Spring naar inhoud

Paul Feyerabend (1924-1994). Anarchisme En Kennistheorie (6/7)

04/10/2020

Hoofdstuk III                        Feyerabend op herhaling?

Paul Feyerabend (1924-1994) is de wetenschapstheoretische auteur van het boek Against Method. Hij introduceerde de leus ‘anything goes’ in het veld van de kennistheorie. Hij is geboren in Oostenrijk, leefde daar maar ook in Duitsland, Engeland, Italië en zo’n vijfentwintig jaar in de Verenigde Staten. Feyerabend heeft zich toegelegd op het ontwikkelen van een anarchistische kennistheorie, die hij ook dadaïstisch noemde. Hij leverde kritiek op wetenschap, wetenschappers en ‘experts’ en wees daarbij op de politieke implicaties die dit alles had. Over die man, zijn anarchistische kennistheorie, politieke implicaties en verwante relevante opvattingen gaat het hier. Een ‘verhaal’ dat doorloopt tot in het heden. Ik behandel dit in zeven delen. Hier het zesde deel waarin onder meer wordt overgestapt naar de corona-actualiteit. [ThH]

Intuïtieve calculatie

Het laatste nummer van de serie jaarboeken Unter dem Pflaster liegt der Strand (nr. 15, 1985) ligt 35 jaar achter ons (in 2013 is nog een nr. 16 verschenen, waarbij het is gebleven). De wetenschap heeft zich verder weten te ontwikkelen, dus ook de medische wetenschap. Nochtans heb ik de afgelopen periode nog nooit zo vaak in de medische wetenschap specialisten horen zeggen: we weten het niet. Dat mag dan een eerlijk antwoord zijn, maar houdt het daar dan ook bij. Want is het niet zo dat ‘waarover men niet kan spreken, moet men zwijgen…’. Dit is kennelijk anders bij expertologen.

Eind 2019 bereikten vanuit China verontrustende beelden Europa over een virus, dat een verwoestende werking uitoefende op vooral de menselijke luchtwegen en longen, vaak met de dood ten gevolge. Het werd het coronavirus genoemd; de ziekte die het verspreidde kreeg de codenaam Covid-19. In Europa hoefden we ons daar geen zorgen over te maken. Immers, op 27 januari 2020 sprak Marion Koopmans, hoogleraar Virologie bij het Erasmus MC en internationaal erkend expert op haar vakgebied, de geruststellende woorden, dat ‘naar inschatting de kans niet groot is dat het virus naar Nederland’ zou komen. Bovendien, zo vulde zij aan: ‘Wij zijn als Nederland goed voorbereid op het coronavirus’ (bron: Rijnmond.nl/nieuws).

We weten allen hoe het heeft uitgepakt. Hoe kan iemand, die in het aan de orde zijnde vakgebied heeft doorgeleerd en ‘top-expert’ is geworden, er zo ver naast zitten? Ik houd het erop dat zij zich heeft verlaten op wat ik intuïtieve calculatie noem. Het gaat om inschatting op grond van ervaring gecombineerd met wat je gevoel je ingeeft. Afhankelijk van de situatie en maatschappelijke context zal bij die calculatie gemeenlijk ook rekening worden gehouden met wat men graag zou willen horen.

De Nederlandse top-virologe Marion Koopmans heeft zitting in allerlei binnenlandse en buitenlandse wetenschappelijk raden. Op 25 februari 2020 zegt zij dat het ‘coronavirus helemaal niet zo besmettelijk is’ (bron: Rijnmond.nl/nieuws). Iedereen is opgelucht. Ook hier duikt de intuïtieve calculatie op. Het is geen wetenschap wat Koopmans bedrijft, zij doet aan waarzeggerij of kaartlezen; de betrouwbaarheid is die van een weersvoorspelling. Allemaal voor wat het waard is. Dat is precies wat Paul Feyerabend met zijn kritische benadering van ‘wetenschap’ aanpakte: in de hoedanigheid van ‘wetenschapper’ uitspraken lanceren, die de pretentie van wetenschap niet kunnen waarmaken. Wat is dan nog het onderscheid tussen ‘wetenschap’ en ‘hekserij’? Overigens heeft Hans Peter Duerr zich in Unter dem Pflaster liegt der Strand (Deel 3, 1976) beziggehouden met de vraag ‘Kunnen heksen vliegen?’. Op die vraag zijn serieuze antwoorden te geven… Wat dit ook zij, mevrouw Koopsmans hanteert bezweringstechnieken; in haar calculatie houdt zij rekening met wat men graag wil horen…

Het gaat niet aan om de aandacht alleen op de virologe Marion Koopmans te richten. In Frankrijk bijvoorbeeld werd hetzelfde type ‘intuïtieve calculatie’ beoefend. Op 24 januari 2020 verklaarde de Franse arts Agnès Buzyn, in haar hoedanigheid van Franse minister voor Gezondheid, dat ‘er weinig kans is dat het virus [corona] ons  [Frankrijk] zal bereiken’(een bron: France tv info ). Maanden later, als zij ondervraagd wordt door Franse senatoren in een parlementaire enquête, erkent zij dat ze zich heeft laten leiden door haar ‘intuïtie’ (Le Monde van 25 september 2020).

Op 6 maart 2020 zegt de Franse president Emmanuel Macron, bijgenaamd ‘Jupiter’: ‘Het leven gaat gewoon door. Er is geen enkele reden om het zwakkere deel van de bevolking te isoleren of onze gewoontes te veranderen’. Toch, op 12 maart 2020, kondigt ‘Jupiter’ aan dat er ongebruikelijk maatregelen zullen worden genomen, die het gewone leven beperkingen opleggen (een bron: Paris Match ). Aan het eind van die maand wordt de ‘sanitaire uitzonderingsstaat’ ingesteld en wordt iedereen ‘huisarrest’ opgelegd (confinement). Als in de laatste maanden van 2019 bekend is wat er zich in China afspeelt rond het coronavirus, hoe zit het dan met de vooruitziende blik van ‘vooraanstaande’ wetenschappers en ‘leidende’ politici? Die vraag geldt niet alleen Frankrijk maar ook, bijvoorbeeld, Nederland.

Terug dan naar Nederland. Drie weken na de laatste genoteerde uitspraak van Marion Koopmans wordt opnieuw de bezweringstechniek toegepast. Inderdaad, het lijkt alsof we niet leven onder vigeur van wetenschappers en politici maar van sjamanen (priesters/zieners die in de gemeenschap de communicatie met de geestenwereld verzorgen onder meer om gebeurtenissen onder controle te krijgen).  Krijgt Feyerabend dan toch nog gelijk? Ondanks de verzekering van Koopmans bijvoorbeeld, dat het virus helemaal niet zo besmettelijk is, breekt er stevige paniek in politieke en medische kringen uit. De Nederlandse minister-president Mark Rutte houdt een speech, waarin hij uitlegt, dat de reactie op het coronaonheil gekeerd gaat worden met behulp van het kweken van groepsimmuniteit.

Het wordt gepresenteerd alsof dit het beschermingsmiddel bij uitstek is tegen het virus. Het is dan 16 maart 2020 (dus vijf maanden na de uitbraak ervan in China, over snel handelen gesproken…). Het beoogde beschermingsmiddel werkt als zo’n zestig procent van alle Nederlanders besmet is geweest met het virus (bron: NOS.nl/nieuwsuur/ ). Je hoeft als gewone burger niet te hebben doorgeleerd om op grond van intuïtieve calculatie te begrijpen, dat in een periode van enkele weken het genoemde percentage niet gehaald zal zijn. Dat zal zeker enkele jaren in beslag nemen. Dus worden we met zo’n verhaal belazerd. Rutte zal het verhaal van de hoogste baas van het RIVM, de hoogleraar in het bijzonder infectieziekten, Jaap van Dissel, hebben opgevangen. Zij hebben immers veelvuldig contact met elkaar en treden vaak ook samen op de televisie op. Maar de geroemde Jaap van Dissel kan toch ook op internet zoeken? De verzamelde kennis bekijken leert dat ‘Collectieve immuniteit niet iets voor morgen is’.

Rutte dacht er evenwel in een bezweringsformule gebruik van te kunnen maken. Maar omdat iedereen de truc kan doorzien, komt Van Dissel enkele dagen later met een reactie op de speech van Rutte. Van Dissel brengt in dat ‘groepsimmuniteit’ geen doel op zich is (bron: Telegraaf ). Je hoort dan ook steeds minder over dat onderwerp. En dan, op 12 mei 2020, wordt tijdens een briefing over Covid-19 van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bekend, dat die organisatie ‘gehakt maakt’ van groepsimmuniteit (bron: Joop.nl ). Zo zijn we van (1) het virus zal vermoedelijk niet naar Nederland komen (eind januari), (2) het virus is niet zo besmettelijk (eind februari), (3) groepsimmuniteit zal het kwaad indammen (half maart), op half mei uitgekomen, dus binnen vier maanden, in een maatschappelijke situatie met duizenden dodelijke slachtoffers van het virus. De dooddoener zal nu worden losgelaten: als we niets hadden gedaan, waren er nog meer slachtoffers gevallen. Maar dat is natuurlijk niet de kwestie die ik met Paul Feyerabend aankaart, die op herhaling lijkt. Het betreft de aantasting van de pretentie, dat deze spraakmakende wetenschappers en leidende politici beter en zekerder zouden weten te werken dan bijvoorbeeld sjamanen en heksen… Die pretentie valt door de mand!

En totems vallen om

In het verslag van een publieksdiscussie in Pflasterstrand, waarnaar ik al eerder verwees (Deel 5, 1978), getiteld ‘Klein gesprek over grote woorden’ merkt Paul Feyerabend op: ‘(..) vertrouw wetenschappers niet, vertrouw intellectuelen niet of het nu marxisten of rechtse rooms-katholieken zijn; ze hebben namelijk allemaal hun eigen belangen. Bovendien, ook wat zij weten berust op een soort religie, een religie van het waarheid-zoeken of de religie van de efficiëntie…’. Feyerabend heeft zijn opmerking een kleine halve eeuw geleden gemaakt. Toch is die nog steeds van kracht. Het zijn nu anderen die er invulling aan geven. De naam Feyerabend kom je bij hen niet tegen, maar zijn intentie wel. Om dat enigszins te onderbouwen heb ik een aantal uitspraken en visies geselecteerd, die ik kort zal citeren. Ik heb daarvoor geen bijzonder onderzoek verricht. Ik ben zo dicht mogelijk bij de straat gebleven. De methode die ik gevolgd heb, is die van het apart leggen van wat ‘res cotidiane’ (alledaagse zaken), zoals de reeds eerder genoemde rechtstheoreticus Jack ter Heide in de jaren 1970 om een heel andere reden deed en in een heel andere context.

In Le Monde van 5 oktober 2018 is een paginagroot artikel opgenomen van de Amerikaanse non-conformistische econoom Richard Thaler. Hij haalt de voorspellende kracht van de gevestigde economische theorie onderuit. De beginselen waarop die berust zijn gebrekkig (défectueux), wat hij in drie stappen uitlegt. Het is makkelijk te voorspellen dat agrariërs meer kunstmest kopen als de prijs ervan daalt. De voorspelling is zeker, zegt hij, omdat ze niet nauwkeurig is. Ze geeft alleen een richting aan. Als u centrale bankier bent en u gelooft dat de verschijning van financiële luchtbellen theoretisch onmogelijk is, wel dan kan u ernstige vergissingen maken – zoals de oud-president van de Federale Reserve Alan Greenspan, heeft erkend.

Wat moet gebeuren is het verlaten van het idee dat modellen toestaan een nauwkeurige beschrijving van menselijke gedragingen te geven en men moet ophouden politieke beslissingen te nemen op basis van foutieve analyses. Deze visie wordt gedeeld door de Nederlandse econome, Esther-Mirjam Sent, leerstoelhoudster van Economische Theorie en Economisch Beleid aan de Nijmeegse universiteit. Althans zo interpreteer ik haar uitspraak in een vraaggesprek met het tijdschrift Goedgeld (september 2019). Zij geeft aan bij wie zij in 1994 promoveerde, zeggende: ‘Eigenlijk onderzocht ik waar de economen de arrogantie vandaan haalden om op basis van hun beperkte modellen zoveel te durven voorspellen.’ Je zou kunnen zeggen, dat de bekritiseerde economie dichterbij ‘waarzeggerij’ staat dan bij ‘wetenschap’.

Nu we een eeuw verder zijn, is het niet vreemd dat ook enkele ‘totems’ in de sociologie omgaan. Aan een bespreking van een boek over ‘sociale wetenschap en Emile Durkheim’ (in Le Monde van 18 oktober 2019) ontleen ik, dat de antropoloog Wiktor Stoczkowski de wetenschappelijke pretenties van Durkheim’s werk ondermijnt. Zo heeft hij ontdekt dat Durkheim grovelijk de statistische gegevens voor zijn onderzoeken heeft gemanipuleerd, door weg te laten wat hem niet uitkwam, waardoor passende gegevens meer nadruk kregen.

Een ander ‘totem’ is de jurist en socioloog Max Weber. Het is de Franse filosoof Dany-Robert Dufour die de visie van Weber bestrijdt over de herkomst van het kapitalisme. Weber verbindt de protestantse ethiek met de geest van het kapitalisme. Hij fundeerde de oorsprong van het kapitalisme in de protestantse ethiek, dat wil zeggen in de deugd (zuinigheid, spaarzaamheid, etc.). Dufour verwoordt daarover in een vraaggesprek met het weekblad Marianne van 15-21 november 2019 het volgende.

Toen Weber met zijn Protestantse ethiek bezig was moet hij van de Nederlandse arts en filosoof Bernard Mandeville (1670-1735) gehoord hebben (die in het Duits vertaald werd). Met Mandeville in de hand kan je de Weberiaanse visie helemaal omgooien. Aan hem is te ontlenen dat de oorsprong van het kapitalisme niet op de deugd berust, maar op de ondeugd. Het devies van Mandeville is, zo valt bij hem te lezen: ‘Het lot van de wereld moet in de handen van perverselingen worden gelegd’. Perverselingen, zo legt Dufour uit, zullen voor Mandeville de wereld van de schaarste verlossen en haar leiden tot overvloed. Dufour laat vervolgens uitwerkingen van die gedachten verschijnen in het kritische werk van de Noors-Amerikaanse econoom Thorstein Veblen. Langs die weg is een dus een heel ander ‘verhaal’ over de oorsprong van het kapitalisme te schrijven. Kortom ‘it ain’t necessarily so!’.

Met deze twee voorbeelden gaat het mij niet zo zeer om het omverhalen van ‘totems’ (Durkheim, Weber). Ik beoog te benadrukken dat men zich niet moet laten intimideren door ‘autoriteit’ om uitspraken in twijfel te trekken. In de tweede plaats wil ik ermee tot uitdrukking laten komen hoezeer uitkomsten van onderzoek steeds weer keuze-afhankelijk zijn. Die keuze bepaalt namelijk het doel, waarnaar je op zoek zal zijn. Dat geldt voor eenieder, voor de groenteboer op de hoek en de geleerde in zijn of haar ivoren toren. De keuze maakt dat naar corresponderende elementen voor argumentatie wordt gezocht. Dat geheel richt de uitkomst van het onderzoek of vestigt een opinie, zienswijze, visie die aanhang vindt (of niet). In het voorbeeld van Dufour liep hij dat na bij Weber. ‘Alles is mogelijk’ zou Feyerabend kunnen opmerken…

‘Embedded science’

Wat tot nu toe de revue gepasseerd is, heeft opgeleverd: wetenschappers en politici die zich uitlaten op grond van intuïtieve calculatie – en dan de meest onhoudbare uitspraken doen; kritische wetenschappers die aangeven dat in hun wetenschappelijke sector ‘waarzeggerij’ meermaals troef is, etc. En toch staat ‘de’ wetenschap nog als een huis. Een van de redenen is de hechte constructie tussen staat en wetenschap. Daarvoor is zelfs een Europees altaar, het CERN ingericht, zoals we al zagen, stoelend op een grootse vorm van wetenschappelijke humbug…Zoveel geleerdheid bij elkaar maar kennis om iets aards als het doen stoppen van de werking van een virus ontbreek vooralsnog! Hoe krijg je het zo geniaal georganiseerd!

In universitaire instellingen en in de laboratoria van de farmaceutische industrie wordt naarstig gezocht naar een goudader: test- en vaccinmateriaal in de strijd tegen het coronavirus (het Franse weekblad Marianne van 25 eptember-1 oktober 2020 wijdt er een dossier van meer dan 10 pagina’s aan onder de titel ‘Is de wetenschap te koop?’; schreef Feyerabend niet over de wetenschap als een grote onderneming?). Hoe verkoop je dat alles? Daarvoor moet ook de bevolking rijp gemaakt worden. Kortom in de ene sector wordt er naarstig gezocht naar een vaccin, terwijl in een andere sector het rijpmakingsproces wordt onderzocht. 

Onderwijl heeft de Franse overheid (en ongetwijfeld ook elders) namelijk opdracht gegeven antropologisch onderzoek te verrichten hoe de bevolking te bewerken in deze coronatijd. Het is te vergelijken met wat de USA deed in Afghanistan (en Nederland in andere buitenlandse situaties; zie NRC Nex van 29 juni 2020). Tussen 2006-2010 werd met het Amerikaanse leger naar Afghanistan meegestuurd een aantal ‘culturele mediatoren’. Die mediatoren moesten in dat land trachten de acceptatie van het Amerikaanse leger onder de plaatselijke, lokale bevolking verbeteren. Die moest niets van de Amerikanen hebben. Het gaat met die ‘culturele mediatoren’ om wat bleken te zijn: ‘embedded antropologists’. Een onmogelijke zaak om ‘embedded science’ in eigen land ten behoeve van de eigen bevolking in te zetten? Een net land als Frankrijk haalt het uit de kast.

In 2018 werd aldaar opgericht het ‘Agence de l’innovation de défense’ (AID). Het agentschap is ingezet tijdens de Franse confinement (huisarrest) in coronatijd. Het kreeg 10 miljoen euro om te verdelen. Naast aan andere zaken werd het geld besteed aan het inhuren van personen, die het ‘sturen’ zouden kunnen verbeteren van de maatschappelijke impact van het confinement op individuen. Het gaat dan over communicatie en gevoeligheid betreffende de crisis en de epidemie, over verbetering van de perceptie aangaande het risico van de epidemie, het post-crisis bestuur, etc.

Naast het genoemde AID bestond er al het ‘Agence nationale de la recherche’ (ANR). Dat agentschap voorzag zich van een ‘ethisch’ onderzoeksafdeling in coronacrisistijd. De socioloog Alex Spire leidt daar een groep van zes onderzoekers rond het project getiteld ‘Het vertrouwen in de statelijke en wetenschappelijke instituties om het coronavirus te trotseren’. De opdracht luidt: ‘Hoe adequate woorden en argumenten te vinden om de bevolking te overtuigen om gedragingen te aanvaarden die nuttig zijn, niet op persoonlijke titel maar in naam van het algemeen belang’ (gegevens ontleend aan een artikel van Emmanuel Lenieux, in: Marinanne van 8-14 mei 2020). 

Het gaat in het algemeen om ‘beïnvloedingsoperaties’ waarbij alle technieken van de wereld gebruikt mogen worden om mensen te overtuigen. Een aantal ervan is te vinden in de ook door Nederland gebruikte marketingmethode BDM (Behavioural Dynamics Methodology). Hoe pomp je er welluidende mantra’s in? Daar opent het volgende deel van deze serie mee.

Thom Holterman

[Beeldmateriaal van Wendy-o Matik met dank overgenomen uit het Italiaanse anarchistische maandblad Rivista Anarchica nr.382 (2013).]

Update 14 februari 2022:

In deze aflevering, zie onder het kopje ‘Intuïtieve calculatie’, citeer ik Marion Koopmans tweemaal. Beide betreffen lokale televisie-uitzendingen waarin zij opmerkt, eerste dat Covid-19 Europa niet zal bereiken, en daarna in het tweede fragment, dat Covid-19 niet besmettelijk zal zijn. Dit alles terwijl zij als hoogleraar Virologie juist voor dit soort zaken heeft doorgeleerd + als een internationaal erkende specialiste op dat vlak wordt gezien. Hoe kan je er – als doorgeleerde op het specifieke vlak – zo naast zitten met je prognoses?

Toen ik gebruik maakte van haar uitspraken deed ik dat uitsluitend in een constaterende zin: dit is wat zij zei + toen ik dat constateerde, maanden later, wisten wij (en zij ook) wel beter. Maar nu, 14 februari 2022, dus twee jaar later, weten we dat het RIVM de rem gezet had op het naar buiten brengen van slecht nieuws. Om dat te weten te komen was een WOB-procedure nodig. Daardoor is nu bekend geworden: op het moment dat de hoogleraar Virologie, mevrouw Koopmans, haar uitspraken deed, was bij het RIVM bekend – als prognose – dat het allemaal zeer ernstig kon worden. En mevrouw Koopmans zou van niets geweten hebben?

Zie wat toen geweten kon worden: ‘RIVM voorspelde pandemie perfect, maar deelde die info niet’, op Joop.nl, 13 februari 2022:

RIVM voorspelde pandemie perfect, maar deelde die info niet

en op:https://nos.nl/artikel/2417167-rivm-hield-rekening-met-catastrofale-impact-corona-maar-deelde-dat-niet-met-publiek

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: