? Waarom bestaat er wel iets als de SP, maar niet een georgistische partij? Het zijn terechte vragen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: