Skip to content

Jacques Ellul (1912-1994): Tegen Het Technologisch Totalitarisme

08/12/2013

Ellul.kop

Jacques Ellul.    Er wordt vaak gedacht dat Ellul techniek volstrekt afwijst. Hij zou zelfs aan technofobie leiden en hij zou in zijn denken reactionair zijn. Kortom, niet iemand om op een libertair medium mee voor de dag te komen, tenzij men ook libertairen onder dergelijke kwalificaties  schaart…

In een vraaggesprek met zijn leerling Patrick Chastenet verklaart hij naar aanleiding van dit type kwalificaties: ‘Ik heb geen enkel verlangen om naar het verleden terug te willen. Maar sinds Taylor en zijn wetenschappelijke organisatiemodel van de arbeid, wordt ons constant herhaald dat de mens zich aan de techniek moet aanpassen. Neen, het hoort net andersom te zijn’. Ellul legt dan uit dat hij pleit voor een herinrichting van de maatschappij waar de mens niet volledig ondergeschikt is aan de techniek, niet in zijn werk noch in zijn vrijetijdsbesteding.

Fragmenten uit vorenbedoeld vraaggesprek zijn, samen met een aantal passages uit teksten van Ellul over techniek, door de Franse econoom Serge Latouche tot een bundel van beperkte omvang samengevoegd. De titel ervan luidt Jacques Ellul contre le totalitarisme technicien. Latouche, oud-hoogleraar economie en bestrijder van de kapitalistische groei-economie, ziet in Ellul een voorloper van de hedendaagse Franse anti-groei beweging. Die beweging gebruikt de slak als symbool, zoals die in het logo van de ‘Beweging van de groei-weigeraars’ is terug te vinden.

OmslagEllul

Jacques Ellul

Latouche heeft de bundel voorzien van een uitgebreide inleiding, die uit twee delen bestaat. Eerst behandelt hij een vijftal thema’s die de kern uitmaken van Ellul’s sociale en techniek kritiek. In het tweede deel gaat hij in op enkele beperkingen van Ellul’s opvattingen, waarbij overigens blijkt dat het vooral om misverstanden gaat.

Alvorens over te gaan tot de bespreking van de techniekkritiek, eerst iets over Ellul zelf.

Hij beheerst al vroeg een aantal vreemde talen. Hij studeert rechten en gaat dat zelf op verschillende plekken in Frankrijk doceren (zoals aan de Universiteit van Bordeaux). Ellul is een veelzijdige persoonlijkheid, die na de tweede wereldoorlog ook geschiedenis en organisatiesociologie zal doceren. Hij heeft een uitgebreid oeuvre op zijn naam gebracht, waaronder zijn beroemde drieluik waarin hij zijn kritiek op de techniek verwoordt, te weten: (1) La technique ou l’enjeu du siècle (1954), (2) Le système technicien (1977) en (3) Le bluff technologique (1987).

In de bundel van Latouche draait het om een beperkt deel van zijn gedachtegoed, te weten zijn kritiek op de buitensporigheid van het technologisch denken en zijn analyse van het technisch totalitarisme. Wat Ellul aangaat, is het goed om te bedenken dat diens denkbeelden zich op twee vlakken afspelen: (a) het kritisch sociale vlak waarbinnen zich ook zijn technologiekritiek bevindt en (b) het theologische vlak met een christelijk-religieus (mystiek?) karakter. Hierbij is opmerkelijk de relatie met een protestantisme dat in het verleden heersend was aan de Vrije Universiteit Amsterdam, alwaar Ellul in 1965 een eredoctoraat in de juridische faculteit is verleend.

Dat Ellul ook tot een bepaalde stroming in het anarchisme wordt gerekend, heeft met het volgende te maken. Ellul verzet zich tegen wat hij noemt de politieke illusie. De uitwerking daarvan is anarchistisch te noemen, want hij wijst erop dat het een illusie is te menen, dat de burger door een politieke weg te bewandelen de staat kan beheersen of controleren dan wel veranderen. Deze anarchistische insteek mengt zich met zijn christelijk-religieuze opvatting tot wat men christen-anarchisme noemt. Het is de stroming waartoe hij wordt gerekend. Latouche besteedt hier geen aandacht aan. Hij concentreert zich op de kritisch sociale kant van Ellul en dan in het bijzonder hetgeen tot de décroissance wordt gerekend: het afwijzen van het groei-denken.

Nul groei

De inleiding van Latouche maakt duidelijk welk verband er is tussen de sociale kritiek van Ellul en de hedendaagse anti-groei beweging. Aan de hand van een vijftal thema’s laat hij zien op welke wijze Ellul tot een van voorlopers is te rekenen van die beweging. De thema’s betreffen:

1.  De kritiek op de verschafte redenen van de groei.

2.  Het verkorten van de arbeidstijd.

3.  De aanklacht tegen de ontwaarding van producten (terugbrengen van de economische levensduur) als veroorzaakt door de technische vooruitgang.

4.  Het failliet van het beloofde geluk van de mens in de fase van de moderniteit.

5.  De kolonisatie van de verbeelding door de techniek als bron van de verslavende afhankelijkheid van het consumentarisme.

Slak

Hieronder enige toelichting op deze vijf thema’s:

(1)  Ellul bestrijdt de groei als paradigma van het onverstand. Groei is een obsessie geworden. Men vraagt zich niet meer af: Groei van wat?, Is deze groei nuttig?, Waar dient deze groei voor? Het is helemaal niet de bedoeling dit soort vragen te stellen, laat staan er antwoorden op te bedenken. Dit spreekt voor Ellul al uit het feit dat het enige waarin groei wordt uitgedrukt is: cijfers (het gaat dus om een kwantitatieve benadering). En daar is een magisch getal voor bedacht, uitgedrukt in Bruto binnenlands product (BPP).

(2)  Het verkorten van de arbeidstijd is, net als het eerste, eveneens een thema dat de anti-groeibeweging bezighoudt. Vanwege de technische mogelijkheden fixeert Ellul zich op een drastische reductie van de arbeidstijd. Indertijd, toen in Frankrijk de discussie over de 35urige werkweek werd gevoerd, merkte hij op: ’Vijfendertig uur? Wel neen, dat is een volstrekt verouderd uitgangspunt. Het doel moet zijn om twee uur per dag te bereiken’.

Tegelijk erkent hij dat dit niet zonder risico’s is: de verveling en de leegte kan toeslaan. Ook andersoortige problemen zullen om oplossing vragen. ‘De mens heeft er behoefte aan zich ergens voor te interesseren en het is juist het gebrek aan interesse dat ons heden ten dage al nekt’, aldus Ellul. Kortom, hier beluistert men geen technofobie bij hem. Integendeel. De reductie van de arbeidstijd is juist verbonden aan de technische vooruitgang en de mechanisatie.

(3)  Het lijkt normaal dat oude producten, huishoudelijke apparaten en machines die nog goed zijn, toch vervangen moeten worden door nieuwe. Ellul verzet zich hier tegen met zijn aanklacht tegen het paradigma van de veroudering van producten. Dat paradigma stuurt de noodzaak tot het denken in termen van wat Illich noemt disvaleur (wat ik vertaal met het ontwaarden van goederen). Het gaat hier om economische waarde, niet om technische waarde. Het apparaat werkt immers nog goed, maar er zijn nieuwere versies van het zelfde apparaat op de markt. Die moeten worden verkocht.

Om die verkoop te stimuleren heeft de industrie wat bedacht: de ingebouwde veroudering. Daarmee is de technische levensduur terug te brengen, zodat de noodzaak tot aanschaf van een nieuw apparaat zich vanzelf voordoet. Daarnaast wordt tegelijk een zodanige fabricagemethode gehanteerd, die maakt dat een apparaat niet is te repareren. Latouche heeft zelf met name over deze problematiek gepubliceerd.

In feite komen we met de problematiek van het met opzet terugbrengen van de technische levensduur door de industrie, het verschijnsel van de kapitalistische sabotage tegen. Daarover had Emile Pouget het al in zijn brochure Le sabotage uit 1898.

Sabot

Deze kapitalistische sabotage is niet alleen in apparaten te ontwaren, hele culturen worden er door vernietigd en bevolkingsgroepen worden in armoede gedompeld. Zo verdween de Indonesische sisal cultuur door een enkele Nederlandse onderneming, die synthetische draden ging produceren en ging de indigo cultuur van de Touaregs ten onder door de ontdekking van aniline.

De basisgrondstof voor deze synthetische producten wordt door de petrochemische industrie geleverd (benzeen). Vraag: zijn de kosten die met de verdwijning van de oude culturen samenhangen in de prijs van de synthetische draden en van de aniline verwerkt? Het antwoord ligt voor de hand: de armoede van de diverse bevolkingsgroepen in het ene deel van de wereld, heeft winstuitkeringen opgeleverd aan bezitters van waardepapieren in olie in het andere deel van de wereld. Dit is de definitie van ‘mondialisering’?

(4)  De moderniteit zou het grootste geluk voor het grootste aantal mensen brengen. Ellul constateert in dat kader een vanzelfsprekendheid: ‘De ideologie van het geluk vereist een groei van de consumptieve welvaart. Daarmee wordt een terrein bouwrijp gemaakt voor nieuwe behoeften. Maar des te meer de consumptie groeit, des te krachtiger moet de ideologie van het geluk worden ingezet om de leegte van deze absurde cyclus te vullen’. De welvaart wordt afgemeten aan de groei van het Bruto binnenlands product (BPP), dat zelf weer een bedrieglijk verschijnsel is. Ellul: het BPP is fetisj geworden.

Alles wat wordt geproduceerd en uitgegeven, wordt als positief beschouwd, want is optelbaar binnen het BPP. Dit is inclusief de productie die schadelijk is voor mens en milieu en inclusief de uitgaven die noodzakelijk zijn om het schadelijke te neutraliseren (zoals het veroorzaken van milieuverontreiniging en de erop volgende bodemsanering). Wil je dit waanzinnige handelen stoppen, dan kan dit alleen met een nul groei. De kroniek waarin Ellul dat in juli 1983 bespreekt, heet dan ook Croissance zéro (opgenomen in de bundel).

(5)  De dynamiek van de kunstmatige behoeftecreatie vormt een van de belangrijkste steunpunten van het technologisch systeem en daarmee van de consumptiemaatschappij en de groei. Men speurt naar het kunnen produceren van perfect onnutte zaken. Het is niet zo vreemd dat daarbij ook het woord hype wordt gebruikt, ook al heeft men het over een stoffelijke zaak. In die hoedanigheid blijft het toch vooral lucht, want aangeboden in overdreven media-aandacht. In ‘Politieke economie 2’ kwamen we dit al op deze site tegen als de ‘institutionalisering van het onnut’.

Er wordt geproduceerd, waaraan geen enkele behoefte is en wat niet correspondeert met enig nut, vaart Ellul uit. Er zijn dan ook uitgebreide reclamecampagnes nodig en de meest stompzinnige tv-spots om de behoefte aan onnut er in te hengsten. Niets wordt overgelaten aan de eigen verbeelding: de hersens worden ervoor geformatteerd.

De mythe leeft dat de machine de mens bevrijdt. Dit is in sommige opzichten niet onmiddellijk onjuist, maar binnen het systeem van een kapitalistische groei-economie vindt er nu juist een kolonisatie van de verbeelding plaats. ‘De behoeften worden kunstmatig gecreëerd door de publiciteit en zij corresponderen zodanig met geformatteerde hersens, dat ze worden ervaren als van nature bestaand’, merkt Ellul in een vraaggesprek op (in de bundel opgenomen; het werkwoord formatteren voer ik in mijn vertaling van de tekst in). De kolonisatie is geslaagd…

Nulgroei

Het maandblad La Décroissance

Lijsten Cohn-Bendit

“Zij hebben de ecologie verkocht”.

Groei-weigeraars

Deze inzichten van Ellul zijn door de Franse groei-weigeraars verwerkt. Daarbij komen ook bepaalde beperkingen in beeld, die door Latouche in het tweede deel van zijn inleiding worden behandeld. Een aantal van die beperkingen van Ellul’s optiek dragen evenwel enkele misverstanden in zich. Latouche houdt zich in dit deel nadrukkelijk bezig met het geven van een toelichting daarop.

Zo heeft de techniek niet een alom autonoom karakter. Het kan niet zonder prikkels vanuit ‘de economie’ en die prikkels hangen weer samen met de economische logica (winst maken). Maar Ellul heeft dat zelf ook wel door, zo laat Latouche zien als hij Ellul citeert: ‘Ook al is de techniek autonoom wat zijn organisatie en doelen aangaat, toch komt zij de economie tegen als blokkade’.

Ellul heeft geen enkele politieke illusie. Daarin ligt zijn afwijzing van de utopie besloten. Utopie is iets van een optimistisch alternatief, wat Ellul – als pessimist – afwijst. Evenwel, strijd is hij in zijn leven niet uit de weggegaan: zo zat hij tijdens de bezetting van Frankrijk in de tweede wereldoorlog in het verzet (La Résistance), heeft hij zich beziggehouden met de preventieproblematiek van de jeugdcriminaliteit en is hij actief geweest in het kader van de ecologie. Maar hij heeft nooit aan politieke verkiezingen deelgenomen.

Willen we werkelijk veranderen, dan moet je willen ontsnappen aan het meedoen in het ‘politieke spel’. Je moet je niet laten verleiden om het staatsapparaat te willen aanpakken, want dat is slechts een lokmiddel en blijkt weldra een valstrik, heeft Ellul verkondigd. Wat hij daarentegen oppert is het tot uitdrukking brengen van tegenmacht. In die richting moet de ecologische stroming zich ontwikkelen, meent hij, zonder zich in het spel van de politici te verliezen.

Na de inleiding van Latouche komt men nog een zevental teksten van Ellul tegen, waaronder enkele kronieken van hem over specifieke onderwerpen, enkele fragmenten uit een vraaggesprek en twee fragmenten uit het laatste deel van zijn techniekdrieluik, te weten De technologische bluf. De net honderd pagina’s tellende bundel geeft met dit al een verhelderend beeld van Ellul’s sociale kritiek en diens afwijzing van het technologisch totalitarisme.

Thom Holterman

LATOUCHE, Serge, Jacques Ellul, contre le totalitarisme technicien, Éditions Le passager clandestin, Neuvy-en-Champagne, 2013, 107 blz., prijs 8 euro.

Aantekening

[ 1 ]  Op Wikipedia is een uitgebreide biografie over Jacques Ellul te vinden, klik HIER. Er bestaat een vereniging, ‘International Jacques Ellul Society’ met een eigen site, klik HIER. De hommage die Ivan Illich bracht aan Ellul na diens overlijden, staat op Internet; klik HIER.

[ 2 ]  Meer informatie over Ellul, maar dan wat diens ‘christen-anarchisme’ aangaat, is te vinden op de site de AS-redacteur André de Raaij; klik HIER.

[ 3 ]  De Franse beweging van de groei-weigeraars en ook de ‘Partij van de Afnemende Groei’ gebruiken de slak als logo. Het gaat hier om de ‘wijsheid van de slak’, zoals door Ivan Illich ooit uitgelegd. Voor de beweging, klik HIER en voor de partij HIER.

Serge Latouche is verwant aan deze beweging; vergelijk zijn boek Bon pour la casse, dat ik op deze site besprak; klik HIER.

[ 4 ]  Het tijdschrift La Décroissance van de beweging van de groei-weigeraars (voor de site ervan, klik HIER) hekelt regelmatig allerlei leidende figuren die zich in de politiek als ‘groen’ manifesteren. In het  Franse weekblad Marianne van een paar jaar terug daarover een informerend verslag; klik HIER. Deze informatie sluit aan bij Ellul’s oproep om je verre van de politiek te houden.

Advertisements
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s