Spring naar inhoud

‘Kernenergie Is Gevaarlijk, En Degenen Die Ermee Omgaan Ook’

26/06/2022

Bernard Laponche

De kop boven dit item is een opmerking van de Franse fysicus en polytechnisch ingenieur Bernard Laponche (84 jaar). Hij is tevens oud kernenergie ingenieur van het Franse Commissariaat voor kernenergie (CEA) in Saclay (Fr.). Daar begon hij in 1961 te werken. Maar net als de wiskundige Alexandre Grothendieck, veranderde hij in de jaren 1970 volstrekt van opvatting en is sindsdien een steunpilaar van de antikernenergie-beweging.

In een uitgebreid vraaggesprek met het tijdschrift Reporterre , afgenomen door Gaspard d’Allens en Émilie Massemin, vertelt Laponche over wat hij in de coulissen van de kernenergiesector heeft meegemaakt. Ik vertaal hieruit enkele gedeelten die mij als ‘algemeen’ voorkomen waar het betreft het verraad van de politiek. Het gaat over Frankrijk van toen en het mag leerzaam zijn voor wat Nederland te wachten staat. Want het lijkt erop alsof in dat land de paarden al gelopen hebben: doe mij maar drie nieuwe kerncentrales; houdt ‘Borselen’ maar open tot na 2030 [ThH]

Het begin

In het gesprek erkent Laponche, dat het werken bij het CEA interessant was. ‘Ik was pro-nucleair van beroep. Ik was me totaal niet bewust van de problemen aangaande afval en radioactiviteit; ik had mezelf nooit de vraag gesteld over de risico’s. We hadden het er niet over. Er waren mensen die aan deze kwesties werkten; de werkzaamheden waren zeer gecompartimenteerd.’

Daarna komt uitgebreid de ontwikkeling vanaf 1945 van de civiele en militaire kernenergie aan de orde. Het was in 1969 dat Bernard Laponche zich voor de kernenergie-politiek ging interesseren. ‘In 1969-1970 ging ik mij realiseren hoe kennis werd gecompartimenteerd. Wij gingen werken aan het opengooien van de boel (ontschotting). Er werden informatieboekjes gemaakt: over nucleaire technologie en veiligheid, over radioactiviteit, nucleaire brandstofindustrieën, afval en risico’s voor werknemers, enz. Ze hadden buitengewoon succes’, aldus Laponche.

De ommekeer

Het leverde wel op dat hij sinds 1970 kernenergie criticus werd. Dit viel samen met de ontwikkeling van een antikernenergie-beweging. ‘Het was een kritiek die evenzeer van wetenschappers als van burgers kwam en die honderdduizenden mensen mobiliseerde,’ zegt hij. ‘In februari 1975 riepen 400 wetenschappers de bevolking op om “de installatie van kerncentrales te weigeren totdat ze een duidelijk besef hebben van de risico’s en gevolgen”. Een paar maanden later richtten een aantal van hen de ‘Groep van Wetenschappers voor Informatie over Kernenergie’ (GSIEN) op. Ook verenigingen, zoals ‘Les Amis de la Terre’ en ‘Survivre et Vivre’, opgericht in 1970 rond de wiskundige Alexandre Grothendieck, hebben zich met de kwestie beziggehouden.’

‘We hadden Grothendieck uitgenodigd voor een conferentie in Saclay in 1972. Hij was een bekende, gerespecteerde wetenschapper. De zaal was vol. De wetenschappers van Saclay waren woedend: een ‘geleerde’ permitteerde het zich te zeggen, in het hart van hun koninkrijk, dat kernenergie gevaarlijk was. De directie accepteerde geen kritiek. Claude Fréjacques, directeur scheikunde, een eerlijk man, vertelde me destijds: ‘Je hebt gelijk, kernenergie is gevaarlijk, maar de behoefte aan energie in de wereld is zo groot dat we dit gevaar moeten accepteren’.’

[In deze laatste uitspraak zit de angel: de irrationaliteit van het accepteren van gevaar! Want waarom zouden we bijvoorbeeld niet streven naar terug dringen van de behoefte aan energie (gelukkige soberheid)? Immers, ‘de echte kwestie is: zou het probleem mogelijkerwijs niet hoeven te bestaan?’, citaat ontleend aan de Zwitsers fysicus en kernenergie ingenieur Pierre Lehmann, 1933-2021; thh.]

Het verraad van de politiek

Kernenergie is een kwestie van macht, van politieke macht en politiek verraad, van lobby en ‘omkopen’, zo vat ik een aantal besproken kwesties samen. Het laatste, ‘omkopen’, geschiedt in Frankrijk door dorpen en kleine steden veel (overheids)geld te beloven als ze niet dwarsliggen voor de bouw van kerncentrales, voor het toestaan op hun grondgebied van de inrichting van een gigantische ondergrondse kernafval-opslagplaats (zoals begin jaren 2000 in Bure aan de Maas). Laponche geeft aan dat de politieke kwestie waarop hij doelt zich ontwikkelt in de periode van de Franse parlementsverkiezingen in 1978.

Bernard Laponche: ‘We hadden veel verwacht van deze verkiezingen. De ‘Vrienden van de Aarde’ en de CFDT (Confédération française démocratique du travail; een reformistische vakbond) hadden een nationale petitie gelanceerd tegen kernenergie en voor een verandering in het energiebeleid. François Mitterrand en praktisch alle leiders van de PS ondertekenden het. Het programma van de Socialistische Partij (PS) beloofde een nieuw energiebeleid en vooral een duidelijke kritiek op kernenergie.’

Dan in 1981, wordt François Mitterrand (PS) tot president van Frankrijk gekozen. Laponche: ‘In de presidentiële campagne van Mitterrand in 1981 hadden van de 100 voorstellen van hem er drie betrekking op kernenergie: het stopzetten van Superphenix, geen lancering van de bouw van nieuwe kerncentrales en een groot nationaal debat over kernenergie. Hij had ook beloofd het kerncentraleproject in Plogoff op te geven.’ Nadat Laponche uitgelegd heeft wat er vervolgens politiek gezien plaatsvond rond de kwestie van de Franse kernenergie, wijst hij op een documentaire die enkele jaren later erover wordt uitgezonden. Daarin ziet men Marcel Boiteux, oud-bestuurder van de EDF (Franse nationale elektriciteitsmaatschappij) van 1967-1987. Die zegt: ‘Een paar dagen voor zijn verkiezing ontving de heer Mitterrand me en zei tegen me: “Laat mij Plogoff maar, ik regel de rest voor je”.’ Laponche dan: ‘Het is verschrikkelijk! De staat zette het nucleaire programma voort en bouwde veel te veel reactoren.’

Het ongeval dat zich niet zal voordoen

Hart van reactor 4 Tsjernobyl na de explosie van 1986.

Hoe dit verraad door de Franse socialistische partij te verklaren? Laplonche: ‘Sinds 1945 zijn Franse politici, in navolging van De Gaulle, bijna unaniem pro-kernenergie, zowel voor civiele als militaire. Er is geen debat. Kernenergie gaat echter over macht.’ ‘De staat wordt van binnenuit ondermijnd. Beslissingen worden gemonopoliseerd door een kleine pro-nucleaire groep, die van de mijnbouw, aan wie de staat de macht heeft toevertrouwd over alle technische zaken – kolen, mijnen, ijzer, staal, olie, nucleair.’ ‘Haar leden staan ​​zowel aan het hoofd van de desbetreffende administraties, de bedrijven in de sector als in ministeriële kabinetten. Deze ‘elite’ kenmerkt zich door haar smachten naar macht. André Giraud, polytechnicus en ‘baas’ van het mijnbouw corps, die in de olie had gewerkt voordat hij algemeen bestuurder van de CEA werd, was vanuit dit oogpunt ongelooflijke arrogant: in 1974 verzekerde hij u dat er in 2000 twintig Superphenixen in de wereld zouden zijn en 400 in 2020.’

Laponche nog steeds: ‘Deze macht is erfelijk, ze wordt overgedragen en versterkt zich. Op enkele uitzonderingen na, zijn hoge ambtenaren wat ik noem ‘pro-nucleair loopbaan gericht’. Voor kernenergie is een noodzaak om vooruitgang te boeken in het hoge bestuur, ook onder de hoogopgeleiden – het is een vorm van loyaliteit. Zodra een lid het niet eens is over het onderwerp, wordt hij als ernstig ziek beschouwd.’

Inmiddels had Laponche samen met een ander in februari 1988 de Internationale Raad voor Energie (ICE) op gericht ten behoeve van onderzoek en advies in zake het beheersen van energie. Zij werkten over de hele wereld om (bestuurlijk) verantwoordelijken gevoelig te maken voor efficiënt energiegebruik en duurzame soorten energieopwekking. In zijn hoedanigheid als technisch adviseur betreffende energie en kernenergie werd Laponche in 1998, in het ministerie voor Milieu geïntegreerd (waar de ecologiste Dominique Voynet van 1997-2001 minister van Milieu was).

Laponche: ‘Ik ontdekte hoe het hart van de staat werkte. In die tijd las ik middeleeuwse geschiedenis en ik vond in de regering een perfect feodaal systeem, met zijn koning en zijn grote heren. Op een dag, tijdens een interministeriële vergadering, zei ik dat premier Lionel Jospin niets begrepen had van ik weet niet meer welk onderwerp. Onmiddellijk riepen de adviseurs van Jospin luid: “Bernard, hoe kun je zoiets zeggen, verontschuldig je onmiddellijk!” Het woord van de meester was heilig”.’

Onttakeling van reactor 3 van de kerncentrale Fukushima in 2011.

Laponche zegt dat hij snel zijn illusies verloor over het gedrag van de elites. ‘Op een dag nam ik deel aan een ontmoeting tussen minister voor Milieu, Dominique Voynet en de bestuursvoorzitter van EDF, François Roussely. Voor de laatste was er geen probleem met radioactief afval, het was genoeg om het te begraven. Wat het ongeval in Blayais in december 1999 betreft [een Franse kerncentrale die onderwater dreigde te komen te staan; thh.], waar we dicht bij een ramp gekomen waren, was het voor hem slechts een incident van geen belang. Zijn antwoorden in het gesprek waren de kroeg waardig, het was hopeloos en zeer verontrustend.’ [Over hoe het risico en het daadwerkelijk gelopen gevaar wordt gebagatelliseerd op hoog niveau, zie ‘Kernenergie: het ongeval dat zich niet zal voordoen’, op de site Reporterre, zie Online; thh.]

‘Welke conclusies trekt u uit deze ervaring bij de overheid?’, vraagt Reporterre aan Bernard Leponche. Zijn antwoord is duidelijk:

‘Het versterkte mijn overtuiging: kernenergie is gevaarlijk en degenen die ermee omgaan zijn net zo gevaarlijk! Het zijn idioten (‘ce sont des furieux’) die kernenergie ten koste van alles verdedigen en bereid zijn daarvoor te liegen!’

[Het vraaggesprek met Bernard Laponche werd gehouden door Gaspar d’Allens en Émilie Massemin; vertaald en bewerkt door Thom Holterman; de integrale tekst met noten is te vinden op Reporterre, zie Online.]

Nederlandse verhoudingen

In Nederland lopen lui als Rutte en Kaag rond. De ene liegt nog makkelijker dan de ander. ‘Doe mij er maar twee kerncentrales’, zegt de een en de ander reageert met: ‘Lijkt me een goed plan’. En dat onderonsje zet dan met behulp van een akkoord van de Tweede Kamer een ‘staatsmachinerie’ in werking die een ‘groot project’ gaat leiden (‘Grote Projecten Regeling’). De gevolgen kennen we van andere grote projecten (zoals: Betuwelijn). Iedereen die niet meeloopt in de karavaan wordt als ‘disfunctioneel’ voor het systeem beoordeeld. Dan word je weggemoffeld of er wacht ‘een functie elders’…

Nederland is een dichtbevolkt land en daar ga je nog wat kerncentrales plaatsen. Dat doe je als je gek geworden bent. Van die soort lopen er een boel rond in de politiek, in de hoogste regionen van menig ministerie en in het veld van het militair-industrieel complex. ‘Jullie zijn de gevaarlijkste mensen’. Paul Goodman zei het al tegen hen in oktober 1967.

Thom Holterman

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: