Skip to content

Paul Goodman (1911-1972) En Het Amerikaanse Anarchisme

07/09/2016

Fenix.Eri

Op Facebook is een openbare groep van start gegaan onder de naam ‘Pragmatisch Anarchisme’. Iedereen die zich in die kring thuis voelt, kan zich erbij aansluiten. Ten behoeve van de geschiedenis en de discussie is de betreffende Facebookpagina geopend met twee korte impressies van Freek Kallenberg uit 1993 en 1994. Die impressies maken duidelijk dat het pragmatisch anarchisme jaren terug in discussie was. Die discussie speelde zich ook al jaren daarvoor af, zo blijkt ook uit het hieronder gepubliceerde artikel van Hans Ramaer (1941-2015) uit de AS 46 (1980). Dit leert dat een kwart eeuw eerder de Amerikaanse anarchist Paul Goodman er zich op baseerde. Om niet te vergeten in welke context het is ontwikkeld en om het te kunnen gebruiken in het heden volgt hier de bijdrage van Hans. Later zullen er nog allerlei stukken van en over Paul Goodman en het pragmatisch anarchisme volgen. [ThH]

Portret Hans Ramaer

Portret Hans Ramaer

 

Hans Ramaer:   Toen de Amerikaanse anarchist Paul Goodman in 1972 op zestigjarige leeftijd overleed, werd gezegd dat de New Left zijn goeroe had verloren. Meer nog dan Herbert Marcuse was Goodman inderdaad de woordvoerder en vooral inspirator van de libertair getinte beweging die in de jaren ’60 ontstaan was. Bij het grote publiek raakte hij bekend als criticus van het Amerikaanse onderwijssysteem, als activist in het verzet tegen de Vietnam-oorlog en als iemand die vrijelijk over zijn biseksualiteit praatte, maar slechts weinigen wisten dat hij zijn pragmatische anarchisme al ruim een kwart eeuw in kleinere kring had uitgedragen.

Paul Goodman bracht zijn jeugd door in de New Yorkse kunstenaarswijk Greenwich Village en zoals meer anarchisten wijdde hij zich aanvankelijk alleen aan de muzen. Na een studie (taal)filosofie wierp hij zich op de literatuur. Vanaf de jaren ’30 publiceerde Goodman met grote regelmaat gedichten, verhalen, romans en toneelstukken, die vaak uitstekende kritieken haalden. Toen er rond 1940 literair succes leek te gloren was het niettemin onmogelijk geworden om als apolitiek schrijver door het leven te gaan.

‘Ik heb niet de aard voor politiek’, zei Goodman nog kort voor zijn dood van zichzelf en daarmee doelde hij op de politici en bestuurders die zonder gewetensbezwaren hun huig naar de wind hangen. Maar ondanks zijn afkeer van dat soort politici kon Goodman de politiek niet meer ontlopen. In 1941 mengden de VS zich officieel in de oorlog en was er voor een antimilitarist als Goodman slechts keuze tussen het leger en de cel. Onverwacht vrijgesteld van de dienstplicht voegde hij zich nu bij de anti-oorlogsbeweging en publiceerde scherpe protesten tegen het simplisme als zou het slechts om een strijd tussen fascisme en democratie gaan.

In die oorlogsjaren groeide bij Goodman steeds sterker de overtuiging dat er samenhang is tussen de opkomst van nationale overheden en militaire apparaten (‘War is the State’). Hij liet zijn literaire carrière voor gezien en kwam in contact met anarchistische groeperingen in New York. De artikelen die hij in 1945 onder meer in libertaire bladen schreef en een jaar later als May Pamphlet gebundeld werden, tonen Goodman als een anarchist in de Amerikaanse traditie van individueel verzet.

Terecht wijst Goodmans vriend Taylor Stoehr in een recente heruitgave van dit pamflet (en andere politieke essays) erop dat het daarin geformuleerde programma beschouwd kan worden als de basis van de ideëen die Goodman in de jaren ’60 ontwikkelde. De kern van dat geschrift (in 1962 herzien en uitgegeven onder de titel Drawing the line) is Goodmans constatering dat de huidige maatschappij verre van vrij is en dat ieder daarom een grens moet trekken tot waar hij voor dwang en repressie bukt. Maar dat is niet voldoende. Volgens Goodman komt het libertaire beginsel erop neer dat men in deze maatschappij probeert te leven alsof het een natuurlijke samenleving is, en dat vereist meer dan het trekken van een duidelijke grens.

Karikatuur Paul Goodman

Karikatuur Paul Goodman

 

Om te kunnen onderscheiden wat ‘natuurlijk’ en ‘onnatuurlijk’ is, zegt Goodman dat we de bestaande instituties moeten toetsen aan onze diep gewortelde behoeften aan gemeenschapszin en ecologische harmonie. De criteria die Goodman daarbij hanteert zijn tegelijk een program van actie. Volgens Goodman is een natuurlijke maatschappij er één waarin sprake is van humane ethiek, vrije ontplooiing van kind en adolescent, vredelievendheid, arbeid die we zelf kunnen overzien, directe participatie in de inrichting van ons milieu, en zo weinig mogelijk verspilling van energiebronnen en grondstoffen. Het is treffend dat al zijn latere publicaties, zoals Communitas (1947) over een ecologische symbiose van stad en platteland, Growing up absurd (1960) over het falende onderwijsstelsel, en People or personnel (1965) over de noodzaak de samenleving te decentraliseren, voortbouwen op de voorwaarden die hij in zijn libertair programma van 1945 stelt.

Tekenend voor Goodmans pragmatisme is wel dat hij zich voortdurend bezig hield met de klassieke vraag die aan anarchisten gesteld wordt: hoe kan de staat verdwijnen zonder dat tegelijk de samenleving instort? Zijn antwoord daarop is drievoudig.

Allereerst moeten we een revolutie, zeker een anarchistische revolutie niet opvatten als een radicale breuk, maar als een proces. Vandaar dat het zinloos is, zegt Goodman, om van ‘de’ revolutie je beroep te maken, zoals sommige studenten menen. Hij verwijst naar Kropotkin die er juist van overtuigd was dat revolutionaire verandering van ‘de’ samenleving en nauwgezette wetenschappelijke arbeid uitstekend samengaan.

In de tweede plaats benadrukt Goodman dat de samenleving niet één- twee-drie instort. Wereldoorlogen, technologische ontwikkelingen met allerlei onverwachte gevolgen, urbanisering, dat alles heeft weliswaar grote schokken veroorzaakt, maar de maatschappij kan blijkbaar veel ingrepen overleven. Daarom bijvoorbeeld is decentralisering van de samenleving in plaats van een toenemend centraal dirigisme van staatsapparaten zeer goed te verwezenlijken.

Ten derde wijst Goodman op waarden als gerechtigheid, eerlijkheid, en matigheid, die hij ‘ouderwetse deugden’ noemt. Het zijn vooral dergelijke waarden die een sociaal systeem bijeen houden en het is dan ook zinvol volgens Goodman om de mensen die oude waarheid onder ogen te brengen. Zo schetst Roszak Goodman als een profeet van de tegencultuur. Toch was Goodman waarschijnlijk niet gelukkig met dat portret, omdat hij niet zozeer een alternatieve levenswijze en ethiek propageerde, als wel datgene van het heden wilde behouden en verdedigen dat uitzicht biedt op een redelijk gelukkig leven. Waardevol zijn vriendschap en kameraadschap, kinderen die in een gezond milieu opgroeien, volwassenen die niet krampachtig hun seksuele verlangens behoeven te maskeren, en werkzaamheden die veeleer toewijding dan specialisering vereisen. ‘Kortom, wat ik wil is een verbintenis tussen het populisme, het ambacht en de professionele integriteit…’ Het is een anarchisme dat op een nostalgische visie berust, zo gaf Goodman volmondig toe, maar iedere andere vorm van ‘revolutie’ zal uiteindelijk tot despotisme leiden.

goodman-new-ref

Het kan daarom weinig verbazing wekken dat Goodman zich de laatste jaren van zijn leven ‘een conservatief’ ging noemen. (Eén van zijn laatste boeken, New Reformation, gaf hij zelfs de ondertitel Notes of a Neolithic Conservative mee!) Vanzelfsprekend had die karakterisering geen betrekking op wat doorgaans voor conservatief staat: het behouden van groepsprivileges. Goodman wilde ermee onderstrepen dat voortgaande industrialisering en urbanisering het tegendeel van sociale vooruitgang opleveren, en dat juist het conserveren van het natuurlijke en sociale milieu van het platteland onze doelstelling moet zijn.

Zonder twijfel is een zekere mate van ironie niet vreemd geweest aan Goodmans gebruik van de term conservatief. Toch is het op zijn minst opmerkelijk dat de eerste Amerikaanse anarchist, Josiah Warren (1798-1874) zich in zijn True Civilisation (1869) eveneens een conservatief noemt. Dat zou erop kunnen wijzen dat het anarchisme van Goodman beschouwd moet worden tegen de achtergrond van de ‘inheemse’ libertaire traditie die met Warren een aanvang nam. Weliswaar trekt Stoehr een parallel tussen de éénmansguerrilla die Thoreau (1817-1862) vanuit zijn Walden voerde en Goodmans verzet tegen wereldoorlog, koude oorlog en Vietnamoorlog, maar meer verhelderend lijkt het om in Goodman een libertair te zien die het 19e eeuwse Amerikaanse anarchisme op een pragmatische manier voortzette.

Het meest opvallende kenmerk van dit Amerikaanse anarchisme is de grote nadruk op de soevereiniteit van het individu. Vrijwel alle 19e eeuwse individualistische libertairen, van wie Warren, Spooner en Tucker de meeste bekendheid gekregen hebben, stellen dat het anarchisme beoogt ieder gelijke kansen te geven. Dat betekent dat iedereen gehonoreerd wordt overeenkomstig de arbeidsprestatie die hij in vrijheid kan leveren. Het individualistische anarchisme verwerpt dus een collectivisme in de zin van algehele nivellering, omdat een dergelijke gelijkheid alleen maar ten koste zal gaan van de vrijheid van individuen.

Het is overigens een misvatting om te menen dat deze individualisten gekant waren tegen de opkomende arbeidersbeweging. Spooner en Tucker bijvoorbeeld ondersteunden de emancipatiestrijd van (libertaire) arbeidersorganisaties, maar ze keerden zich wèl tegen een sociale ordening waarin een bepaalde klasse zou kunnen domineren. Vandaar dat het vroege Amerikaanse anarchisme nog afwijzender op het marxisme reageerde dan de meeste Europese anarchisten.

Ook Goodman heeft zich nooit expliciet tot ‘de’ arbeidersklasse gericht, al had hij stellig bijzondere aandacht voor sociaal achtergestelde groepen als adolescenten en (gekleurde) bewoners van de urbane getto’s. Centraal bij Goodman stonden steeds weer de individuen, hun verantwoordelijkheden en mogelijkheden, en anarchisme wilde voor hem niets anders zeggen dan dat de beste oplossingen voor maatschappelijke problemen gevonden worden, als die individuen zonder dwang van bovenaf gezamenlijk aan de slag gaan. Geenszins verwierp hij het vrije ondernemerschap, indien dat zou inhouden dat mensen zelf beslissen over het gebruik van productiemiddelen zonder daarbij de natuur en medemensen te exploiteren. Goodman was immers teveel pragmaticus om over de eigendom van productiemiddelen te haarkloven. In deze tijd is de toepassing ervan van heel wat meer importantie. Meer nog dan in economisch opzicht kan Goodman voor wat betreft zijn ethische opvattingen beschouwd worden als een erfgenaam van het 19e eeuwse anarchisme in de VS.

Fenix.Eri

Herhaaldelijk verwees Goodman naar Luther, Calvijn en de Reformatie om duidelijk te maken dat moraal een kwestie van eigen verantwoordelijkheid is en dat consumentisme naar de duivel voert. Alweer dringt de parallel met het vroege Amerikaanse anarchisme zich op. Verscheidene 19e eeuwse libertaire woordvoerders (Noyes, Garrison, Ballou, Wright) kwamen uit een predikanten-familie of waren zelf predikant geweest, en lang vòòr Tolstoi kende de VS dus een traditie van religieus getint anarchisme met een zwaar accent op antimilitarisme en (veelal) geweldloosheid. In dat licht gezien stond het anarcho-pacifisme van Goodman niet op zichzelf.

Tenslotte valt op dat zowel de meeste 19e eeuwse Amerikaanse anarchisten als Paul Goodman geïnteresseerd waren in woon- en leefgemeenschappen op het platteland waar libertaire beginselen direct in de praktijk gebracht kunnen worden. De historie van het Amerikaanse anarchisme in de vorige eeuw is vooral een relaas van dergelijke communes. Evenzeer echter is het een relaas van mislukkingen en teleurstellingen. Misschien hebben die ervaringen Goodman ervan weerhouden ooit zo’n ideale microsamenleving op te zetten, maar waarschijnlijker is dat hij het erin schuilende gevaar van sektarisme onderkende. Of zoals Goodman eens stelde: ‘Er bestaat geen geschiedenis van het anarchisme in die zin dat er instituties gevestigd kunnen worden die anarchistisch zijn’.

Hans Ramaer

Literatuur

Paul Goodman was een duizendpoot. Behalve een omvangrijk literair oeuvre, waaronder ook dagboeken, schreef hij honderden artikelen over politiek, planologie, onderwijs, taalfilosofie (o.a. gericht tegen Chomsky) en psychologie (Goodman was zelf Gestalt-therapeut), die deels gebundeld zijn. Bij uitgeverij Bert Bakker/Den Haag verscheen een vertaling van Gestalt Therapy (Ken u zelf), dat hij in 1951 met anderen schreef, van Growing Up Absurd (Groot worden is gekkenwerk), en een keuze uit zijn artikelen over onderwijs en maatschappij (School in, oor uit). Dat laatste boek bevat tevens een korte biografie en een bibliografie van Goodman, samengesteld door Hans Verploeg. Het tijdschrift De Gids no. 9/10 (1972) bevat een artikel over Goodman van G. van Benthem van den Bergh, alsmede twee vertaalde fragmenten van essays.

Een Nederlandse vertaling (Meulenhof/Amsterdam) is ook beschikbaar van Theodore Roszak, The making of a Counterculture (Opkomst van een tegencultuur), waarin ondermeer aandacht aan Goodman wordt besteed. Over Goodmans opvattingen inzake het onderwijssysteem is informatie te vinden in de Vrij Nederland-brochure van Tessel Pollman, Zullen we de school maar afschaffen? (Amsterdam, 1972). Een uitstekende korte inleiding tot Goodmans werk is die van Taylor Stoehr, voorafgaand aan Drawing the line. Political essays of Paul Goodman (Free Life/New York, 1977). Van belang is ook Anarchy no. 11 (1962), dat deels gewijd is aan Goodman en onder andere een artikel bevat van J. Ellerby (=Colin Ward). Sterk aanbevolen tenslotte is Bernard Vincent, Paul Goodman et la reconqûete du présent; Paris 1976.

[Overgenomen uit: de AS 46, juli/aug. 1980.]

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: