Spring naar inhoud

Sébastian Faure: Anarchisme Als Revolutionaire Kracht (1921). Synthetisch anarchisme

22/12/2019

Sébastien Faure

In de bloemlezing getiteld A Libertarian Reader, samengesteld door Engelse (?) anarchist Iain McKay, is een toespraak van de Franse anarchist Sébastien Faure uit januari 1921 opgenomen. Faure bespreekt daarin verschillende bewegingen als revolutionaire krachten – zoals de socialistische beweging, de vrijdenkers, het syndicalisme en de coöperatieve beweging. De Amerikaanse anarchist Robert Graham bericht daarover op zijn site en ik reproduceer diens conclusie uit de toespraak van Faure.

Faure stelde dat het anarchisme een synthese van verschillende krachten vertegenwoordigt. Binnen de anarchistische beweging zelf pleitte hij voor een ‘anarchistische synthese’ waarin de beste aspecten van anarchistisch individualisme, syndicalisme en communisme worden gecombineerd. Hij erkende dat anarchisten in 1921 een kleine minderheid binnen revolutionair links waren geworden, maar hij vond dat het beter was om duidelijk en consequent te zijn in zijn ideeën en acties dan om massale populariteit te bereiken door zijn eigen principes in gevaar te brengen. Faure’s toespraak werd gepubliceerd als een pamflet, inclusief een Engelse vertaling door Red Lion Press in 2005. De inhoud van de update van A Libertarian Reader is te vinden op de site Anarchist Writers.

Hieronder zal ik eerst een klein portret van Sébastien Faure schetsen. Vervolgens geef ik enkele alinea’s weer, aan de hand van wat Robert Graham van de toespraak van Faure op zijn site opnam. Ik vertaalde en verkorte de tekstgedeelten. [ThH]

Klein portret

Sébastien Faure (1858-1942) is een Franse anarchist en vrijdenker. Hij zette onder meer met de Franse revolutionaire anarcha-feministe Louise Michel (1830-1905) het tijdschrift ‘Le Libertaire’ op (een naam ontleend aan het tijdschrift in 1858 opgericht door Joseph Déjacque – 1821-1864). Ten tijde van de Dreyfus-affaire steunde hij Alfred Dreyfus. In 1904 richtte hij de libertaire school genaamd ‘La Ruche’ op. Faure was eveneens de bedenker en organisator van de Encyclopedie Anarchiste (1934), waar hij zelf voor schreef en waaraan vele anarchisten uit zijn tijd meewerkten. Hij hield zich daarnaast bezig met wat hij ‘synthetisch anarchisme’ noemde, uitgaande van het bestaan van drie tendensen binnen het anarchisme, te weten het communistisch anarchisme (of libertair communisme), het anarcho-syndicalisme en het individueel anarchisme.

De achtergrond ervan is het volgende. In de jaren 1920 liep de discussie over hoe anarchisten zich zouden (moeten) organiseren. In die discussie mengde zich ook de Dielo Truda groep. Die was samengesteld uit Russische vluchtelingen in Frankrijk. Zij hielden zich bezig met het denken over een Platvorm-organisatie voor het anarchisme (Dielo Truda platform). Faure had het daar niet op begrepen omdat hij vreesde dat daarmee de traditionele anarchistische ideeën werden bedreigd. Hij zag meer in een ‘synthetisch anarchisme’; voor hem waren de drie door hem genoemde tendensen niet met elkaar in strijd, maar vormden juist elkaars aanvulling. Elk van die tendensen had zijn eigen functie binnen het anarchisme: libertair communisme had een toekomstige maatschappij in het vizier gebaseerd op verdeling van de productie uit arbeid overeenkomstig de behoeften van iedereen; anarcho-syndicalisme bundelde de krachten tot een massabeweging en zag hij als de beste vorm van anarchistische praktijk; individueel anarchisme leverde gedachten ten behoeve van de afwijzing van overheersing en bevestigde het individuele recht tot persoonlijke ontplooiing. Tot zover het kleine portret. Hierna volgt een aantal alinea’s uit de toespraak van Faure uit 1921.

Anarchisme als revolutionaire kracht

Sébastien Faure:   ‘Het anarchisme is in feite de vereniging van alle krachten waarover ik deze avond heb gesproken. Het is, zoals ik zei, de synthese: anarchisme voert met de vrijdenkers de strijd tegen religie en tegen alle vormen van intellectuele en morele onderdrukking; – anarchisme levert met de Socialistische Partij strijd tegen het kapitalistische regime; – anarchisme is met het syndicalisme in haar strijd voor de verlossing van de arbeider en tegen de uitbuiting van de arbeid door werkgevers; – anarchisme is met anderen in samenwerking in hun strijd tegen het commerciële parasitisme en tegen de tussenpersonen die de profiteurs van dit parasitisme zijn. Kortom, had ik geen gelijk om te zeggen, dat het anarchisme als de synthese van alle andere revolutionaire krachten uit de bus komt; dat het die krachten verdicht, bekroont en verenigt

Het anarchisme respecteert geen enkele vorm van overheersing van de mens over de mens, geen enkele vorm van uitbuiting van de mens door de mens, aangezien het alle vormen van gezag aantast: politieke autoriteit: de Staat; economische overheersing: Eigendom; morele gezag: Vaderland, Religie, Familie; juridisch gezag: rechterlijke macht en politie. [..]

Van alle krachten van de revolutie die ik heb genoemd, telt het anarchisme misschien wel de minst aantal aanhangers. Wij houden ons niet voor de gek als het gaat om onze numerieke kracht, wij weten dat wij geen compacte bataljons hebben, zoals de socialistische partij, de vakbondsbeweging en de coöperatie-beweging: de anarchisten zijn altijd al een minderheid geweest, en – vergeet niet wat ik zeg – zij zullen altijd een minderheid blijven. Dat is onvermijdelijk. [..]

Een minderheid, ja: maar het is niet nodig om met velen te zijn om veel werk te doen. Soms is het beter om minder talrijk en de beste te zijn: hier weegt de kwaliteit op tegen de kwantiteit. Ik geef de voorkeur aan honderd personen die overal zijn, die gaan waar er werk te doen is, waar intelligentie en activiteit te vinden zijn; ik geef de voorkeur aan honderd personen die spreken, schrijven, handelen, die zich hartstochtelijk bezighouden met propaganda, boven duizend die stilletjes thuisblijven en zich inbeelden dat ze hun plicht hebben gedaan wanneer sommigen donaties hebben betaald en anderen hebben gestemd.

Anarchisten zijn en zullen dus altijd met weinigen zijn, maar ze zijn overal. Zij zijn wat ik de gist noem die het deeg doet rijzen. Je ziet ze overal doordringen. Naast de paar duizend verklaarde anarchisten die georganiseerd zijn, zien we velen in andere groepen zitten: sommigen in de vrijdenkersbeweging, anderen in de Socialistische Partij, weer anderen in de C.G.T. [Franse vakbondsfederatie]. Ik ken zelfs een groot aantal, in kleine steden en op het platteland, die zich aansluiten bij de socialistische beweging zonder hun anarchistische ideeën op te geven. Ze worden gedreven door de behoefte om iets te doen, gedreven door de wens om betrokken te raken bij de lokale strijd en de propaganda die onder en om hen heen wordt gemaakt. Er zijn er daarom ook in de vakbond, in de coöperatiebeweging. Ze zijn overal… Sommigen zijn zelfs anarchist zonder het te weten! Want zodra hun wordt verteld wat anarchisme is, zeggen ze: ‘Maar als dat waar is, ben ik een anarchist! Ik ben met u!’. Ja, anarchisme is overal…

De krachten van de revolutie zijn zo groot dat het vanavond van essentieel belang was om ze te bekijken. Ik sluit af, want het is bijna twee uur geleden dat we begonnen zijn. Het zou een hele lezing kosten om elk van deze krachten te onderzoeken en we zouden niet eens alles hebben behandeld. Vanavond heb ik een eenvoudige monografie verschaft: over elke stroming, over elke organisatie, een snelle en korte monografie, van de krachten die een meer gedetailleerde beschrijving verdienen. Ik heb slechts een schets gemaakt. Er is nog een aantal andere stromingen, krachten, groeperingen die niet zonder waarde zijn en die op de dag van de Revolutie de algemene beweging mede zullen beïnvloeden. Daaronder bevinden zich feministische groeperingen en neomalthusianistische en antimilitaristische stromingen. Tot slot wijs ik erop dat we bovenal de socialistische, vakbonds- en anarchistische jongeren hebben, de activisten van morgen. Het zijn deze jongeren die onze hoop zijn en die vandaag de kiem vormen voor de overvloedige oogst van morgen! [..]’.

Sébastien Faure, 25 januari 1921

[De tekst is vertaald en bekort door Thom Holterman; ze is integraal in het Engels te lezen op de site van de Amerikaanse anarchist Robert Graham.]

One Comment leave one →
  1. 23/12/2019 19:40

    Libertair staatskapitalisme

    De zwakheid van het zogenaamde libertaire communisme wordt terstond duidelijk, zodra haar vertegenwoordigers met een positieve uitwerking van hun “grondbeginselen” beginnen. We willen dit aantonen aan de hand van het boek van de bekende Franse anarchist Sébastian Faure (43), Het Universeele Geluk, dat in 1921 verscheen (44) en dat in 1927 door de Roode Bibliotheek in het Hollands werd uitgegeven.

    Faure licht ons omtrent het doel van zijn werk als volgt in: “In een eenvoudige, duidelijke en aantrekkelijke vorm het leven van een grote natie onder libertair-communistisch bestuur beschrijvend, is het doel van dit werk aan te tonen, dat de anarchisten een rijpelijk bestudeerd sociaal plan bezitten.” (Faure, Het Universeele Geluk, blz. 5).

    Bekijken we het libertaire communisme vanuit het gezichtspunt van de regeling van de productie, dan is er van het scheppen van gelijke economische voorwaarden, waarop alle producenten de productie zelf leiden, beheren en ordenen niet in het geringste sprake. Evenmin vinden we natuurlijk een exacte verhouding van de producent tot het maatschappelijk totaal-product, omdat het systeem werkt volgens het “nemen naar behoefte”. Direct bij de overname van de macht kon dit distributie-stelsel echter nog niet worden toegepast. In dit stadium worden de consumptiegoederen “gerantsoeneerd” naar een norm, zoals “de heren van de statistiek” deze voor ons hebben vastgesteld. Zij “wijzen ons toe”, hoewel we kunnen gebruiken. In gewone marxistische taal overgebracht, betekent dit dat de beschikking over het product niet bij de arbeiders berust en dat ze dus ook niet de beschikking over het productieapparaat hebben. Trouwens, zoals we nog nader zullen zien, laat het libertaire communisme van Faure hieromtrent niet de geringste twijfel!

    De regeling van het bedrijfsleven wordt hier in de gebruikelijke sociaal-democratische vorm opgevat, waarin het communisme slechts een vraagstuk van de organisatie-techniek is.

    Voltrekt deze samenvatting van de productie zich in het staatscommunisme door de gezagmiddelen van de staat, bij Faure ontstaat ze door “de vrije en broederlijke overeenkomst” (blz. 6). Faure is echter tegen ieder “gezag” en daarom zegt hij van de menigvuldige verbindingen van het bedrijfsleven, dat “deze organisatie op het bezielende beginsel van vrije samenwerking berust.” (blz. 213).

    De frase vervangt hier de economische realiteit. We menen nog altijd, dat een economisch systeem zich naar economische wetmatigheden voltrekt en niet naar een of ander bezielend beginsel. Dit kan geen grondslag zijn, waarop een productie- en reproductieproces kan berusten. Willen de producenten hun rechten gewaarborgd hebben, met of zonder “bezielend beginsel”, dan moet de hele organisatie op een zeer materiële grondslag staan, dan moet voorlopig althans, de arbeidstijd de maatstaf zijn voor het aandeel in de maatschappelijke consumptie. Dat lijkt ons nog wel zo secuur.

    c. De vrije overeenkomst

    Voor de verhouding tussen de producenten, de verhouding tussen de verschillende bedrijven, vinden we dezelfde wankele bodem terug in “de vrije overeenkomst”.

    Het gaat alles heel genoeglijk en gemoedelijk: “Men zoekt, beproeft, vat samen en probeert de resultaten van de verschillende methoden. De Overeenstemming verschijnt, biedt zich aan, dwingt zich op door haar resultaten en wint het.” (blz. 334).

    Faure vindt deze basis van “vrijheid voor ieder door overeenstemming onder allen” zeer “natuurlijk”. Want, zegt hij, gaat het in de natuur niet net zo?

    “Het voorbeeld van de natuur is er: welsprekend en duidelijk. Alles is er verbonden door vrije en spontane overeenkomst […] de oneindig kleine dingen, ’n soort van stofjes, ontmoeten elkaar, trekken elkaar aan, hopen zich op en vormen een kern.”
    (blz. 334).
    Nu zijn voorbeelden uit de natuur altijd heel gevaarlijke dingen en in dit bijzonder geval toont het duidelijk de volkomen ontoereikendheid van de libertaire methodiek. “Alles is verbonden door vrije en spontane overeenkomst”. Het is wel wonderlijk het menselijk begrip “vrijheid” op de natuur te zien overdragen, maar in overdrachtelijke zin moet het maar.

    Echter… Faure ziet hier het beslissende moment der “vrije overeenkomst” in de natuur volkomen over het hoofd. En dat is dit, dat de “vrije overeenkomst” bepaald wordt door de wederzijdse krachten van de “bondgenoten”. Als de zon en de aarde de “vrije overkomst” sluiten, dat de aarde in 365¼ dag om de zon heen zal lopen, dan wordt dit onder andere bepaald door de massa waarover zon en aarde beschikken.

    Op deze basis wordt de “vrije overeenkomst” gesloten.

    Zo is het in de natuur altijd. Of men atomen, elektronen of wat ook neemt, de dingen komen in samenhang met elkaar en de aard van deze samenhang wordt bepaald door de wederzijdse krachten van de “bondgenoten”. En daarom willen we het voorbeeld uit de natuur wel overnemen, maar om aan te tonen, dat er een exacte verhouding moet zijn tussen producent en product en een exacte verhouding tussen de verschillende producten, waarnaar de “vrije overeenkomst” in de samenleving gesloten kan worden, waarmee ze dan meteen van frase tot realiteit wordt.

    d. De centrale staatsproductie

    Komen we nu tot de organisatorische samenvatting van het bedrijfsleven, om het apparaat voor de behoeften van de mensen te doen werken, dan ontwerpt Faure een beeld, waarop de Bolsjewiki trots zouden kunnen zijn, want het is niet anders dan het “algemene kartel” van Hilferding!

    De productie zal werken voor de behoeften en “men moet dus voor alles het geheel van behoeften en de hoeveelheid van iedere behoefte vaststellen.” (blz. 215).

    De wijze, waarop dit geschiedt, is dan deze, dat iedere gemeente deze behoeften naar het aantal inwoners bepaalt. Zo komen dan aan de “hoofdadministratiebureau’s van de natie” al die berichten binnen, zodat de beambten daar een overzicht hebben van de gehele bevolking. Verder levert iedere commune een tweede lijst, waarop staat, hoeveel ieder commune kan produceren, zodat de “hoofdadministratie” nu ook de productiekrachten van de “natie” kent.

    De oplossing van het geval is duidelijk. De heren hoofdambtenaren zullen nu vaststellen, welke deel van de productie op iedere commune valt en “welk deel van de productie zij voor zich kunnen behouden” (blz. 216).

    Deze gang van zaken is volkomen dezelfde, als de staatscommunisten die zich voorstellen. Onder is de massa, boven zijn de beambten, die de leiding en het beheer van productie en distributie hebben. Daarmee is de samenleving niet grondvest in economische realiteiten, maar ze rust op de goede of slechte wil of de bekwaamheid van bepaalde personen. Om iedere twijfel omtrent de centrale beschikking over het productieapparaat weg te nemen, voegt Faure er nog aan toe:

    “De hoofdadministratie weet, hoe groot de algehele productie en de algehele behoefte is en moet daarom aan ieder districts-comité mededelen, over hoewel product het beschikken kan en hoeveel productiemiddelen het verschaffen moet.”
    (blz. 218).
    Waar nu het “libertair-communistische” van het systeem schuilt, ontgaat ons ten enenmale. Misschien dat onze lezers scherpzinniger zijn, zodat deze het raadsel voor ons kunnen oplossen. Om deze oplossing te vergemakkelijken, drukken we hieronder nog eens de sociaal-democratische opvatting van Hilferding af:

    “Hoe, waar, hoeveel, met welke middelen uit de ter beschikking staande natuurlijk en kunstmatige productievoorwaarden nieuwe producten gemaakt zullen worden […] beslissen de communale, districts- en nationale commissarissen van de socialistische samenleving, die, de maatschappelijke behoeften overziend met alle middelen van een georganiseerde productie- en verbruiksstatistiek, in bewust vooruitziend, het hele economische leven vormen naar de behoeften van hunne, in hen bewust vertegenwoordigende en door hen bewust geleide gemeenschappen.”
    (Hilferding, Das Finanzkapital, blz. 1).
    Zolang onze lezers de puzzel voor ons nog niet hebben opgelost, stellen wij echter vast, dat het beschikkingsrecht over het productieapparaat en dus over het product verlegd wordt naar de heren, die in de knepen van de statistiek thuis zijn. En zoveel mogen we wel van de politieke economie geleerd hebben, dat deze daarmee over de macht in de samenleving beschikken.

    De “hoofdadministratie” moet zich de middelen verschaffen, zich door te zetten, dat wil zeggen: Ze moet een staat scheppen, tegenover de arbeiders, die door een ander beginsel “bezield” worden, die een exacte verhouding van producent tot product tot stand willen brengen!

    Dat is één van de bewegingswetten van dit “libertaire” systeem, of Faure dit zo bedoeld of niet.

    Ook doet het niets ter zake, of het gerecht met “saus van vrije overeenkomst” of vla van “bezielend beginsel” wordt opgediend. Daaraan storen economische wetmatigheden zich in het geheel niet.

    Men kan Faure niet verwijten, dat hij het hele economische leven aaneen gesmeed wil zien. Maar deze samenvatting is een ontwikkelingsproces, dat de producenten vanuit de bedrijven zelf moeten voltrekken. Als eerste eis dient daarom gesteld te worden, dat de grondslag gegeven is, waarop ze dit ook zelf kunnen, dat wil zeggen, het doorvoeren van de arbeidstijdrekening is de eerste eis!

    Dan heeft geen “hoofdadministratie” meer iets “toe te wijzen”.

    Bron: G.I.C. Grondbeginselen der Communistische Productie en Distributie (1935)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: