Spring naar inhoud

Jagers-Verzamelaars En De Oorsprong Van Ongelijkheden

18/09/2022

Alain Testart

Lang is het idee geaccepteerd, dat de opkomst van de landbouw een keerpunt in maatschappelijke ontwikkelingen zou zijn, zelfs een ‘revolutie’ en bovendien de oorzaak van de ontwikkeling van ongelijkheden. In tegenstelling daarmee benadrukt de Franse sociaal antropoloog Alain Testart (1945-2013) in zijn boek, getiteld Jagers-verzamelaars en de oorsprong van ongelijkheden, de bepalende rol van de opslag van middelen en het verblijven op dezelfde plaats (sedentarisering). Waarom die verlegging van de aandacht. Het antwoord op die vraag komt aan de orde in de bespreking van het boek door Ernest London op de site Bibliothèque Fahrenheit 451. Hieronder de vertaling van deze bespreking. [ThH]

Jacht-verzameleconomie

Om zijn punt te verduidelijken omschrijft Testart wat genoemd worden ‘jagers-verzamelaars’ als: ‘volken die voor het voorzien in hun levensbehoeften wilde en spontane bronnen aanboren, ofwel niet gedomesticeerd zijn’. Daarbij besteedt hij aandacht aan het feit dat er een aanmerkelijke gradatie voorkomt tussen ‘wild’ en ‘gedomesticeerd’ en dat het aanboren van ‘wilde’ bronnen niet verdwijnt met de komst van de landbouw en veeteelt. De boel loopt dus door elkaar, iets dat we ook bij David Graeber en David Wengrow tegen kwamen [zie Online].

Testart toont met voorbeelden de aanvechtbaarheid aan van een aantal indeling bij veel onderzoekers. Hij wijst op volken van de Amerikaanse noordwestkust die van spontane hulpbronnen leefden in permanente dorpen met een hoge bevolkingsdichtheid, die slavernij, arbeidsdeling en gesystematiseerde sociale ongelijkheden kenden. Zo zijn er ook voorbeelden uit andere gebieden, zoals volken van Zuidoost-Siberië, eveneens sedentair en slavernij praktiserend, die tevens het onderscheid tussen arm en rijk kenden.

Hij veronderstelt dat nomadische jagers-verzamelaars uitzonderingen zijn, althans in de midden- en late-steentijd. Het laat ook zien hoe in het Natufian (12 000-9000 v.O.J., in de streek van Syrië en Palestina), de opkomst van gebouwde agglomeraties voorafging aan het voortbrengen van voedingsmiddelen voor levensonderhoud. Aardewerk werd soms uitgevonden vóór de landbouw (met tienduizend jaar in het geval van Jomon-aardewerk uit Japan) en kan er daarom geen gevolg van zijn. ‘Veel jagers-verzamelaars zijn net zo revolutionair als boeren’.

Romeinse vaas

Het verschijnsel opslag evenwel is door een wederkerige causaliteit gekoppeld aan sedentair zijn. Het is mogelijk dat een overschot, dat wil zeggen de overtollige productie in verhouding tot de behoeften van de producenten, de weg opent naar de monopolisering ervan door niet-producenten. Dit betekent dat het aanleiding kan zijn tot de uitbuiting van de mens door de mens en voor het ontstaan van een klassenmaatschappij. Dit kan zich hebben voorgedaan in een jacht-verzameleconomie vóór de landbouw.

Het is de opslag van basisvoedingsmiddelen die, door het grootste deel van de productie om te zetten in duurzame goederen, de ontwikkeling van welvaart mogelijk maakt. Opslag, die een gangbare praktijk is geworden, stelt jagers in staat af te zien van delen (met elkaar); reserves vormen dan een verzekering voor de toekomst.

‘Opslag is een regulerend mechanisme dat het belang van delen vermindert’. Zijn verschijning veroorzaakt een verandering van ideologie en een transformatie van sociale relaties. ‘Opslag hangt samen met een tendens tot individualisering van eigendom’. Om de grillen het hoofd te bieden, zullen we iets meer opslaan dan de voorzienbare benodigde hoeveelheid. Als de voedselreserves niet verbruikt zijn, kunnen ze zonder meerwerk door anderen dan de producenten in bezit worden genomen.

[Intermezzo vertaler] Het verschijnsel ‘opslag’ speelt in het betoog van Testart een nadrukkelijke rol. Het is te begrijpen als een voorbeeld van het interpretatiemodel ‘immanente wet van de functionele structuur’. De mogelijkheid van het inrichten van opslag wijst op een ‘functionele structuur’ en de ‘immanente wet’ is dan dat je het teveel voor eigen productie geproduceerde, kan bewaren om daar, bijvoorbeeld, handel mee te drijven. Waar ik op wil wijzen, is dat dit nog steeds met maken van keuzes van doen heeft.

Antropologische studies verduidelijken dat er ook volken geweest zijn (en nog zijn), die niet  meer dan voldoende voor eigen gebruik willen produceren en die maatschappelijke ‘regelingen’ (rituelen) ken(d)(n)en die moeten voorkomen dat er een onderscheid tussen arm/rijk gaat ontstaan. Dat was hun keuze. Het interpretatiemodel dat ik hierboven verschafte, werkt dus ook voor die afwijzing: het is vooruit te zien dat de functionele structuur, het middel (hier de ‘opslag’), immanent iets gaat opleveren wat we niet willen (dominantie door hen die niet produceren). Vergelijk wat de Franse antropoloog Pierre Clastres bezighoudt als hij het over ‘politieke antropologie’ heeft; zie mijn Volken zonder staat (2018, p. 65-68) of de Franstalige versie ervan Anthropologie et anarchie (2021, p. 121-125). [ThH]

Sedentaire jagers-verzamelaars

[Opslaghut voor graan]

Degenen die het beheer van de voorraad verzekeren, het gebruik en de distributie ervan controleren, zullen door het belang van hun functies het nemen van een deel voor hun persoonlijke doeleinden rechtvaardigen. ‘Om ervoor te zorgen dat de accumulatie van een groot voedseloverschot rijkdom aanduidt van degenen die het bezitten, moeten ze het op de lange termijn kunnen omzetten: het bestaan ​​​​van luxeproducten, waarin een grote hoeveelheid gespecialiseerd en hooggekwalificeerd werk wordt geconcentreerd, is een oplossing voor dit probleem’. [Het kan geen kwaad hier te wijzen op het boek van de Amerikaanse econoom Thorstein Veblen (1857-1929), The Theory of the Leisure Class (1899; herdrukt) die een ‘moderne’ beschrijving geeft van ‘opvallende consumptie’ door de roofdierachtige rijken; thh.; zie Online]

Alain Testart bestudeert vervolgens met nauwgezetheid een aantal typische gevallen. Hij definieert de voorwaarden voor het realiseren van opslag: aanwezigheid van een seizoensgebonden hulpbron, die overvloedig is, massaal te oogsten en gemakkelijk op grote schaal te bewaren. Vervolgens onderzoekt hij in hoeverre de natuurlijke omgeving de geografische spreiding kan verklaren: ‘Ten noorden van de Kreeftskeerkring vindt men overal sedentaire jagers-verzamelaars die opslag beoefenen, behalve in de woestijnen en in de arme streken van het noorden waar de jacht de hoofdactiviteit is. Dit soort economie is verre van een uitzonderlijk fenomeen, maar lijkt de regel te zijn op het noordelijk halfrond. Het is daarentegen praktisch afwezig op het zuidelijk halfrond.

Ondanks het waarschijnlijke verschil in technische ontwikkeling tussen volkeren, afhankelijk van de regio, probeert Testart hun mogelijke verschijningsdatum te dateren door te zoeken naar sporen van verschillende technieken in het werk van prehistorici en etnologen (jagen en verzamelen, preparatie en conservering). Volgens de beschikbare gegevens lijkt de intensieve exploitatie van zaden en aquatische hulpbronnen historisch laat te zijn begonnen. Het uitsterven van groot wild aan het einde van de ijstijd leidde zeker tot de zoektocht naar andere hulpbronnen, met name planten, wat een diversificatie van de zelfvoorzienende economieën markeerde.

Niet alleen is Alain Testart van mening dat de nieuwe steentijd periode uiteindelijk niet zo ‘revolutionair’ was, maar hij betwist ‘de inwerking van de middensteentijd-degeneratie’, van decadentie. Deze laatste periode heeft inderdaad een verbetering van het gereedschap te zien gegeven, discreet maar essentieel, met het inbrengen van micro-mesjes in benige schachten. Hij wijst op wat hij een ‘fenomeen van ecologische rehabilitatie’ noemt, en verdedigt het idee van een ‘middensteentijd revolutie’, die, afhankelijk van de regio, vooraf zou zijn gegaan aan de uitvinding van de landbouw of niet. Dit leverde aanvankelijk slechts een onbeduidend deel van het voedsel op en er waren verscheidene millennia aan landbouwpraktijken nodig om bijvoorbeeld maïs voldoende te verbeteren om de rol van hoofdvoedsel te spelen.

Kortom: uiterst rigoureuze presentatie die een nieuwe geschiedenis van de oorsprong van de mensheid biedt en een nieuwe interpretatie geeft van het verschijnen van ongelijkheden.

Ernest London (vertaald en bewerkt door Thom Holterman; het artikel is integraal te lezen op de site Bibliothèque Fahrenheit 451.)

Testart Alain, Les chasseurs-cueilleurs ou l’origine des inégalités, Éditions Gallimard, Paris, 400 blz., prijs, 9,40 euro (het betreft een herdruk van La Société d’ethnografie, Paris, 1982).

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: