Skip to content

Postanarchisme Op De Snijtafel. Ontmaskering Van Een Anti-Anarchist

16/02/2014

A

Het moet in de jaren 1980 zijn geweest, dat een oud-redacteur van de AS tijdens een redactievergadering enthousiast vertelde over het postmodernisme. Er zou een Nederlandstalige bundel over dat onderwerp in voorbereiding zijn. Een concept van een artikel voor die bundel kregen we uitgedeeld. Na lezing ervan weet ik me te herinneren, dat het onderwerp me op geen enkele wijze aansprak. Wat was de reden ervoor?

Er werd in het betoog het einde van de ‘grote verhalen’ aangekondigd; de maatschappij was niet ‘maakbaar’; de grote omslag door middel van een revolutie kon je wel vergeten. De twee laatste uitgangspunten had ik vanuit het ‘pragmatisch’ anarchisme al vóór het postmodernisme zelf bedacht. En het ‘grote verhaal’ was ik niet van plan me te laten ontnemen – en nog steeds niet. Kortom, het postmodernisme had voor mij afgedaan.

Inmiddels heeft het zich vermomd in wat bekend staat als het postanarchisme. Een aantal keren heb ik daar al op afwijzende manier over geschreven. Kort door de bocht: je spreekt over het anarchisme of niet. Postanarchisme is een politieke opvatting omtrent een maatschappelijke stand van zaken na het anarchisme, dus is het geen anarchisme meer. Iemand die daar dieper op ingaat is de Franse anarchist, Michel Paraire, die nu juist deze elementen niet langer onbesproken wil laten.

Paraire studeerde  filosofie aan de Sorbonne (Parijs). Hij bestrijdt het postmodernisme en het postanarchisme, met name zoals hij dat aantreft bij de Franse filosoof Michel Onfray. Hij doet dat in zijn boek getiteld Onfray, une imposture intellectuelle (Michel Onfray, Een intellectueel bedrog).

OmslagPar

Onfray gepijnigd

Paraire ontkent niet dat sommige teksten van Onfray hun waarde hebben, maar het postmodernisme van Onfray leidend tot postanarchisme onttakelt hij tot op het bot. Hij valt hem fel en snijdend aan en wel op een wijze zoals Onfray zelf vaak anderen aanpakt.

Een heel andere kwestie is of het anarchisme zoals we dit kennen vanuit de zogeheten ‘klassieke anarchisten’ (Proudhon, Bakoenin, Kropotkin), niet op een aantal punten verouderd is en of die punten niet aan veranderde tijden moeten worden aangepast. Daar lijkt mij niets op tegen. Zo heeft Kropotkin de waarde van de wetenschap verdedigd, maar bijvoorbeeld in de sfeer van de kennisleer zijn er nadien nogal wat vorderingen gemaakt. Het zou dus onzin zijn om Kropotkin’s opvattingen over wetenschap niet aan te passen aan de huidige stand van zaken.

In het verleden heb ik zelf enkele andere boeken van Onfray besproken. Het laatste boek betrof zijn L’ordre libertaire, La vie philosophique d’Albert Camus (2012). Over dat boek kon ik lovend zijn. Evenwel heb ik zijn vijftig pagina’s over Nietzsche, die erin zijn opgenomen, afgedaan met een ‘dat hoeft voor mij niet’ en ‘het heeft me niet overgehaald om belangstelling voor Nietzsche te krijgen’. Het slothoofdstuk in Ordre libertaire heb ik onbegrijpelijk genoemd vanwege het feit dat Onfray daar het denken van Camus met het postanarchisme in verband poogt te brengen. Verder heb ik dat gelaten voor wat het was. Paraire echter heeft dit niet over zijn kant laten gaan en pijnigt Onfray ervoor. Daarover het volgende.

Suranarchisme?

Paraire heeft zijn boek in twee delen gesplitst. Deze volgen op een korte inleiding die antwoord geeft op de vraag: ‘Waarom Michel Onfray?’. Het eerste deel gaat tegen Onfray in. Daarin doet Paraire uit de doeken waarom hij Onfray beschouwt als een anti-filosoof, anti-historicus en anti-anarchist. In het tweede deel wordt het soort anarchisme ontwikkeld dat Paraire zelf als een ‘modern anarchisme’ ziet. Het eerste hoofdstuk van het tweede deel gaat in op de theorie en het tweede hoofdstuk op de praktijk (theoretisch en praktisch anarchisme).

Hij gebruikt voor het duiden van het anarchisme door hem ontwikkeld, de term suranarchisme. Ik vind dat een ongelukkige term, wat ik met de auteur bediscussieerde. Hij suggereerde mij voor ‘sur’ (op, boven uitgaand) het woord ‘hyper’ te lezen. Toch laat ik ‘sur’ weg. Ik blijf erbij: (1) het gaat over het anarchisme of niet en (2) met behulp van een bijvoeglijk naamwoord is nader aan te geven over welk type (zoals sociaal of individueel) of soort (zoals klassiek, modern, pragmatisch) anarchisme het gaat.

We zullen zien dat het niet deert het ‘sur’ weg te laten. Paraire heeft zich namelijk toegelegd op het moderniseren van het anarchisme en is daarbij binnen de anarchistische parameters gebleven. Onfray daarentegen heeft het anarchisme volstrekt gedenatureerd. Op de uitgangsstellingen daarvan, te weten enerzijds het postmodernisme en anderzijds het postanarchisme, richt Paraire zijn pijlen.

Rivista.3

Postmodernisme

Op grond van de leerstellingen van een aantal Franse filosofen is in de Verenigde Staten van Amerika een school van de ‘French Theory’ ontstaan. Het gaat hier om belijders van het postmodernisme. In de praktijk daarvan richten zij zich op het toepassen van de logica van de deconstructie en de theoretische en praktische fragmentatie.

Het postmodernisme is erop gericht een aantal verschijnselen op losse schreven te zetten, met name die een verband hebben met de Verlichting. Daaronder vallen de westerse rede, de methodologie van de wetenschap, de 19de en 20ste eeuwse revoluties. Daarvoor in de plaats treedt een mistige, intellectuele vorm van cultural studies. Die pretenderen de geschiedenis te herzien om individuen elke vorm van coherent begrip van de wereld waarin ze leven, te laten verliezen. Langs die weg wordt aan hen de kans ontnomen om gezamenlijk macht te weerstaan en dus om zich te revolutioneren.

Ook de grondslagen van het anarchisme moeten er aan geloven. Doel daarvan is, zo betoogt Paraire, ideologische verwarring te zaaien binnen het anarchisme, mede door het te laten ‘exploderen’. Hij wijst erop dat in het verleden de politie dit deed, nu is het een intellectueel, die zich met dat werk bezighoudt. En de intellectueel die hij voor ogen heeft, is Michel Onfray. Waar de laatste zich beroept op het postmodernisme, is dat dus geen onschuldige bezigheid.

Postanarchisme

De gedachteontwikkeling van Onfray, aangaande het onderhavige onderwerp, loopt volgens Paraire over een tijdspad van ruim tien jaar, te weten vanaf zijn Politique du rebelle, Traité de résistance et d’insoumission (2001) tot aan Le postanarchisme expliqué à ma grandmère (2012).

Onfray spreekt, gelet op de samenvatting die Paraire geeft, over de komst van de ‘individuele revolutionair’ (want er is geen machtscentrum meer in de postmoderne opvatting). Het gaat om individuele actie vanwege het ontbreken van collectieve oriëntaties in een beweging. Onfray maakt ook gebruik van uitdrukkingswijzen die onmiddellijk innerlijk tegenstrijdig zijn (een oximoron, een stijlfiguur die twee tegengestelde begrippen verbindt). Zo noemt Onfray zich een pro-Palestijnse zionist. Maar een libertair kan nooit het ultranationale geweld van de staat Israel noch zijn militarisme ondersteunen. In die zin zal een libertair zich geen zionist maar antizionist noemen.

Onfray propageert ook het ‘libertaire kapitalisme’, een andere oximoron. Deze verdonkeremaant de vele honderden verwijzingen van antikapitalistische analyses van het revolutionaire mutualisme van Proudhon, het collectivisme van Bakoenin, het anarcho-communisme van Kropotkin, vaart Paraire uit. Onfray verbeeldt hier in feite de figuur van de libertaire dandy, waarop hij zich in zijn Politique du rebelle beroept.

Het is dan ook een postanarchistisch dandyisme dat Onfray verkondigt en wat Paraire ten scherpste bestrijdt. Dit postanarchisme is schaamteloos, een schaamteloosheid van hoge rente en weelde waarmee ook het financieel kapitalisme zich karakteriseert. Verwees Onfray er niet zelf naar, voert Paraire aan. Er is geen tegenstelling in het feit zich libertair te noemen en in weelde te baden of om, zo zegt Onfray. ‘als Roger Vailland [1907-1965; journalist, auteur, stalinistische communist] te rijden in een Jaguar MK II en heroïne te gebruiken’ (Onfray bij Paraire geciteerd). ‘Het hebben van een schuldcomplex is geen verplichting’, vult Onfray aan. Hoewel het postanarchisme van de dandy door Onfray als ‘nieuw’ wordt uitgeroepen, is het niets anders dan de theoretisering van een zeer banaal en zeer onsociaal egoïsme, aldus Paraire.

Rivista.1

Modernisatie van het anarchisme

Na deze afrekening met Onfray in het eerste deel van zijn boek, stapt Paraire over op de behandeling van wat hij ‘suranarchisme’ noemt. Als motto voor die overstap gebruikt Paraire een zinsnede uit L’ordre libertaire van Onfray. Het motto luidt: ‘Welk nieuw idee kan men op het conto brengen van het anarchistische denken van een eeuw? De bewakers van de anarchistische tempel zullen het moeilijk hebben deze vraag te beantwoorden’.

Paraire bestrijdt ook dat. Maar vanaf nu houdt hij zich bezig met het demonstreren dat er wel degelijk nieuwe ideeën op het conto van het anarchistische denken zijn te brengen. Zegt Paraire namelijk niet zelf: het geheel dat de basis van het theoretische ‘suranarchisme’ vormt, is op te vatten als een constructief antwoord aan het postanarchisme van de vernieler Onfray. Vervolgens zet Paraire zich aan het werk. Het gaat hem daarbij om een modernisatie van het anarchisme. Dat is prima. Evenwel heeft naar mijn mening die modernisatie in de loop van de tijd telkens al partieel plaatsgevonden. Alleen is dat (kennelijk nog) niet overal doorgedrongen.

Theoretische vernieuwing

De theoretische vernieuwing die Paraire bespreekt, verwijst naar zaken die het klassieke anarchisme al in zich droeg, zoals de materialistische kijk op de wereld. Het vormt de tegenhanger van allerlei metafysische, sterk idealistische noties, die een transcendent denken mogelijk maken. Al van meet af aan wil het anarchisme daar niets van weten en Kropotkin benadrukt dit met zijn verwijzing naar de wetenschap. Daarmee wordt empirisme en rationaliteit in het (anarchistische) denken benadrukt. Dat is, uiteraard, 19de eeuws bepaald en bij Kropotkin sterk positivistisch aangezet. Dat is hem al door tijdgenoten verweten, zoals door de Italiaanse anarchist Malatesta.

In de loop van de vorige eeuw is ter verfijning van die theoretische elementen veel toegevoegd. Het is niet zo vreemd dat Paraire, als iemand die zich via zijn studie daar gericht mee heeft beziggehouden, zelf daartoe ook voorstellen doet. Ten behoeve van de modernisatie van de anarchistische kennisleer ontleent hij inzichten aan mensen als de Engelse geleerde en maatschappijcriticus Bertrand Russell (1872-1970) en de Franse wetenschapsfilosoof Gaston Bachelard (1884-1962).

Een ander element dat Paraire opvoert is het denken over zelforganisatie, mede in relatie tot zelfbestuur. Ook hier geldt weer dat klassieke anarchistische uitgangspunten zich laten aanvullen. Het is verre van vreemd dat Paraire daarvoor ondermeer op cybernetische noties wijst. Maar laten we wel wezen, de Engelse anarchist Colin Ward (1924-2010) nam die vrijheid al eerder. Hij liet artikelen verzorgen over die noties voor zijn onvolprezen anarchistische maandblad Anarchy. Ik verwijs hier naar W. Grey Walter, ‘The Development and significance of cybernetics (Anarchy, nummer 25, 1963, p. 75-89) en J.D. McEwan, ‘Anarchism and the cybernetics of self-organising systems’ (Anarchy, nummer 31,1963, p. 270-283).

Zelf heb ik me evenmin onbetuigd gelaten op dit vlak. Zo nam ik de term autopoiese over (auto=zelf; poien=maken). De term verwijst naar de ‘zelfproductie’ in biologische systemen. Twee Chileense biologen (F. Varela en H. Maturana) kwamen die autoproductie in de jaren 1970 op het spoor. Enkele Duitse rechtssociologen en bestuurskundigen maakten weer gebruik van de inzichten van die biologen, om vervolgens een bepaald sturingsbegrip (in organisaties) te beschrijven en te bestuderen. Dit is de invalshoek geweest van waaruit ik er kennis mee maakte en dit weer gebruikte.

Rivista.4

Weer een ander element ligt in de sfeer van het denken over het verschijnsel groep, zoals dat bij Proudhon is aan te treffen. Paraire wijdt daar zeer over uit. Maar is het anarchisme niet doordesemt van het denken in termen van groepsverhoudingen? Ik vermoed dat Paraire zich hier zo zeer laat beheersen door de wil om Onfray op zijn nummer te zetten, dat hij over de top gaat. Wat is het geval?

Onfray zit diep in de individualistische hoek van het anarchisme. Hij is wat dat aangaat zeer ingenomen met de driehoek gevormd door de twee individueel-anarchisten Stirner en Armand en de filosoof Nietzsche. Dit maakt dat hij aan kan sluiten bij de atomistische constructie van de maatschappij. Daarbij is het ‘sociale’ geheel uiteen gevallen tot een a-sociale omgeving voor het individu, dat zelf ook weer als een atoom wordt gezien. Dit is het effect van een tot in uitersten doorgevoerde deconstructie (eigen aan het postmodernisme). Vervolgens is dit door Onfray op zijn manier opgeladen onder de term postanarchisme. Dit postanarchisme kan vervolgens een verbinding aangaan met het neoliberalisme, zodat Onfray het ‘libertaire kapitalisme’ kan laten verschijnen.

Dat dit postanarchisme een volstrekte denaturalisatie vormt van het anarchisme is duidelijk. Het is dus goed als Paraire nog eens het idee ‘groep’ benadrukt om het ‘sociale’ in het anarchisme te bevestigen. Maar laten we niet vergeten dat die bevestiging al te vinden is bijvoorbeeld bij Alan Ritter in diens Anarchism, A theoretical analysis uit 1980. Deze laat zien dat het individu niet begrepen moet worden in atomistische zin maar in communaal verband. Dat is de reden dat Ritter spreekt over ‘communal individuality’. Hier blijkt ook uit, dat het anarchisme geen theorie van de afzondering is. Paraire benadrukt dit terecht. Maar nieuw is het niet te noemen.

Praktische vernieuwing

In het kader van het praktisch anarchisme komt Paraire te spreken over het creëren van antihiërarchische structuren, die een gelijke en wederkerige verdeling van macht toestaan. Met het oog op controle daarop, zal men werken met ondermeer het gebonden mandaat en het terugroepingsrecht. Geheel akkoord. Maar dit is toch niet nieuw te noemen? Deze elementen (structuur en controlemiddelen) maken toch al een eeuw deel uit van de matrix van het anarchisme?

Zelf verdedigde ik al in de jaren 1980: ‘…anarchisme wil niet om het vraagstuk van de macht heen. Het reduceert macht dus niet tot nul’. Wie denkt aan de aloude leus ‘Alle macht aan de raden’ beseft dat een reductie tot nul nooit in de bedoeling heeft gelegen van anarchisten. Juist omdat het niet tot nul is te reduceren, hebben zij zich jaar en dag beziggehouden met het ontwikkelen van organisatietypen, die de door Paraire bedoelde gelijke en wederkerige verdeling van macht toestaan.

Een punt dat de nodige discussie zal uitlokken, is dat het anarchisme niet a priori alle geweld veroordeeld. Paraire bedoelt hiermee dat men er niet op een universele wijze, dat wil zeggen onafhankelijk van de materiële context, veroordelend over kan spreken. Geweld is niet legitiem in zichzelf, maar ook niet a priori afkeurenswaardig, meent hij.

Rivista.5

De vraag is of dit  a priori niet al te zeer voorbij gaat aan de doel / middel discussie in anarchistische kring. Die discussie zit heden mede verpakt in de prefiguratie problematiek. Wie denkt aan geweld gebruik, zal ook ter handhaving van hetgeen bereikt is geweld gaan aanwenden, zo is te voorspellen. Het lijkt erop dat ook hier Paraire als het ware de ‘gevangene’ van Onfray is. De laatste hecht namelijk aan de pacifistische dimensie in zijn opvatting, die juist door Paraire wordt verworpen. Daarbij richt Paraire zich ook tegen de Franse pacifist Louis Lecoin (1888-1971).

Deze wordt door Paraire op een onheuse wijze in de hoek van een ‘mekkerend pacifisme’ geplaatst. Lecoin heeft vele jaren van zijn leven voor zijn overtuiging, als militaire dienstweigeraar en deelgenoot van de antimilitaristische beweging, in de gevangenis gezeten. Ik vind het een dwaas idee dat Lecoin geen anarchist zou kunnen zijn, omdat hij het pacifisme aanhing. Een ieder kan zijn of haar aandeel hebben in de anarchistische strijd voor sociale rechtvaardigheid en voor een andere, libertaire antikapitalistische wereld. Trouwens, Paraire ontgaat dit weer niet als hij over Bertrand Russell schrijft, terwijl hij weet dat Russell een pacifistisch standpunt innam en dat hij een aantal maanden de gevangenis in moest wegens zijn weigering om het leger te dienen…

Ook hier weer laat Paraire te zeer zijn ‘agenda’ bepalen door Onfray. Dit maakt dat hij zelf soms tot een binaire zwart / wit positionering overhelt, die hij juist bij Onfray zo scherp veroordeelt. Die binaire positionering komt in een ‘of…of’ argumentatie tot uitdrukking. Zelf sta ik eerder een ‘en…en’ wijze van argumenteren voor.

Zo wil ik niet a priori bijvoorbeeld microverzet terzijde schuiven ook al prijst Onfray het op grond van zijn postmodernisme aan. De strijd ten behoeve van sociale rechtvaardigheid en een libertaire maatschappij is ontegenzeggelijk een collectieve strijd en vraagt om macroverzet, zoals Paraire betoogt. Maar ze zal gedragen moeten worden door individuen. Onder die individuen zullen er zijn die een micro-strijd voeren. Ik wil echter niet uitsluiten dat die zich op een of andere manier zal verbinden met de collectieve macro-strijd. En die strijd zal op vele fronten (moeten) worden gestreden, op sociale, economische, culturele fronten. Maar dat gebeurt al eeuwen, zoals de Amerikaanse politicoloog en historicus Charles Tilly in krap twintig pagina’s jaren geleden heeft beschreven…

Bij wijze van conclusie

De conclusie is dat Paraire in zijn aanval op Onfray genadeloos is. Dit gaat zover dat Onfray een openbare discussie met hem uit de weg is gegaan, zo blijkt uit een in zijn boek opgenomen annex. Paraire laat zich af en toe zo gaan, dat het erop lijkt alsof Onfray hem ‘dirigeert’. Het zal daardoor komen dat hij in zijn ijver om het anarchisme te moderniseren, leerstellingen nieuw noemt, die al veel eerder door anderen in het anarchisme geïntroduceerd zijn – maar bij velen wellicht toch onbekend zijn gebleven. Paraire’s boek is dan ook nuttig om binnen de anarchistische kring de nodige discussie los te maken.

Thom Holterman

PARAIRE, Michael, Michel Onfray, une imposture intellectuelle, Les Éditions de l’Épervier, Paris, 2013, 228 blz., prijs 15 euro.

[Beeldmateriaal overgenomen uit het Italiaanse anarchistische maandblad Rivista anarchica, nummer 382 (2013).]

Aantekening

De Amerikaanse politicoloog en historicus Charles Tilly (1929-2008) schreef een uitgebreid artikel over collectieve actie, getiteld ‘Les origines du répertoire de l’action collective contemporaine en France et en Grande-Bretagne’ (Vingthième Siècle, Revue d’histoire, 1984, nummer 4, p. 89-108). Het is integraal op Internet te raadplegen, klik HIER.

Tilly beschrijft de ‘sociale beweging’ als een cumulatief en meervoudig proces, waarbij het gaat om de kunst van het verdedigen van belangen en het aan de man brengen van collectieve verlangens. Hij behandelt ervoor het tijdvak 1682-1982. Om de collectieve actie als een veelzijdig geheel te begrijpen, gebruikt hij een term uit de muziek en het theater ‘repertoire’. De moderne vormen van sociale actie begrijpt hij als dochter van de 19de eeuw.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s