Spring naar inhoud

De Gele Hesjes Hebbe Macron’s Huid Zonder Hem Te Hoeven Villen

19/09/2021

Kortgeleden kreeg Raoul Vaneigem een vragenlijst voorgelegd door Mariel Primois. De beantwoording ervan was bestemd voor de Facebookpagina ‘Je demande à savoir’ van Gele hesje Maxime Nicolle [inmiddels opgenomen op 23 juni 2021; thh.]. Vaneigem prijst van deze mensen de radicale standvastigheid die deel uitmaakt van een bijzonder ongewone strijdwijze : een uit naam van het leven ondernomen guerrilla met wapens die niet doden. Ook in zijn boekje getiteld Retour à la base (Terug naar de basis) van 2021, spreekt Vaneigem zijn steun aan de Gele hesjes uit.

‘De ‘beweging van de rotondes’, die volhoudt in steeds grotere cirkels en spiralen rond te draaien in de straten en in ons bewustzijn, heeft me sinds Mei 1968 een geluk verschaft die de algemene domheid van de Macht niet meer stuk kan krijgen’, schrijft Vaneigem.

‘Want wat, van Chili tot Thailand, het hart van de permanente opstand doet kloppen, is het steeds herboren leven en het menselijke bewustzijn dat erdoor wordt wakker geschud. Terwijl de rots van de vooroordelen en van de aloude zekerheden afbrokkelt en instort, is het ochtendgloren dat aan de ongerepte horizon doorkomt de aankondiging, niet van een revolutie, maar van een onomkeerbare mutatie van de maatschappij. Een onmenselijke geschiedenis loopt op haar einde. De landbouw- en handelsbeschaving heeft er zevenduizend jaar over gedaan om aan te tonen dat ze niet leefbaar was. Het zal het zwaard van de levenswil minder tijd vergen om de gordiaanse knoop die het leven belemmert, door te hakken’, aldus Vaneigem, waarna hij op de gestelde vragen ingaat. Die zijn vertaald door Geert Carpels. Hieronder vindt men de vertaling. [ThH]

VRAGENLIJST

1. Je zegt dat je al 50 jaar wacht op deze beweging, kan je ons beschrijven waarom de

Gele hesjes voor jou een ademtocht vol verwachting zijn?

Raoul Vaneigem:  Als ik aan mijn adolescentie een afschuwelijke herinnering overhoud, dan is dat niet omwille van de familiale conflicten die de patriarchale traditie sinds eeuwen voortzet. Ik heb het geluk gehad te zijn geboren in een liefhebbende familie, waar een socialistische, antireligieuze en enigszins libertaire vader me heeft behoed voor de trauma’s en psychodrama’s die zo veel van mijn leeftijdgenoten bedroefden. Mijn enthousiaste en felle inzet bij de Jonge socialistische gardes kanaliseerde mijn agressieve neigingen. Mijn frustraties konden zich met een goed en woedend geweten uitwerken aan de hand van een eindeloze walging voor de klassenvijand, de bourgeoisie.

Lessen, in Henegouwen, haalt haar eigenheid uit de porfierafzettingen (bepaalde mijnen) en uit de steengroeven die steenslag en kasseien produceren. De uitbuiting van de arbeiders, geconcentreerd in het lagere stadsgedeelte, volgde het ritme van de sirenes die met hun geloei het einde en het herbegin van de arbeid aankondigden, de nakende ontploffingen en de ongelukken.

De paternalistische en arrogante bazen van de steengroeven, experts in klantgerichte manipulatie en in dwingende Orde, hebben in mij een diepgewortelde haat tegen het kapitalisme aangewakkerd. In die mate dat ik vandaag nog geïrriteerd ben door de intellectuelen die erover spreken als over een abstracte eenheid (dat is het welteverstaan ook) zonder het te hebben over het existentiële lijden erdoor veroorzaakt en over de niet te onderdrukken weerstand van het levende.

De botsingen met mijn vader waren van politieke aard. Ik ben hem dankbaar nooit

zijn vaderlijke authoriteit te hebben gebruikt om me af te snauwen of het zwijgen op te leggen als ik hem verweet een sociaal-verrader te zijn.

Waarom heb ik bittere herinneringen aan mijn jeugd ? Omdat het misprijzen van de volwassenen me met volle kracht trof. Ik heb mezelf gezworen nooit te worden zoals die ‘ouwe zakken’ die onze jeugdige dromen vertrapten en zeurden ‘het zal wel overgaan’, ‘we waren net zo’, ‘een goeie oorlog, dat is wat ze nodig hebben !’. Tel daar bij op dat de grote stakingen van 1960-1961 in België hadden getoond hoe de vakbondsbureaucratie de klassenstrijd voor de eigen kar spant in haar concurrentie met de macht van de bazen.

Het Handboek voor de jonge generatie, geschreven tussen 1963 en 1965, uitgegeven in 1967, verwezenlijkte mijn wil me verder in te zetten tegen de oude wereld, tegen de wereld van de vroegtijdige ouderdom, een strijd waarin ik volhard te mikken op de woedende onschuld van « ’t zal wel gaan » ten nadele van een moedeloze scherpzinnigheid die stelt dat onze opstanden, hoe dan ook, zullen worden neergeslagen. De opwinding van de ongelukkige moed blijft opwegen, met het gewicht van de nederlagen uit het verleden, tegen de wil tot emancipatie. Ya basta ! Zoals de Zapatisten zeggen.

Ik zie vandaag beter in hoe het schrijven van het Handboek voor mij, in weerwil van de in alcohol gedrenkte geestelijke eenzaamheid, een weldadige reactie was tegen de wanhoop die ons dagelijks bestaan op de hielen zat. De vraag, schrijnend als kiespijn, was: zijn we tot in de eeuwigheid gedoemd tot dergelijke middelmatigheid?

Het opbloeien van de Bezettingsbeweging van mei 1968 – waaraan De spektakelmaatschappij van Debord, De la misère en milieu étudiant van Khayatti, het tijdschrift Internationale situationniste en mijn Handboek niet vreemd waren – gaf me een geweldige opluchting. Het onmogelijke bleek toch mogelijk. De droom van een internationale van de menselijke soort kwam niet uit de loop van een geweer noch uit de handen van de pretendenten van de macht. De bewustwording van enkele razenden ging voorbij aan de apathie van de ‘massa’ waarvan de economische omstandigheden, toen, voor bevredigend konden doorgaan. Geen enkele waarnemer, vooruitstrevend of behoudsgezind, had deze golf van algemene subversie zien aankomen die zou aanzwellen tot de ‘mooie meimaand’.

Het spreekt vanzelf dat de Franse revolutie niet werd uitgelokt door de filosofen van de Verlichting, Diderot, d’Holbach, Rousseau, Voltaire. Het blijft toch minstens voor de hand liggen dat ze hebben bijgedragen tot de inspiratie en de verspreiding van die tijdgeest die plots een storm wordt en verder reikt dan voorzien.

Het belang van de arbeidersverenigingen voor de radicalisering van de Commune van Parijs is gekend. (Vanuit tegenovergesteld perspectief, de efficiëntie van minderheden komt eveneens tot uiting ten gunste van het despotisme, zoals aangetoond door het handvol leninisten dat de raden van arbeiders, soldaten, landmensen verpletterde om een slavernij van het volk op te leggen uit naam van het volk zelf.)

De situationnisten hebben nooit beweerd de uitbarsting van Mei 1968 te hebben veroorzaakt, toen het verkouden Parijs de wereld tot hoesten bracht. Ze kunnen er daarentegen wel de meest radicale oriëntaties van opeisen.

Door de welfare state aan te klagen, de toestand van het gekochte welzijn, het geluk op afbetaling, hebben ze de nadruk gelegd op de genadeslag die de aansporing tot ‘koop, koop gelijk wat maar koop!’ toebracht aan de deugden, aan de waarheden, aan de gedragingen die zo goed van eeuw op eeuw waren versterkt en voor eeuwig werden gehouden.

De kolonisatie door het consumentisme had de afbraak ondernomen van wat aan menselijks in ons overbleef. Ze verbande het geschenk, de vrijgevigheid, de wederzijdse hulp, de gastvrijheid, de creativiteit, de verwondering, het authentieke genieten. Maar tezelfdertijd werd niets gespaard door het werk van de negativiteit. Vermits alleen het prijsverschil het onderscheid maakte tussen de ene handelswaar en de andere, viel een eendere minachting voor de gebruikswaarde te beurt aan de heersende opvattingen, aan de vooroordelen afkomstig uit de onderdrukkende en heilige systemen die we sinds lang verafschuwden en bestreden.

De sector van de consumptie leek een betere drager van rentabiliteit dan de sector van de productie. Comfortabeler ook, omdat de arbeider, bij het ontdekken van de bedrieglijke overvloed van de supermarkten, veel van zijn agressieve eisen liet vallen en zijn klassenbewustzijn verloor.

Het lokaas van het korte termijn profijt bracht het kapitalisme ertoe zich te ontdoen van wat, gisteren nog, in haar dynamische productiefase, haar ondersteunende pijlers waren : de hiërarchische macht, het respect voor de autoriteit, het patriarchaat, de angst en het misprijzen voor de vrouw, de verheerlijking van het leger, de ideologische en godsdienstige gehoorzaamheid, de opofferingsgezindheid, de noodzaak om te werken (dat meer en meer afzag van de zaken van algemeen belang om uiteindelijk geen andere rechtvaardiging aan het salaris toe te kennen dan de toegang tot de grote kermis van de verbruiksartikelen).

Mei 1968 veralgemeende vooral het onderscheid waarvan de vanzelfsprekendheid vandaag onder de nieuwe banaliteiten valt : overleven is niet leven. Het echte leven kan niet worden verward met het overleven dat de vrouw en de man terugbrengt naar een hybride van lastdier en roofdier. In het overhoop halen van woorden – terwijl apocalyps zijn betekenis van openbaring terugkrijgt – merken we terloops op dat het kapitalisme, dat zich verrijkt door ons dood te doen, ons ook verrijkt door zelf te sterven.

Men moet de kolonisatie van de consumenten dat toegeven : ze heeft de onwrikbare oude waarden sneller en efficiënter ontheiligt dan decennia van het vrije denken en van de militante kritiek. Het promotionele hedonisme van de grootwarenhuizen zette in op het plezier beleven aan de laagste prijs. Het spreidde een overdaad aan variatie ten toon waarbij de overvloed aan keuze slechts één nadeel had, dat van haar betaling aan de uitgang. Dit teveel aan winstgevende leegte is uiteindelijk misselijkmakend, leidt tot een walging van het holle plezier. Tenslotte ziet men dat de criteria van het ware leven zich langzaam herstellen. De smaak van de authenticiteit wordt hersteld en een nieuw verbond met de natuur is in wording, zelfs al wordt die beloerd door de recuperatie van de handel.

Mijn antwoord de eerste vraag zal wat lang lijken, maar het bestrijkt meer dan een halve eeuw van gemeenschappelijke en persoonlijke geschiedenis waarin ik uitkeek naar zowel de ineenstorting van de oude wereld als naar de wording van een menselijke maatschappij. Men zal mij de voldoening niet ontnemen het binnendringen van de Gele hesjes te groeten, net zoals ik de anti-consumptie opstand van Mei 1968 heb verwelkomd. Wie wil mag spotten met mijn vermeend optimisme maar ik zal niet voorbijgaan aan het plezier om te ijveren, hoe zwak ook, voor de vloedgolf van de levensvreugde die de verveling en de neerslachtigheid zal wegvegen.

“Tomorrow, the sky will be yellow”

2. De hele bevolking beleeft de hoogtij van de manipulatie, de leugen, het ‘fake’, kan de

beweging van de Gele hesjes ook een opstand zijn tegen het onechte?

Het is in die zin dat ik het had, ondanks de aanzienlijke verschillen, over de verwantschap tussen de opflakkering van de Gele hesjes en de omwenteling in denkwijze, die de radicaliteit van Mei 1968 belichaamt. (Ondanks de censuur van de stilte en van de leugen betreffende dat

verleden, herinner ik me een betoger die op zijn hesje had geschreven ‘50 jaar later doe ik het weer’) .

Naarmate de ogen worden geopend, gaat de bittere vaststelling ‘dit is geen leven’ van het prozaïsche naar het poëtische register dat ervan droomt het licht te laten schijnen op de rechten van het leven en de uitbuitingseconomie terug te sturen naar de duisternis van het verleden. Mei 1968 klaagde het consumentisme aan met kritische argumenten die er in hun summiere versie op neerkwamen de vitrines van de handelswaar in te werpen met kasseistenen. De Gele hesjes hebben spontaan de vinger gelegd op de moeilijkheden van het dagelijkse bestaan. Zonder terug te vallen op de revolutionaire retoriek, vertrokken ze uit het ongenoegen in deze beschaving om een beschaving van het ongenoegen aan te klagen. Een bestaan ten prooi aan voortdurend gepest, deed hen snel inzien dat de aangroei van het profijt de vermindering van het menselijke met zich meebracht.

Vandaar twee radicale eisen waaraan 1968 voorbijging en waarvan de afwezigheid bedroevenswaardige gevolgen had : de weigering van leiders en de absolute voorrang toegewezen aan het menselijke als wording voor man en vrouw. De verpaupering en de dreiging die de maffia’s van de mondialisering ondertussen doen wegen op het eenvoudige overleven, focaliseerden oorspronkelijk de aandacht van de Gele hesjes op de koopkracht, op de ‘boodschappenmand van de huisvrouw’. De overlevingsvoorwaarden waarborgen blijft onontbeerlijk want bij gebrek daaraan is het leven evenmin mogelijk als op de planeet Mars. Maar dat is niet voldoende.

Één van de belangrijkste eisen van de opstandelingen van mei 1968 kan, zo lijkt me, als volgt worden geformuleerd : we willen de waarborg om niet te sterven van de honger niet inwisselen voor de waarborg om te sterven van verveling. Deze waarheid die door de grote golf van het triomfantelijke consumentisme werd mishandeld, zo niet uitgewist, wordt vandaag door het kapitalisme in haar zog weer opgehaald naarmate de beursspeculatie meer onmiddellijke inkomsten waarborgt dan de traditionele sectoren van de productie en de consumptie. Terwijl de neonlichten van de denkbeeldige overvloed doven, overstijgen de eisen de halflege mand van de huishoudens. De verkrapping van de koopkracht werpt de vraag op : wat aan te kopen ? Vergiftigde voeding, parasitair ongedierte van draagbare telefoontoestellen, producten zonder andere gebruikswaarde dan de opschepperij, neuroleptica in concurrentie met de markt van de drugs, en een kleine hoeveelheid kwaliteitsgoederen die als alibi dienen voor de algemene zwendel !

Wij zijn de echte meerderheid, maar hebben wij de macht?

Van de weeromstuit laat de begeerte van een terugkeer naar de authenticiteit van zich horen en, alhoewel ze de hebzuchtige aandacht van de ecologische groene-dollar markt opwekt, zijn diegenen die op het terrein bezig zijn moeilijk terug te winnen. Een veelheid aan coöperatieve verenigingen vindt met de wapens van de humor een ‘moestuinrevolutie’ uit die haar gewicht in gezonde voeding en levensvreugde waard is. Met – of zonder – geel hesje doet een generatie opstandelingen met een bescheiden stootje, voortdurend herhaald, de wereld kantelen, in tegenstelling tot Colombus, die de oude wereld exporteerde en de gelegenheid niet had ons een nieuwe terug te brengen.

De productie van de leugen munt uit in het herprogrammeren van de ergste ouwe rommel onder een andere naam die de promotionele verkoop ervan garandeert. Hoe kan men klaar zien in de overvloed aan tegenstrijdige informatie, een rookgordijn dat eerder tot doel heeft het gif te verdunnen ? Niets beter om de troebelheid en het armzalige mysterie op te lossen dan de vraag te stellen : cui prodest ? Wie haalt hier voordeel uit ?

Het antwoord van de geldla regelt in een handomdraai de valse debatten over de vaccins, de agro-voedingsindustrie, het concentratieonderwijs, het transhumanisme, de parodieën van de burgeroorlog, de strategie van de zondebok, de existentiële psychodrama’s, het puritanisme, de militarisering van lichaam en bewustzijn en tuttiquanti.

3. Had de beweging van de Gele hesjes toegespitst moeten blijven op de rotondes verspreid over heel het land, in plaats van zich te concentreren door ‘naar Parijs op te trekken’ waar alleen de valstrik op hen wachtte?

Het is niet aan mij daar een oordeel over te vellen. Dat is een zaak voor wie op het terrein staat. Zelfs als de oprichting van vergaderingen van directe democratie – het voorspel voor de invoering van Communes – mij van primordiaal belang lijkt, heeft de pesterij van Parijs door de ‘boerenpummels’ uit de provincies verschillende gevolgen gehad. De meest armzalige is de panische angst van Bleekneus de Eerste die dacht uit het Elyseum-paleis te worden verdreven en sindsdien de Gele hesjes een darmkrampachtige haat toedraagt. 

Terwijl de betogers, ten gevolge van de vermoeidheid en van de gewelddaden van de staat, van vreugde naar verbittering gingen, werd het duidelijk dat geen enkele dialoog met de Staat mogelijk noch wenselijk was. Het charivari (volksgericht) van de protesten kreeg niets van de macht. Er werd geen enkele toegeving gedaan. De verklaring van niet ontvankelijkheid daarentegen, naar behoren meegedeeld met matrakslagen, had geen invloed op de vastberadenheid van de opstandelingen om de strijd voor het leven tegen de beheerders van de dood verder te zetten.

Vergis je niet ! De buitensporigheid van de parlementaire capriolen en het bespottelijke van een Frankrijk dat de naties in lachen doet uitbarsten – zoals nooit voorheen in de geschiedenis. De Staat heeft wel degelijk zijn autoriteit afgestaan: aan de maffia’s van het wereldprofijt, waar de chaos van de privébelangen sluipt, waar het koudste der koude monsters zich schuilhoudt. De Staat is niet meer dan een tandwieltje van de winstgevende machine die alles op zijn weg verslindt.

We beschikken, om die val in het grote niets te weerstaan, over geen andere keuze dan de zelforganisatie, waar het volk zich toelegt op het maken van zijn eigen omgeving. De taak zal lang en lastig zijn maar ze stelt een aanzienlijke doorbraak voor naar een nieuwe levensstijl; in die zin dat de aangewakkerde vindingrijkheid het individu emancipeert van dat individualisme en van die egoïstische berekening die zo nadelig is voor de wederzijdse hulp. Nogmaals, de weigering van leiders en van politieke structuren is van groot belang. De voorrang, toe te wijzen aan het menselijke wezen, is op goede weg. Die zal met meer zekerheid het juk van de reïficatie, van de transformatie in een voorwerp, afschudden.

Men zei vroeger ‘Geen heil buiten de Kerk !’. De Kerk is afgebrand. Het is te laat om uit te roepen ‘Geen heil buiten de Staat !’. De Staat brandt aan alle kanten.

4. Dank zij de maatregelen ter bescherming van de gezondheid, heeft de staat een domper gezet op die situatie, een doofpot gemaakt, een snelkoker die op elk ogenblik kan ontploffen. Denk je dat een basisinkomen een goede maatregel is of zal dat ons voorgoed in slaap wiegen?

Ik stond ooit positief tegenover een basisinkomen. Het leek interessant een overlevingsuitkering toe te kennen die in staat zou stellen onder de financiële overlevingsdruk uit te komen in een poging om te leven. Als het socialisme niet ten prooi was gevallen van de algehele corruptie, had het dat idee kunnen uitvoeren van een zekere Tobin, dat inhield om een onooglijk belastinkje te heffen op de beurstransacties en op de winsten van de monopolies [James Tobin, Amerikaanse econoom; kwam met het idee van een transactietaks, het heffen van belasting op kapitaalverkeer]. Het voordeel had tweeërlei geweest. Een punctie uitgevoerd als een aderlating vermeed de overmatige groei van de speculatieve bubbel en stond de financiering toe van de sociale zekerheid in het bijzonder en van het openbare goed in het algemeen. De net vermelde socialisten grepen de kans niet en vervielen in het koppigste liberalisme.

Ik ga er vandaag van uit dat een rente toegekend door de Staat ons afhankelijk zal maken van een liefdadigheidsmarkt waar men moet gehoorzamen en zich gedragen, wil men niet worden uitgesloten. De kosteloosheid is een zinloos begrip in de handelsbeschaving. Het is slechts in de menselijke beschaving dat ze de basis is van het principe van de wederzijdse hulp en geen enkel wezen uitsluit van het genot van het aardse manna.

Overigens wordt de Staat in diskrediet gebracht door een schandaal dat de drempel van het ondraaglijke heeft bereikt. Terwijl de economische schraapzucht de hospitalen in gevaar bracht, dient het beheer van de gezondheidsproblematiek als voorwendsel voor een vrijheidsberovende (liberticide) veiligheidspolitiek. De Staat heeft deze goocheltruc nodig om haar aanwezigheid te rechtvaardigen door de laatste functie op te nemen die haar nog rest, de onderdrukking (repressie). Een fascinerend populisme, afkomstig uit de angst, uit de berusting en uit de wrok, brengt, op een uiterst groteske wijze, de herinnering aan het Frankrijk van Pétain in herinnering [maarschalk Pétain was leider van het collaborerende Vichyregime onder Duitse bezetting]. Maar het totalitarisme, opgetut of niet met democratische lompen, is onleefbaar ; het is veroordeeld vroeg of laat in te storten.

De vraag is niet het behoud of de ontbinding maar de manier waarop de Staat zal verdwijnen. Ofwel verwordt hij tot niets meer dan het roofdiertentakel van de multinationale hydra, ofwel maakt hij plaats voor het overstijgen dat we in staat zijn hem te bieden : een federatie van zelfbeheerde microsamenlevingen waarbij het openbare goed, het res publica, dat de Staat onder zijn hoede had vooraleer het over te dragen aan privébelangen, onder de regering van het volk door het volk valt.

We zitten vast in een interregnum, we dwalen in een no man’s land, heen en weer geslingerd tussen een verdwijnende maatschappij die ons meesleept in haar val en de renaissance van een leven dat aarzelt om haar niet verjaarbare rechten te bevestigen. Een grote woede stijgt overal op. Blinde woede en lucide woede vermengen zich en komen in botsing. De macht in al zijn vormen, behoudsgezind of vooruitstrevend, heeft behoefte aan twijfelachtige strijd, aan een oorlog van iedereen tegen iedereen, die het hem mogelijk maakt door te gaan als chaotische kracht.

Tegenover de parodie van de burgeroorlog is het aan ons de burgerlijke ongehoorzaamheid op te stellen, de luciditeit van een leven dat geniet van een onvergelijkbaar voorrecht: haar wapens die niet doden en niet zijn te vernietigen.

Racisme, seksisme, xenofobie zijn niet meer dan specifieke uitingen van een onmenselijkheid die haar voortbestaan dankt aan de uitbuiting van de man, van de vrouw en van de natuur. Zich niet richten op de wortel van het kwaad stelt bloot aan het bevoordelen van de humanitaire hypocrisie, de corporatistische botsingen, de slachtoffercultus en de bloedwraak. Net zoals de ketterij een eerbetoon is aan de orthodoxie, is de tegenstand van de macht altijd een erkenning van de macht die wordt bestreden. Dat de Gele hesjes dit spontaan hebben begrepen verleent hen het privilege niet te recupereren te zijn, onvatbaar en niet te begrijpen. Geen enkele autoriteit weet hoe hen aan te pakken.

Ons open stellen voor de vrijgevigheid van het leven moet ons vroeg of laat onverschillig maken voor wat niet bijdraagt tot het menselijke welzijn. Het is in het licht van een grote lucide woede dat de adem van het leven de vrijheid eindelijk zal wekken.

Raoul Vaneigem (1 mei 2021; vertaald uit het Frans door Geert Carpels 5 juli 2021; redactie Thom Holterman.)

One Comment leave one →
  1. nayakosadashi2020 permalink
    23/09/2021 19:21

    Gele hesjes zijn/waren effectief.

    Effectiever dan ‘een vakbond’ (want die zijn in deze tijd nogal tam)

    Ook effectiever dan ‘stemmen’ op iets.

    Het is alleen niet altijd even duidelijk, wat de gele hesjes willen. Maar misschien is dat juist wel goed, vanuit het anarchisme gezien.

    Men zegt eigenlijk : wij zijn radeloos en heel boos en er moeten dingen drastisch veranderen en we willen ervoor vechten, fysiek.

    Het is een opzetje, in ieder geval. Men maakt op zijn minst een statement.

    Gele hesjes zijn woede, verzet, strijd. Maar het is niet echt een beweging met een ideologische lijn. Iets dat ook juist wel weer interessant is, via een omweg. Het moet nog blijken, waar men voor zal staan. Men zet de aanval in en dan moet het maar blijken, wat er verder uit naar voren komt. Die strijd zal dan plaatsvinden binnen de beweging. Het is niet zo dat een leider van de gele hesjes, bepaalt hoe het allemaal zit. Zoals je dat bij huidige anarchistische bewegingen wel hebt. Er is dan één lijn en één ideologie en bepaalde leiders die zogenaamd geen leiders zijn geven dan vorm aan ‘de beweging’. Iets als dat werkt niet meer, in deze tijd.

    Links anarchisme is eigenlijk : we willen gaan strijden en deze persoon is de baas en dit is de juiste ideologie.

    Gele hesjes is : we zetten de aanval in, we stellen wel bepaalde eisen, maar hebben verder geen leiders en geen ideologie.

    Het is het ‘nihilisme van de strijd’, zoals Bakoenin het noemde.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: